Educatieve Minor Economie

Lijkt het je een uitdaging om voor de klas te staan, dan biedt de Educatieve minor je de kans! Haal een beperkte tweedegraadsbevoegdheid voor docent Economie in het voortgezet onderwijs. 

Naam van de minor Educatieve Minor: Economie
Code MINFEW15
Taal Nederlands
Penvoerende opleiding: Erasmus School of Economics (ESE)
Andere opleidingen die een bijdrage leveren aan de minor: ICLON lerarenopleiding Universiteit Leiden

Toegang:

 

Deze minor staat alleen open voor de studenten van de bachelor-opleidingen Economie en Bedrijfskunde. Zie ook de toelatingsmatrix.

Aanmelding

De aanmelding voor deze minor wijkt af van de aanmelding voor het reguliere aanbod. Je meldt je aan voor de minor door voor zondag 17 april (voor 17:00 uur) een email te sturen naar minor@remove-this.eur.nl. Daarbij dien je de volgende informatie en documenten mee te sturen: 

-       Naam, adres, woonplaats (let op: je adres wordt o.a. gebruikt voor de koppeling aan een stage)

-       Contactgegevens: telefoonnummer en email

-       Studentnummer

-       Opleidingsgegevens: opleiding, startdatum

-       Motivatiebrief (max. 1 A4)

Uiterlijk 1 mei krijg je van de centrale minorcoördinator (minor@remove-this.eur.nl) te horen of je bent toegelaten tot de minor.

Let op: De colleges voor deze minor vinden plaats in Rotterdam. Bij minder dan 10 deelnemers vindt het onderwijs voor alle vakken plaats in Leiden. De startweek van deze minor is 15 tot en met 18 augustus 2016 in Leiden. Deelname aan de startweek is verplicht. De doorlooptijd van de minor is langer dan gebruikelijk: je volgt onderwijs en loopt stage tot eind januari/begin februari 2017.

Inhoud

De educatieve minor biedt je de mogelijkheid om kennis te maken met het leraarschap. De educatieve minor bestaat uit een samenhangend pakket van 30 ECTS, bestaande uit 15 ECTS aan vakken en 15 ECTS praktijkstage op een school voor voortgezet onderwijs. De vakken zijn erop gericht om jou optimaal voor te bereiden op je stage, waarin jij voor de klas staat. Deze minor bevat dus een afgewogen combinatie van theoretische kennis en praktische vaardigheden en leert je bovendien de attitude die passend is voor het leraarschap. In combinatie met het bachelordiploma van je vakstudie levert de succesvolle afronding van de educatieve minor een beperkte tweedegraads bevoegdheid op (hiermee kun je lesgeven in de onderbouw van havo en vwo en het vmbo-t).

Leerdoelen:
Na afronding van de educatieve minor kun jij:

  • een goede samenwerking met en tussen leerlingen tot stand brengen
  • voor groepen leerlingen en individuen een veilige leeromgeving creëren
  • een krachtige leeromgeving inrichten waarin leerlingen zich op een goede manier leerinhouden van het vakgebied Economie eigen maken
  • in groepen leerlingen en in andere contacten met leerlingen een overzichtelijk, ordelijk en taakgericht leef- en werkklimaat tot stand brengen
  • relevante informatie uitwisselen met collega’s in de school en uitkomsten daarvan benutten.
  • relevante informatie uitwisselen met verzorgers van leerlingen buiten school en daarin te zorgen voor afstemming
  • eigen opvattingen over het leraarschap en de eigen bekwaamheden als leraar te expliciteren, kritisch te onderzoeken en verder te ontwikkelen op basis van theoretische inzichten en empirische gegevens
  • vakdidactisch ingrijpen in de leerstof met als doel de verlening van betekenis aan economische begrippen te vergroten

 Toelatingseisen:
Voor deze minor gelden de volgende toelatingseisen. Indien je niet aan de toelatingseisen voldoet, kun je niet geplaatst worden op deze minor:

  • Deze minor staat alleen open voor de studenten van de bacheloropleidingen Economie en Bedrijfskunde.
  • De educatieve minor omvat een fulltime programma gedurende een half jaar, waarbij je zowel les geeft als zelf colleges volgt. Het is niet mogelijk de minor met ander onderwijs te combineren.
  • ESE-studenten dienen de vakken van BA1 en blok 1 & 2 van BA2 te hebben afgerond.
  • RSM-studenten dienen de vakken van BA1 en trimester 4 van BA2 te hebben afgerond.
  • Voor alle bijeenkomsten geldt een aanwezigheidsplicht.

Organisatie

Maximum aantal studenten dat deel kan nemen aan de minor: 15
Minimum aantal studenten dat deel kan nemen aan de minor: n.v.t.

Aantal contacturen:
De minor is 30 ECTS, wat zich vertaalt naar een studiebelasting van 840 uur. Inclusief Startweek 24 uur), hoorcolleges (82 uur) en stage (120 uur) komt het aantal contacturen neer op 226 uur. De overige uren vul je met zelfstudie (voorbereiding lessen en colleges). De ervaring leert dat je deze uren hard nodig hebt.

