EconomieOpinie.nl » Artikelen » detail

Gelukkig Nieuwjaar

Door: Hans de Kruijk

Er is de laatste jaren veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar geluk, niet alleen door psychologen en sociologen, maar ook door economen. Ik zal proberen een overzichtje te geven van de wetenschappelijke stand van zaken van geluk.

Psychologen gaan er van uit dat iedereen een eigen geluksniveau heeft dat wordt bepaald door aangeboren eigenschappen. Natuurlijk heeft een ingrijpende gebeurtenis zoals het verlies van een geliefde grote invloed op uw geluksgevoel, maar dit is tijdelijk. Na verloop van tijd keert u weer terug naar uw natuurlijke geluksniveau. Aan de andere kant, niet getreurd als u de kanjerprijzenpot niet heeft gewonnen: het zou u slechts een tijdelijk geluksgevoel hebben opgeleverd. Wel duurt het aanpassingproces bij de één langer dan bij de ander. Het is net als bij het volgen van een dieet. U valt tijdelijk af, maar als u stopt keert u weer terug naar uw natuurlijke gewicht. Deze zogenaamde “set-point” theorie kan uw illusies wellicht ontnemen, maar kan ook heel geruststellend zijn.

Sociologen kijken vooral naar welke groepen mensen gelukkiger zijn dan andere. Zo zijn mensen met een vaste partner over het algemeen gelukkiger dan singles, net als mensen met een huisdier dan zonder huisdier. Gek genoeg blijkt het hebben van kinderen uw geluk niet te bevorderen evenmin als een academische graad.

Economen kijken in eerste instantie naar de invloed van inkomen op geluk. Weliswaar zijn mensen in rijke landen over het algemeen gelukkiger dan mensen in arme landen, maar dit betekent niet dat u automatisch gelukkiger wordt als u meer gaat verdienen. Geld maakt slechts gelukkig bij zeer lage inkomens. Voor het gros van de Nederlanders leidt een hoger inkomen niet of nauwelijks tot meer geluk. Hoe komt dit? De psycholoog Kahneman (1), die de Nobelprijs voor economie won in 2002 en een eredoctoraat kreeg van de Erasmus School of Economics in 2009, wijst er op dat het relatieve inkomen belangrijker is voor geluk dan het absolute inkomen. Wij vergelijken ons met anderen in onze omgeving. Als we allemaal 10 procent meer gaan verdienen verandert er niets aan ons relatieve inkomen en niets aan ons geluk, maar wat gebeurt er als u vanwege een promotie 20 procent meer gaat verdienen en de rest van Nederland 10 procent? Ook dan neemt uw geluk niet toe omdat u zich dan gaat vergelijken met uw nieuwe collega’s. De beste spelers van Excelsior gaan naar Feyenoord en zitten dan vaak op de bank. Om zich te bewijzen gaan ze misschien intensiever trainen en neemt de druk en de stress (ook thuis) toe. Zijn ze nu gelukkiger? Wat zou u doen? Het blijft tobben.

Gelukkig heeft The Economist in het kerstnummer van vorig jaar (2) laten zien dat leeftijd een belangrijke rol speelt in ons geluksgevoel. We weten dat onze studenten over het algemeen een prettig leven leiden, dat er een mid-life crisis bestaat en dat het geluksniveau tussen 20 en 50 jaar daalt. Wat we nog niet wisten, is wat er daarna gebeurt. Het blijkt dat ons geluksniveau daarna weer stijgt, ook als we corrigeren voor inkomen, werkstatus en kinderen. Dit komt hoofdzakelijk doordat 50-plussers hun aspiratieniveaus hebben bijgesteld. Ze weten beter wat ze wel en niet kunnen en zijn eerder geneigd dit te accepteren. Ook zijn ze beter in staat tot het verwerken van tegenslagen en zijn ze minder bang.

Al met al, hieronder heb ik een poging gedaan de inzichten van de verschillende disciplines in één grafiek samen te vatten. U ziet 2 U-curves, de bovenste is van persoon 1 en de onderste van persoon 2. Psychologen hebben ons geleerd dat persoon 1 een hoger aangeboren geluksniveau heeft dan persoon 2. Economen voegen hier aan toe dat leeftijd een rol speelt, zodat ons natuurlijke geluksniveau gedurende ons leven niet horizontaal is, maar een U-vorm heeft. Sociologen voegen hier aan toe dat wij van dit vaste patroon ietsje kunnen afwijken door (tijdelijk) tot een andere groep te gaan behoren (stippellijn).



Dus, misschien kunt u uw natuurlijke geluksniveau toch nog ietsje beïnvloeden, bijvoorbeeld door te proberen een vaste relatie aan te gaan of een hond te nemen. Lukt dit niet, wees gerust, u wordt vanzelf ouder en daarmee gelukkiger. Ik wens U een gelukkig 2012.

Nadere informatie:

Referenties:

1) Kahneman, Daniel, Alan B. Krueger, David Schkade, Norbert Schwarz, and Arthur A. Stone. 2006. “Would You Be Happier If You Were Richer? A Focusing Illusion.” Science 312, no. 5782 (June): 1908–10.
2) The Economist, 18-31 December, 2010.


Publicatiedatum: maandag, 02 januari 2012



Hans de Kruijk is universitair docent ontwikkelingseconomie aan de Erasmus School of Economics en consultant voor de Verenigde Naties, de Aziatische Ontwikkelingsbank en de Wereldbank voor armoedeonderzoek in ontwikkelingslanden.