EconomieOpinie.nl   Artikelen   detail

DNB zit er maar mooi mee

Michiel Adriaansen, 12 januari 2010

De Nederlandse Bank (DNB) heeft de publieke taak de financiële stabiliteit van Nederland te bewaken. Met de invoering van de Wet op het financieel toezicht (Wft) is daarbij het prudentieel toezicht op de financiële soliditeit van financiële ondernemingen gekomen. Daarnaast is er de Autoriteit Financiële Markten die toezicht houdt op het gedrag van de gehele financiële marktsector.

Professor Arnold gaf in zijn EconomieOpinie.nl van oktober 2009 aan dat de scheiding tussen prudentieel toezicht en gedragstoezicht niet zo zwart-wit is als dat we in het verleden dachten. Ook verkeerd gedrag heeft consequenties voor de financiële stabiliteit. Hij verbindt er geen conclusies aan ten aanzien van het systeem van toezicht. Ik wil daar in deze opinie een verkenning naar doen. Een onderscheid tussen gedragstoezicht en prudentieel toezicht is naar mijn opvatting zeer wel te maken. En ook beide vormen van toezicht hebben effect op de financiële stabiliteit. Toch is het toezien op de financiële stabiliteit voor mij een andere, meer alomvattende, vorm van toezicht. Het is de vraag of DNB moet toezien op de stabiliteit van Nederland en op de financiële soliditeit van individuele ondernemingen? De rol lijkt er een te zijn geworden van een scheidsrechter in een voetbalspel die tegelijkertijd de taak van de lijnrechter heeft gekregen.

De primaire taak van DNB is als centrale bank het optreden als bank der banken. In die hoedanigheid werden kredieten verschaft ter overbrugging van tijdelijke liquiditeitstekorten. Deze taak is er een geworden van ´lender of last resort’. Een taak die wordt gezien als basis van het toezicht op de stabiliteit van het financiële systeem van nu. Centrale banken in andere landen zijn echter niet belast met het uitoefenen van prudentieel toezicht. Toch is daar in Nederland voor gekozen. Waarom? Omdat er enige samenhang tussen prudentieel toezicht en systeemtoezicht aanwezig is. Maar op grond van die redering, had en kan ook het gedragstoezicht bij DNB worden geplaatst. Is het vanwege de samenhang wenselijk en noodzakelijk dat deze verschillende soorten van toezicht in een instelling worden verenigd? Een andere keuze lijkt in die zin meer voor de hand te liggen. Zeker gezien de uitgangspunten ten aanzien van centrale banken.

Centrale banken zijn er volgens de algemene opvattingen om de financiële stabiliteit als geheel te waarborgen. Nederland is daarvan echter ten dele bij de invoering van de Wft van afgeweken. Het prudentieel toezicht is toegevoegd. In het huidige systeem worden individuele financiële instellingen gecontroleerd door DNB op de financiële soliditeit. En daarbij moet dan zeer bewust rekening worden gehouden wat voor effect een publicatie van de onjuistheden en onvolkomenheden van een individuele instelling heeft op de stabiliteit van de financiële markten. Als vervolgens dezelfde individuele instelling toch dreigt om te vallen, moet dezelfde DNB het financiële systeem als zodanig waarborgen. Hoe vrij is een instelling om zinvol prudentieel toezicht te houden als het belangrijkste doel (blijkbaar) is de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen? Deze spagaat is ook in de gezamenlijke nota handhavingsbeleid van DNB en de AFM van juli 2008 terug te vinden als het gaat over de uitoefening van beide vormen van toezicht.

Naar mijn opvatting zou toezicht op de financiële stabiliteit gescheiden moeten worden van toezicht op een individuele instelling, waarbij dan DNB als centrale bank toeziet op de financiële stabiliteit van Nederland. Dat betekent vervolgens ook dat het prudentieel toezicht elders een plaats dient te krijgen. En of dit nu bij een toezichthouder of bij meer toezichthouders dient te gebeuren, is een vraag die niet in deze EconomieOpinie.nl door mij wordt beantwoord. Het gedragstoezicht en prudentieel toezicht kunnen worden gecombineerd bij een toezichthouder die toeziet op individuele financiële instellingen. Ook kan worden gedacht aan het scheiden van gedragstoezicht en prudentieel over verschillende toezichthouders. Waarbij dan ook nog kan worden gekeken of dit cross-sectoraal plaatsvindt of per sector. Er zijn in ieder geval vele mogelijkheden.


Publicatiedatum: 12 januari 2010



Mr. Michiel P.L. Adriaansen is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Fiscaal Economisch Instituut van de EUR. Hij verricht zijn promotieonderzoek naar het bevorderen van normnaleving op financiële markten. Naast zijn werk in Rotterdam is hij eveneens verbonden aan Avans Hogeschool in Breda.