Selectie en plaatsing

Indien er meer aanmeldingen zijn dan er plaatsen zijn, vindt er een selectie plaats. Hierbij wordt gekeken naar de motivatie en speelt ervaring/affiniteit met jongeren een rol. Huidige tweedejaars studenten die nog niet eerder een minor hebben gevolgd, krijgen voorrang bij plaatsing. Indien je geplaatst wordt op deze minor, dan geldt dit als een voorkeursplaatsing. Je kunt dan geen aanmelding meer indienen voor een andere minor. Uiterlijk 1 mei krijg je van de centrale minorcoördinator (minor@remove-this.eur.nl) te horen of je bent toegelaten tot de minor.

Overzicht vakken:

  • Leren en Instructie (5 ECTS)
  • Pedagogiek (5 ECTS)
  • Vakdidactiek (5 ECTS)
  • Praktijk (15 ECTS)

Leren en Instructie

Docent(en):      diverse
ECTS:               5
Collegejaar:      2016-2017
Voertaal            Nederlands

Leerdoelen

De student heeft kennis van en inzicht in de theorie en praktijk over klassenmanagement, algemene didactiek en schoolorganisatie.

Beschrijving

Bij Leren en instructie staan theorieën op het gebied van klassenmanagement, algemene didactiek en schoolorganisatie centraal. Deze theorieën worden in supervisiebijeenkomsten verbonden met de onderwijspraktijk van de studenten.

Werkvorm

Hoorcolleges, werkcolleges en zelfstudie.

Toetsing

- Tentamen: aan de hand van een aantal casussen wordt getoetst of de student theorie kan gebruiken bij het analyseren van de onderwijspraktijk

- Video-analyse regisseur (hierbij worden de rubrics professional, regisseur en vakdidacticus gebruikt)

Literatuur

  • Ebbens & Ettekoven, Effectief leren: basisboek, Noordhoff, 2012 (derde druk),  ISBN 9789001815448
  • Teitler, P.I. (2013), Lessen in orde, Coutinho, 2013 (tweede druk), ISBN 9789046903544
  • Reader ‘Leren en Instructie’

Contacturen

32 uur

Pedagogiek

Docent(en):      diverse
ECTS:               5
Collegejaar:      2016-2017
Voertaal:           Nederlands

Leerdoelen

  • De student heeft inzicht in recente theorie met betrekking tot psychologie van de adolescentie en pedagogisch handelen in de klas en in de school.
  • De student is in staat op een professionele manier gesprekken te voeren met leerlingen en ouders.
  • De student is in staat inzichten uit de theorie met betrekking tot psychologie van de adolescentie en pedagogisch handelen in de klas en in de school en ervaringen uit de onderwijspraktijk aan elkaar te verbinden.

Beschrijving

Gerelateerd aan recente theorie over de psychologie van de adolescentie komt  het pedagogisch handelen in de klas en in de school aan de orde. Daarnaast worden gespreksvaardigheden in relatie tot communicatie met leerlingen en ouders getraind. 

Werkvorm

Werkcolleges en zelfstudie.

Toetsing

  • Paper: aan de hand van een systematische benadering analyse van een casus over de eigen pedagogische praktijk (hierbij wordt het beoordelingsmodel casus pedagogiek gebruikt).
  • Verslag: analyse eigen gespreksvaardigheden.

Literatuur:

  • Slot, W., & Aken, M. van. (2010) (red.). Psychologie van de adolescentie. Baarn: ThiemeMeulenhoff. ISBN 978 90 06 95101 1.
  • Diverse artikelen die via Blackboard worden verspreid.

Contacturen

26 uur

Vakdidactiek

Docent(en):      diverse
ECTS:               5
Collegejaar:      2016-2017
Voertaal:           Nederlands

Leerdoelen

  • De student kan met behulp van bestaand lesmateriaal vaklessen ontwerpen en uitvoeren.
  • De student ontwikkelt een didactisch repertoire van eenvoudige varianten van activerende lessen.
  • De student kan evalueren in hoeverre doelstellingen zijn gerealiseerd en stelt op basis hiervan zo nodig zijn handelen bij.
  • De student ontwikkelt op basis van onderwijservaring en vakdidactische theorieën, een vakdidactische praktijktheorie en kan deze gebruiken voor het verantwoorden van de gegeven lessen en voor het formuleren en realiseren van voornemens op vakdidactisch gebied.

Beschrijving

In vakdidactiek staat het maken van keuzes over het wat en hoe van vaklessen centraal, waarbij de student in een achttal werkcolleges de cyclus doorloopt van ontwerpen, uitvoeren in de praktijk, evaluatie van lessen en theoretische analyse van de lessen. Voor de schoolvakken die zowel in onderbouw als bovenbouw worden gegeven staat in vakdidactiek het geven van lessen in de onderbouw centraal. Bovendien ligt in vakdidactiek het accent vooral op het ontwerpen en geven van eenvoudige varianten van activerende lessen aan de hand van het schoolboek.

