Home   Informatie voor   Studenten   Bachelorstudenten   Bindend Studie Advies

Bindend Studie Advies

Algemeen

Voor alle eerstejaars bachelorstudenten van alle voltijdse bacheloropleidingen van de Erasmus School of Economics geldt een bindend studieadvies. Het bindend studieadvies is opgenomen in de Onderwijs- en Examenregeling van de opleiding. Het bindend studieadvies komt tot stand na vergelijking van de studieresultaten van de student met de gestelde normen en wordt afgegeven door de Examencommissie ESE.

Normen

Na het eerste studiejaar van de opleiding wordt gekeken of de student voldoet aan de gestelde normen. Het bindend studieadvies geeft een positief of een negatief advies over het voortzetten van de opleiding. Een negatief studieadvies leidt tot een afwijzing.

Voor het verstrekken van een bindend studieadvies wordt uitgegaan van de volgende norm:

Na studiejaar 1 (na jaar 1 van inschrijving): Na afloop van het eerste studiejaar van de opleiding dient de student alle onderwijseenheden van het eerste jaar te hebben behaald.

Verkregen vrijstellingen voor vakken uit het eerste studiejaar van de opleiding tellen mee bij de berekening van het totaal aantal behaalde credits. Het bindend studieadvies wordt niet verstrekt indien de student een verzoek tot uitschrijving indient vóór 1 februari in het eerste studiejaar van de opleiding. Studenten die zich in de bachelor-1 fase voor 1 februari uitschrijven, kunnen in het volgende academische jaar opnieuw met de bachelor starten, ongeacht het aantal behaalde credits.

Studenten van het mr.drs.-programma vinden de norm voor het bindend studieadvies terug in de Onderwijs- en Examenregeling, artikel 26, lid 7.

Studenten van het BSc² programma vinden de norm voor het bindend studieadvies terug in de Onderwijs- en Examenregeling, artikel 26, lid 2 en 8.

Afwijzing

Indien de studieresultaten op het peilmoment niet voldoen aan de gestelde normen, kan de student een afwijzing (ook wel aangeduid als een negatief bindend studieadvies) ontvangen voor de voortzetting van de opleiding. Bij het verstrekken van een afwijzing wordt rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden zoals omschreven in artikel 26 lid 8 van de OER van de opleiding.

Het gevolg van een afwijzing is dat de student zich voor een periode van drie jaar niet meer kan inschrijven voor dezelfde opleiding van de Erasmus School of Economics. Een afwijzing voor de bacheloropleiding Economie en Bedrijfseconomie respectievelijk IBEB geldt eveneens voor de bacheloropleiding Fiscale Economie en omgekeerd.
Resultaten en vrijstellingen die zijn behaald, vervallen terstond wanneer een negatief BSA is vastgesteld.

Bij een afwijzing voor de voortzetting van de opleiding, kan de student een (exit)gesprek aanvragen met een studieadviseur of studentendecaan. Indien de student dat wenst, wordt er tevens informatie gegeven over mogelijke andere opleidingsmogelijkheden.

Voortgangscontrole

Om studenten te informeren over hun voortgang, wordt er door de Examencommissie ESE tweemaal tijdens het eerste jaar van inschrijving een voorlopig advies (ook wel aangeduid als preadvies) uitgebracht aan in ieder geval die studenten waarvan wordt verwacht dat ze niet aan de norm kunnen voldoen.

Deze voorlopige adviezen zijn niet bindend, in tegenstelling tot het (definitief) bindend studieadvies over de voortzetting van de opleiding zoals dit wordt verstrekt na het eerste inschrijvingsjaar van de opleiding. De voorlopige adviezen hebben de functie van een waarschuwing aan studenten die dreigen de norm niet te behalen. Bij slechte respectievelijk onvoldoende studieresultaten wordt geadviseerd de studie te staken danwel om een afspraak met een studieadviseur te maken om de studieplannen en voortgang te bespreken. Persoonlijke omstandigheden die al zijn gemeld bij een studieadviseur worden niet meegenomen bij het uitbrengen van een voorlopig advies.

Studiebegeleiding

Naast twee voorlopige adviezen in het eerste jaar draagt de opleiding zorg voor de beschikbaarheid van studieadviseurs en een verplicht mentoraat voor eerstejaars studenten.

Persoonlijke omstandigheden

Er kan sprake zijn van persoonlijke omstandigheden die van invloed zijn op het studiegedrag en zodoende een negatief effect hebben op de studieresultaten. Indien persoonlijke omstandigheden van invloed zijn geweest op het studiegedrag, dan dient de student deze omstandigheden per omgaande aan een studieadviseur of studentendecaan te melden.

De persoonlijke omstandigheden die in acht kunnen worden genomen bij het uitbrengen van het studieadvies zijn uitsluitend:

  1. ziekte van betrokkene;
  2. lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis van betrokkene;
  3. zwangerschap van betrokkene;
  4. bijzondere familie-omstandigheden;
  5. lidmaatschap van de universiteitsraad, de faculteitsraad, het bestuursteam van de faculteit, het bestuur van de opleiding of de opleidingscommissie;
  6. overige omstandigheden als bedoeld in artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WHW.

Bij het uitbrengen van het definitieve advies wordt rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden indien deze omstandigheden de oorzaak zijn van onvoldoende studievoortgang. Alleen met persoonlijke omstandigheden die tijdig, dat wil zeggen binnen 4 weken na het begin er van, zijn gemeld bij een studieadviseur of een studentendecaan kan de examencommissie rekening houden bij het uitbrengen van een definitief advies.

Indien de examencommissie besluit dat er sprake is geweest van ter zake doende persoonlijke omstandigheden, kan zij besluiten het studieadvies pas in het volgende studiejaar uit te brengen.

Meer nieuws >>