Bachelor in Pedagogische Wetenschappen
Antwoord op voorbeeldopgave: inhoud van de Bacheloropleiding
Voorbeeldopgave van de Bachelor in Pedagogische Wetenschappen
In de brochure van de bachelor in Pedagogische Wetenschappen staat een voorbeeldopgave vermeld. Hiermee kun je je kennis over deze opleiding toetsen en kijken met welke vraagstukken een student te maken krijgt.
Heb je nog geen brochure? Vraag de brochure aan van de Bachelor in Pedagogische Wetenschappen.
Antwoord op voorbeeldopgave van de Bachelor in Pedagogische Wetenschappen
Het onderzoek naar de strategieën die beginnende docenten hanteren laat de volgende percentages zien:
- belonen en straffen (58%)
- focussen van de aandacht van de leerling (27%)
- relevantie van de leerstof aangeven (8%)
- vertrouwen geven aan de leerlingen (7%)
Een mix van strategieën
Opvallend genoeg bleek uit het onderzoek dat leerlingen meer tijd besteedden aan een opdracht wanneer de docent vaker de relevantie van de leerstof had aangetoond. Het gebruik van belonen en straffen hing juist samen met een lagere tijdsbesteding aan de opdracht. Dit betekent dus dat de meest gebruikte strategieën niet altijd de meest effectieve zijn. Het is daarom noodzakelijk dat (vooral beginnende) docenten een repertoire aan strategieën ontwikkelen, naast belonen en straffen.
Voorbeelden van domeinen waarop docenten de leermotivatie van leerlingen kunnen beïnvloeden zijn:
- de mate van autonomie die leerlingen krijgen tijdens het werken aan een opdracht
- de manier waarop studenten geëvalueerd worden
- het werken in groepen en het communiceren van verwachtingen van de docent en de leerling.
De gulden middenweg
Een goed evenwicht in de autonomie en keuzes die leerlingen krijgen is essentieel. Ongestructureerde en onbegeleide keuzes werken beangstigend en verlagen hierdoor de motivatie van leerlingen. Neem een opdracht als ‘Schrijf een paper over een onderwerp naar keuze waarbij het niet uitmaakt hoe je het paper opbouwt’. Opdrachten die te gestructureerd en begeleid zijn verminderen de motivatie net zo goed, want leerlingen raken verveeld en kunnen hun eigen ideeën niet kwijt. Het is dus zaak om een middenweg te vinden waarbij leerlingen een aantal mogelijkheden hebben. Zo kunnen ze nog steeds hun eigen interesses volgen.
Meer zelfvertrouwen = meer motviatie
Een ander voorbeeld dat voornamelijk het perspectief van de leerlingen belicht, gaat over hun verwachtingen over een opdracht. Of ze denken dat ze een opdracht wel of niet succesvol af kunnen ronden is gebaseerd op eerdere faal- en succeservaringen. Dit speelt een belangrijke rol bij hun motivatie. De verwachting dat men iets kan is namelijk zeer motiverend, zelfs wanneer deze verwachting niet correct is. Leerlingen met een hoog zelfvertrouwen geloven dat ze academische taken goed kunnen uitvoeren. Dit motiveert om te blijven proberen opdrachten succesvol af te ronden. Ook in de toekomst. Aan de andere kant ondermijnt een verwachting dat je iets niét kunt juist de motivatie. Het kan mensen ook weerhouden om nieuwe en uitdagende taken uit te proberen. Zelfs als blijkt dat iemand wel de capaciteiten heeft. Jongens hebben in dit opzicht overigens vaak meer zelfvertrouwen dan meisjes.
