De dag van de promotie
Locatie
Promoties aan de Erasmus Universiteit Rotterdam vinden plaats op woensdag, donderdag en vrijdag. Woensdag – alleen voor Erasmus MC – vanaf 5 september 2012 in de Prof. Andries Queridozaal, Eg-370, donderdag en vrijdag in de Senaatszaal van het complex Woudestein voor alle faculteiten.
Kleding
Het wordt op prijs gesteld als de volgende richtlijnen worden gevolgd:
- Promovendus: rokkostuum met wit vest en witte strik, zwarte schoenen en zwarte sokken;
- Promovenda: feestelijke kleding overeenstemmend met de aard van de plechtigheid;
- Paranimfen heren: zoals de promovendus;
- Paranimfen dames: zoals de promovenda.
Zweetkamertje
Ongeveer een half uur voor de promotie worden de promovendus en de paranimfen verwacht in het 'zweetkamertje'. Op Woudestein is dit kamer A1-23. In Arminius is dit de predikantenkamer. Van hieruit wordt de promovendus (met paranimfen) door de pedel naar de zaal begeleid.
Paranimfen
Twee collega's, familieleden of vrienden mogen als paranimf optreden tijdens de promotieplechtigheid. Dit is een strikt ceremoniële functie.
Fotograaf
Fotograferen tijdens de promotieplechtigheid is toegestaan, behalve tijdens de 45 minuten ondervraging. Voor een fotoreportage kunt u eventueel contact opnemen met Frank van der Panne.
M 06 13 21 37 09
E fotovanderpanne@kpnmail.nl
Kinderen
Gezien het plechtige karakter van de bijeenkomst raden wij het af om kinderen onder de 6 jaar naar de promotie mee te nemen.
Promotiezitting
In de promotieruimte wacht de promovendus achter de katheder op de komst van de promotiecommissie. Na binnenkomst van de promotiecommissie, eveneens onder begeleiding van de pedel, opent de voorzitter de plechtigheid en nodigt de promovendus uit een inleiding te verzorgen. Daarin krijgt de promovendus de gelegenheid in een kwartier te vertellen wat onderzocht is, waarom het onderzoek is verricht en welke resultaten het onderzoek heeft opgeleverd. De inleiding, ook wel het lekenpraatje genoemd, is vooral bedoeld om het aanwezige publiek duidelijk te maken waarover het proefschrift handelt. Gebruik van audiovisuele middelen is daarbij toegestaan.
Daarna volgt de ondervraging door de commissie. Dit duurt 45 minuten. De volgorde daarbij is over het algemeen: externe commissieleden, interne commissieleden, promotoren en copromotoren. Bij de verdediging van het proefschrift is het gebruikelijk om bij de beantwoording van de vragen de volgende aanspreektitels te gebruiken:
- 'mijnheer de rector magnificus' (bij inleiding van lekenpraatje voor voorzitter)
- 'hooggeachte promotor' (in antwoord op een vraag van de promotor).
- 'hooggeleerde opponent' (in antwoord op een vraag door een hoogleraar).
- 'zeer geleerde opponent' (in antwoord op een vraag door een commissielid, niet zijnde een hoogleraar).
- 'highly learned opponent' (in antwoord op een vraag van een buitenlandse hoogleraar).
- 'very learned opponent' (in antwoord op een vraag van een buitenlandse opponent).
Na de 45 minuten durende ondervraging betreedt de pedel de zaal en roept 'Hora Est'. Degene die aan het woord is, dient dan te stoppen. De voorzitter schorst de bijeenkomst en de commissie trekt zich terug voor beraad. Na terugkeer van de commissie, wordt de vergadering heropend en neemt de promovendus de bul in ontvangst, gevolgd door een 'laudatio', waarna de bijeenkomst wordt afgesloten.
Begeleid door de pedel, verlaat de commissie als eerste de zaal. Vervolgens wordt de zo juist gepromoveerde doctor – eventueel met partner – en paranimfen uit de zaal begeleid naar de receptieruimte. De promotiecommissie feliciteert hen daar als eerste.
