De bijzondere eigenschappen van de Chinese BBP cijfers

Philip Hans Franses en Heleen Mees, 3 maart 2010
Op 21 januari 2010 maakte China de jongste economische groeicijfers bekend. Deze cijfers waren onverwacht goed, en China maakte bekend dat vooral in 2009Q4 de economie in reële termen flink gegroeid was. Ook de voorspellingen voor 2010 zijn erg gunstig.[1]
In vergelijking met Nederland valt een tweetal aspecten van die groeicijfers op. Het eerste is dat China de BBP cijfers drie weken na het betreffende kwartaal reeds publiceert. Het Nederlandse CBS heeft daar 45 dagen voor nodig, hoewel de meeste andere westerse landen eerder hun flash estimates publiceren. Overigens, weer 45 dagen daarna herziet het CBS die cijfers, en pas na 3 jaar staan die dan min of meer vast. China herziet de initiële cijfers doorgaans bij de publicatie van de volgende kwartaalcijfers. Na een jaar verschijnen de definitieve data, hoewel die ook nog kunnen worden herzien naar aanleiding van de 5-jaren-census.
Om de verschillen met bijvoorbeeld de Nederlandse cijfers te kunnen duiden, is het zinvol de Chinese BBP cijfers eens nader te bestuderen. En, om cijfers van het Bruto Binnenlands Product (BBP) goed te kunnen interpreteren is het van belang om de eigenschappen van die gegevens goed te kennen.
Sinds 1992 maakt het National Bureau of Statistics of China (NBSC) de kwartaalcijfers van het BBP bekend. Van 1992 tot net met 2005 zijn deze beschikbaar in boekvorm, en sinds 2006 staan ze gegeven op de website van NBSC.
Anders dan gebruikelijk is in westerse landen, rapporteert China cumulatieve BBP cijfers. Men geeft jaarlijks (in 100 miljard Yuan) het BBP in kwartaal Q1, dan in kwartaal Q1+Q2, en aan het eind van het jaar dus Q1+Q2+Q3+Q4. In deze cijfers zitten ook alle tussentijdse revisies verwerkt. Een apart cijfer voor elk afzonderlijk kwartaal is wel te herleiden, maar interpretatie is dus lastig. In figuur 1 staan de BBP cijfers (nominaal in 100 miljard Yuan) voor 1992Q1 tot en met 2009Q4 (zoals ze vandaag bekend zijn).
Figuur 1: BBP (nominaal) per kwartaal in China, 1992Q1-2009Q4
Naast de nominale cijfers voor het BBP geeft het NBSC ook de groeicijfers, dan gecorrigeerd voor inflatie. Er is niet een enkelvoudige deflator voor BBP bekend, want het NBSC corrigeert per (deel-)sector voor inflatie. Het betreft hier weer de cumulatieve groeicijfers en men berekent de groei ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Het laatste cijfer per jaar betreft dus het hele jaar. In Figuur 2 staan de data voor 1992Q1-2009Q4 gegeven.
Figuur 2: BBP (reële groei) per kwartaal in China, 1992Q1-2009Q4
Een uitvoerige analyse van deze twee tijdreeksen in Franses en Mees (2010) [2], waarbij de data tot en met 2005Q4 zijn gebruikt om de eigenschappen van de data te beschrijven, en de gegevens voor 2006Q1 tot en met 2009Q4 zijn gebruikt om voorspellingen te evalueren geeft de volgende twee conclusies.
- Het niveau van het BBP in huidige prijzen (nominaal) kan door middel van extrapolatie bijzonder goed worden voorspeld, mede doordat de cijfers cumulatief worden gepresenteerd.
- De reële groeivoet van het BBP gedraagt zich als een willekeurige wandeling, en kan niet goed door middel van extrapolatie worden voorspeld.
De (absolute) voorspelfouten betreffende het nominale BBP zijn gemiddeld 0.60% (van het niveau in 100 miljard Yuan). Verder zijn de voorspelfouten voor het eerste kwartaal van elk jaar het grootst. De gemiddelde absolute voorspelfout, over 2006Q1-2009Q4, voor de reële groeicijfers is 0.75, ondanks dat de data een willekeurige wandeling lijken te volgen.
Nadere informatie:
[1] http://www.nu.nl/economie/2179076/chinese-economie-groeit-sterk-in-2010.html
[2] Franses, Philip Hans en Heleen Mees (2010), Approximating the DGP of China’s quarterly GDP, Econometric Institute Report 2010-04, Erasmus School of Economics
Publicatiedatum: woensdag, 03 maart 2010

Philip Hans Franses is hoogleraar Toegepaste Econometrie en hoogleraar Marketing Research aan de Erasmus School of Economics van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Heleen Mees is als promovenda en onderzoeker verbonden aan de Erasmus School of Economics. Naast econoom is Mees publiciste en columniste bij het NRC Handelsblad.