IP-TELEFONIE (IPT, VoIP)
INLEIDING
Sinds 2005 wordt door de universtiteit gebruik gemaakt van IP-telefonie (IPT), soms ook wel VoIP (Voice-over-IP) genoemd. Deze technologie werd geintroduceerd in het kader van de inrichting van het T-gebouw (toenmalig nieuwbouw project). De andere delen van de campus bleven aanvankelijk gebruik maken van de klassieke c.q. analoge telefonie rond de huiscentrale. Eind 2007 werd echter besloten om deze inmiddels verouderde analoge installatie in zijn geheel te vervangen door IP-telefonie. Het doel werd gesteld om deze migratie af te ronden per eind 2009 zodat begin 2010 de oude centrale kan worden ontmanteld. Voorts is het zo dat alle nieuwe telefoons c.q. telefoonlijnen tegenwoordig worden gerealiseerd op basis van IP-telefonie. Bij de toepassing van IP-telefonie wordt het spraak- en faxverkeer digitaal afgehandeld over het ter plaatse beschikbare datanetwerk van de universiteit (EURnet). Zolang de oude bedrijfscentrale (analoge PABX) nog operationeel is wordt voorzien in een koppeling tussen de oude en nieuwe telefonieomgevingen. Binnen de gehele EUR kan men daarom gewoon blijven bellen met de normale 5-cijferige interne EURnummers. Gesprekken naar buiten de EUR dienen zoals gebruikelijk te worden opgezet door het intoetsen van de bekende voorloop nul.
KENMERKEN EN BIJZONDERHEDEN
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste zaken die gebruikers van de IPTelefonie oplossing.
SPECIALE TOESTELLEN
Er wordt gewerkt met speciale telefoontoestellen, zogenaamde IP-telefoons, ook wel IP-phones genoemd. Deze zien er anders uit dan de klassieke analoge toestellen. Ze zijn wat groter en beschikken standaard over een LCD display waarin status en bedieningsinformatie wordt weergegeven. Zo is rechtsboven in het scherm altijd het nummer van het toestel te vinden.
VERPLAATSEN VAN EEN IPTELEFOON
Een IP-phone kan in beginsel op elke voor IPT geschikt gemaakte data-outlet worden gekoppeld. Bijna alle data-outlets in de kantoren zijn inmiddels geschikt voor IPT. Dat betekent dat een toestel dus binnen de Universiteit kan worden verhuisd en functioneel blijft, zonder dat daarvoor tussenkomst van de telefoniebeheerder noodzakelijk is. Nadeel is wel dat dit tot gevolg heeft dat toestellen kunnen gaan "zwerven", hetgeen uit oogpunt van beheer lastig kan zijn.
VOICEMAIL FUNCTIONALITEIT
Gebruikers van IP-Telefonie kunnen desgewenst de beschikking krijgen over voice-mail functionaliteit. Voor het bedienen van de voice-mail functie is een beknopte handleiding beschikbaar:
handleiding voice-mail
VERSCHILLENDE TOESTELTYPES
Binnen de EUR wordt gewerkt met drie verschillende type IP-phones van Cisco Systems. Ze zijn opgenomen in onderstaande tabel. U kunt per toesteltype een gebruikershandleiding downloaden, naar keuze in de nederlandse of engels taal.
Beknopte nederlandstalige handleidingen (1 pagina): |
|
alternatieve handleidingen: |
|
AANSLUITEN TOESTEL OP DATANETWERK
Een IP-phone dient te zijn aangesloten op het datanetwerk van de universiteit. Dat betekent dat het apparaat m.b.v. een standaard UTP-kabel (van het fabrikaat Systimax Solutions) is aangesloten op een netwerkaansluiting (zogenaamde wall outlet). Raadpleeg de handleiding voor het maken van de juiste kabelverbinding. Uw eigen decentrale ICT servicedesk kan u hierover nader informeren.
TECHNIEK
De benodigde werkspanning voor de IP-phone wordt geleverd via de netwerkaansluiting. (dit wordt in technische termen in-line power of power-over-ethernet genoemd).
De voedingsspanning naar de telefoon wordt onderbroken zodra het toestel uit de netwerkaansluiting wordt getrokken. Na het weer inprikken van het toestel duurt het enige tijd voordat deze weer gebruiksklaar is. Het toestel doorloopt in deze tijd een opstartproces. De benodigde tijd hiervoor is afhankelijk van het specifieke type toestel (hoe luxer/groter het toestel, hoe langer de opstarttijd)
Dat de IPTelefoon gereed is voor gebruik kan in het display worden afgelezen; op dat moment verschijnt in de rechterbovenhoek het telefoonnummer van het toestel.
TOESTEL WIL NIET OPSTARTEN
Als een toestel onverhoopt niet door zijn opstartprocedure komt is er sprake van een technische storing, zeer waarschijnlijk op het niveau van de bekabeling en/of data-outlet. In deze situaties dient de gebruiker contact op te nemen met de facultaire I & A helpdesk.
ONDERSTEUNING TELEFONIE
In geval van storingen in het telefonieverkeer of voor vragen over het gebruik van de telefoon kan de gebruiker contact opnemen met de telefoniebeheerder: E-mail: mailto:telecom@nic.eur.nl
Telefoon: *999
PC AANSLUITEN OP DE IPTELEFOON
Het is mogelijk om een PC aan te sluiten op een IP-phone. Raadpleeg de handleiding van het toestel voor het maken van de juiste kabelverbindingen. Voor de aansluiting tussen toestel en PC kan gebruik gemaakt worden van de met de telefoon meegeleverde (zwarte) UTP-kabel, danwel van een kabel van het fabrikaat Systimax Solutions. De aangesloten PC is dan (indirect) verbonden met het datanetwerk van de universiteit. Hoewel er in deze situatie sprake is van een serieschakeling van telefoon en PC is dit voor de PC functioneel gelijk aan de situatie dat de PC direct via de netwerkaansluitpunt met het EURnet is verbonden. In dit verband moet wel worden opgemerkt dat wanneer men de IPTelefoon loskoppelt van het netwerk, hiermee ook de PC zijn connectiviteit verliest.
SNELHEDEN DATA
Een PC die via een IP-phone op het netwerk is aangesloten zal werken met de snelheid van de pc aansluiting van het betreffende toestel. Afhankelijk van het type toestel is dat (maximaal) 100 of (maximaal) 1000 Mbit/sec. Alleen de nieuwere toestellen (van het type 7941G-GE of 7961G-GE) ondersteunen 1000 Mbit/sec.