Werkvorm

Werkcollege met zelfstudie en uitproberen van lessen in de praktijk.

Toetsing

Beknopte beschrijving van de vakdidactische praktijktheorie en twee lessen, zo mogelijk in de onderbouw, van de student. Deze lessen bestaan uit:

- lesontwerp en evaluatie-instrumenten, inclusief vakdidactische verantwoording
- evaluatieresultaten van leerlingen
- video-opname van 1 les
- vakdidactische analyse van de les met onderbouwde suggesties voor verbetering van de les.

Literatuur

Wordt per schoolvak nader bekend gemaakt.

Contacturen

24 uur

Praktijk

Docent(en):       diverse schoolbegeleiders en instituutsbegeleiders
ECTS:               15
Collegejaar:       2016-2017
Voertaal:           Nederlands

Leerdoelen

  • De student is in staat om met name voor leerlingen in de onderbouw van havo, vwo en vmbo-t vakonderwijs voor te bereiden, uit te voeren en te evalueren, leerlingen te begeleiden, leerstof te ontwikkelen en in de schoolorganisatie te participeren.
  • De student is in staat een veilige leeromgeving voor deze leerlingen tot stand te brengen.
  • De student is in staat deze leerlingen te helpen de basiskennis en principes van het schoolvak eigen te maken en hen vertrouwd te maken met de manier waarop deze kennis en principes worden gebruikt in het dagelijkse leven en in de wereld van het werken.
  • De student is in staat zijn opvattingen over het leraarschap en zijn bekwaamheid als leraar te onderzoeken, te expliciteren en te ontwikkelen.

Beschrijving

Praktijk start aan het begin van de opleiding en beslaat de eerste helft van de opleiding. Het omvat minimaal 120 klascontacturen, waarvan de student ten minste 60 uren zélf (deel)lessen geeft. Voor de schoolvakken die zowel in de onderbouw als bovenbouw worden gegeven, worden 40 van de 60 lessen in de onderbouw van havo, vwo en vmbo-t gegeven.

Werkvorm

Functioneren als docent waaronder verzorgen van onderwijs, observeren van lessen van collega’s, het voeren van gesprekken met leerlingen en ouders, bijwonen van vergaderingen, deelnemen aan schoolactiviteiten en ontwerpen van lesmateriaal. Daarnaast voert de student gesprekken met de begeleider op school (BOS) en met de supervisor.

Toetsing

Aan de hand van een zelfanalyse en informatie over het functioneren van de student in de praktijk (van leerlingen, vakcoach, BOS, schoolleiding) formuleert de supervisor een eindoordeel dat in het eindgesprek met de BOS en de student wordt besproken.

Contacturen:
min. 120 uur

Samenstelling van eindcijfer:
Het eindcijfer is een gewogen gemiddelde, bestaande uit het cijfer voor het praktijkgedeelte (15 ECTS, weging 50%) en de cijfers voor het totaal aan theoretische vakken (15 ECTS, weging 50%). Studenten dienen voor zowel het praktijkgedeelte als het totaal aan theoretische vakken een voldoende te behalen. Van de 3 theoretische vakken is het toegestaan voor maximaal 1 van de vakken een onvoldoende te halen, mits het resultaat van dit vak wel een 4,5 of hoger is en mits het gemiddelde van de 3 theoretische vakken een 5,5 of hoger is. Ieder theoretisch vak weegt even zwaar.

Feedback:
Voor de beoordeling wordt bij elk studieonderdeel (uitgezonderd Leren en Instructie) gebruik gemaakt van rubrics. De rubrics zijn gebaseerd op de eindtermen van de minor. Voor elk van de vijf beroepsrollen (professional, regisseur, vakdidacticus, pedagoog en lid van de schoolorganisatie) waarvoor wordt opgeleid, is een rubric beschikbaar. Op basis van verzameld bewijsmateriaal wordt voor elk aspect van een rubric aangegeven op welk niveau de student dit beheerst. Elke ingevulde rubric geeft derhalve aan op welke niveau de student een bepaalde beroepsrol beheerst. Naast een oordeel over het niveau waarop de student presteert en functioneert, geeft de docent ook een korte schriftelijke verantwoording van het oordeel.

Het studieonderdeel Leren en Instructie wordt afgesloten met een tentamen.

Contactinformatie

Contactpersoon ICLON

drs. Machteld Reuser 
reuser@remove-this.iclon.leidenuniv.nl
Tel: 071 527 34 84
www.iclon.leidenuniv.nl

Contactpersoon EUR

Aafke Hoefmans, MA
minor@remove-this.eur.nl
Tel: 010-408 1771
www.eur.nl/minor                                         

                                               

 


Bookmark and Share