EconomieOpinie.nl   Artikelen   detail

Meer concurrentie in de Nederlandse watersector gewenst

Meine Pieter van Dijk, 11 januari 2010

Volgens veel economen kan de drinkwatervoorziening in Nederland efficiënter geregeld worden, dat wil zeggen dat het minder zou hoeven kosten voor de klant. Daarvoor is volgens mij meer concurrentie wenselijk, maar dat lijkt moeilijk in een markt met regionale monopolies (het drinkwaterleidingnet van een bepaald waterbedrijf) en met beperkingen opgelegd door nationale en Europese regelgeving.

Engeland en Frankrijk hebben, elk op hun eigen manier, geprobeerd concurrentie mogelijk te maken. In Engeland is dit getracht door de publieke waterbedrijven aan particulieren te verkopen, maar die wel streng te reguleren en het recht van ‘common carriage’ op te leggen. Dit houdt in dat andere waterbedrijven gebruik mogen maken van het leidingnet van een regionaal monopolie, waardoor dat monopolie in feite wordt doorbroken. Het Engelse model heeft gezorgd voor een moderniseringsproces en vooral kleine gebruikers betalen minder dan voorheen. In Frankrijk moeten particuliere bedrijven met elkaar concurreren om te bepalen wie de komende 20 of 25 jaar de watervoorziening voor een bepaalde gemeente mag verzorgen. De strijd gaat vooral tussen een beperkt aantal grote bedrijven (Suez en Vivendi bijvoorbeeld). Het bedrijf dat de laagste prijs per liter in het vooruitzicht stelt krijgt de opdracht. In het Engels is dat ‘competition before the market’, in plaats van in de markt.

In Nederland hebben we, in tegenstelling tot Engeland en Frankrijk, gekozen voor quasiconcurrentie. Brancheorganisatie VEWIN verzamelt gegevens van Nederlandse waterbedrijven en doet een vergelijkende analyse om te laten zien welke bedrijven het goed doen en welke niet. Het gaat niet alleen om de prijs, maar ook om de kwaliteit en de zekerheid, die beide erg belangrijk gevonden worden door Nederlandse consumenten. Volgens onderzoek ondernomen voor de VEWIN zou dit wel tot enige efficiëntie verbetering hebben geleid. Het blijkt ook dat tarieven voor drinkwater in het noorden van het land de helft zijn van wat er per liter in de Randstad wordt betaald. Dat zou vooral komen omdat ze in het noorden meer schoon grondwater mogen gebruiken terwijl in de Randstad vervuild oppervlakte water drinkbaar moet worden gemaakt. Je zou verwachten dat zulke grote prijsverschillen leiden tot pogingen de efficiëntie te verbeteren in de Randstad en daardoor tot lagere prijzen voor de consumenten daar, maar dat is nauwelijks het geval. Wat ontbreekt er dan aan het Nederlandse systeem? Tot voor kort was deelname aan de rapportage op vrijwillige basis en nog steeds zijn de verschafte niet-financiële gegevens niet door een accountant geverifieerd. Ten tweede analyseert de brancheorganisatie zelf de gegevens, die niet vrij beschikbaar zijn voor onderzoekers, behalve indien zij werken in opdracht van VEWIN.

Ten slotte, directies en raden van bestuur van waterbedrijven maken niet voldoende duidelijk wat ze met de VEWIN-gegevens doen, maar ze lijken niet geprikkeld te worden tot het stimuleren van innovatie en meer efficiëntie. Hoe kan de efficiëntie en innovatie dan wel gestimuleerd worden in Nederland? Door wettelijk meer experimenten toe te staan, bijvoorbeeld door combinaties van verschillende nutsbedrijven zoals Delta (energie en water) enige ruimte te geven, in plaats van multi-utility bedrijven te dwingen de verschillende activiteiten strikt te scheiden, omdat in Nederland de aandelen van waterbedrijven alleen in publieke handen mogen zijn en die van energiebedrijven wel op de beurs verhandeld mogen worden. Dan kunnen schaal- en scopevoordelen gerealiseerd worden. Ook een mogelijkheid: particuliere deelname in publieke waterbedrijven toelaten en dat combineren met Engelse methoden van regulering en wetgeving, die de nadelen van regionale monopolies voorkomen. Door meer concurrentie kunnen innovatie en experimenten gestimuleerd worden in een sector die niet dezelfde dynamiek heeft getoond als bij voorbeeld de telefonie en elektriciteitsopwekking.


Publicatiedatum: 11 januari 2010



Meine Pieter van Dijk is bijzonder hoogleraar Urban management bij het Institute of Social Studies (onderdeel van de EUR) en sinds 2002 professor of Water Services Management at UNESCO-IHE Institute for Water education in Delft.