Uitspraak 07.103
Toelating tot Master
Het College van Beroep voor de Examens van de EUR, verder te noemen: het college, heeft op 17 december 2007 de volgende uitspraak gedaan inzake het beroep van
de heer ……….., te Voorburg, hierna: appellant,
welk beroep was gericht tegen
het besluit van de examencommissie RSM Erasmus University, hierna: verweerder, van 31 augustus 2007.
I. Ontstaan en loop van het geding
Appellant heeft bij ongedateerd schrijven, door het college op 5 september 2007 ontvangen, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 31 augustus 2007, waarbij verweerder afwijzend heeft beslist op het verzoek van appellant om toelating tot de masteropleiding MSc Business Administration.
Op 6 september 2007 heeft het college het beroepschrift in afschrift toegezonden aan verweerder, met het verzoek om in overleg met betrokkene na te gaan of een minnelijke schikking mogelijk is en het resultaat van deze poging uiterlijk 27 september 2007 schriftelijk mee te delen aan het college. Op 1 oktober 2007 heeft een schikkingsgesprek plaatsgevonden. Er werd geen schikking bereikt. Op 9 november 2007 ontving het college het verweerschrift.
Het beroep is behandeld ter openbare zitting van het college op 17 december 2007, waar appellant in persoon is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door haar voorzitter, prof.dr. ing. T.W. Hardjono, haar secretaris, mw.mr. C.M. Dirks-van den Broek, en haar adjunct-secretaris, mw. drs. A.M. Schey.
II. Motivering
- Appellant heeft een verzoek ingediend voor toelating tot de masteropleiding MSc Business Administration. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen, waartegen appellant in beroep komt. Appellant voert aan dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden. Als gevolg van die omstandigheden heeft appellant nog niet alle vakken kunnen behalen die nodig zijn voor toelating tot de master. Appellant is in zijn derde bachelorjaar Bedrijfskunde nog een tweede studie aan de EUR gaan volgen (econometrie). Voorts heeft appellant in zijn tweede bachelorjaar naar zijn zeggen op hoog niveau basketball gespeeld. Voorts kampte appellant in zijn tweede jaar met enkele problemen van prive aard waardoor hij moeilijk kon studeren. De workload was voor appellant als gevolg van al deze factoren in het derde jaar heel hoog, waardoor hij niet alles heeft kunnen halen.
- Verweerder heeft het verzoek van appellant afgewezen omdat hij niet voldoet aan de toegangseisen zoals deze zijn geformuleerd in de onderwijs- en examenregeling van de opleiding. De regeling houdt in dat studenten tot de masteropleiding worden toegelaten indien zij de bacheloropleiding hebben afgerond of indien zij alle vakken van de bacheloropleiding hebben behaald, op 1 vak van het laatste bachelorjaar na. Dit vak mag niet het leeronderzoek/thesis zijn. Uitgangspunt is dat studenten die aan de masteropleiding beginnen, beschikken over kennis die gelijkwaardig is aan het eindniveau van de bacheloropleiding.
Appellant heeft nog vier vakken van de bacheloropleiding openstaan. Hij beschikt op dit moment volgens verweerder dan ook nog niet over het gewenste niveau voor instroming in de masteropleiding en appellant heeft bovendien nog voldoende studieaanbod. Daarbij komt, aldus verweerder, dat appellant in aanmerking komt voor de gastregeling in het voorjaar van 2008.
- Ter zitting licht verweerder nog eens het strikte beleid van de faculteit toe bij de beoordeling van toelatingsverzoeken tot de master. In het onderhavige geval ontbreken nog vier derdejaars vakken, zodat appellant nog ver verwijderd is van waar hij zou moeten zijn om te kunnen instromen. Appellant heeft gedurende het hele studiejaar studieaanbod. Verweerder heeft geen aanleiding gezien in dit geval een uitzondering op de regels te maken. Ter zitting merkt appellant op dat hij verwacht inmiddels twee vakken van de nog openstaande vier bachelorvakken (die plaatsvonden in het eerste trimester van studiejaar 2007-2008) gehaald te hebben. Van 1 vak weet hij het zeker, bij het andere vak heeft appellant het gevoel het vak gehaald te hebben. Hij wijst er verder op dat hij het eerste bachelorjaar in 1 jaar heeft gehaald. Verweerder is van mening dat de regel is zoals deze is, en appellant hieraan nog steeds niet voldoet om per 1 februari 2008 te kunnen starten met de masteropleiding. Appellant kan wel deelnemen aan de gastregeling in 2008.
Het college overweegt naar aanleiding van de gedingstukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen als volgt.
De regeling met betrekking tot toelating tot de masteropleiding is vastgelegd in de onderwijs- en examenregeling (OER) van de faculteit. Niet in geding is dat appellant op dit moment niet voldoet aan de toegangseisen tot de masteropleiding. Appellant meent dat hij op grond van persoonlijke omstandigheden wel in aanmerking behoort te komen voor toelating tot de master.
Het college merkt op dat het inherent is aan een studie dat bepaalde omstandigheden als het niet voldoen aan toelatingsvoorwaarden voor een volgend deel van de opleiding alsook het niet behalen c.q. nog niet behaald hebben van een tentamen extra studietijd vergen en soms enige vertraging in de studieplanning met zich brengen.
De omstandigheden die appellant heeft aangevoerd voor zijn studievertraging in zijn tweede en derde jaar zijn naar het oordeel van het college niet zodanig en voldoende draagkrachtig dat het bestreden besluit niet in stand zou kunnen blijven en dat voor appellant een uitzondering op de regels gemaakt zou moeten worden. Niet weersproken is dat appellant nog voldoende studieaanbod heeft in de bachelor, en voorts dat hij in het voorjaar van 2008 ook kan deelnemen aan de gastregeling.
Er is het college niet gebleken van onzorgvuldigheden rond de besluitvorming van verweerder op het verzoek van appellant.
Alles overziende komt het college tot het oordeel dat verweerder in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen.
Nu de beslissing ook niet op andere gronden voor vernietiging in aanmerking komt, moet worden beslist als volgt.
III. Uitspraak
Het college verklaart het beroep van appellant ongegrond.