EconomieOpinie.nl » Artikelen » detail

Openheid bij lobbyen en de beperkingen van transparantie

Dana Sisak, 3 januari 2012

Op 20 maart 2009 kwam de Amerikaanse president Obama met een presidentieel decreet over het verantwoord besteden van geld uit fondsen opgericht in het kader van de Recovery Act, een wet die is bedoeld om de economie na de crisis een duwtje in de rug te geven.

In dit decreet belooft hij om alle contacten met lobbyisten over het verdelen van Recovery Act-geld binnen drie werkdagen openbaar te maken. Als reactie hierop kwam de Sunlight Foundation, een onafhankelijke non-profitorganisatie die streeft naar openheid en transparantie bij de overheid, met haar eigen voorstel voor het direct bekendmaken van lobbyinformatie. Ook voert de organisatie momenteel campagne voor een amendement bij de Lobbying Disclosure Act (LDA).[1] Dit is het idee: na een ontmoeting met een lobbyist publiceert de overheidsinstelling via een gestandaardiseerd platform meteen een samenvatting van de bijeenkomst, en de resultaten zijn via het internet direct toegankelijk voor het grote publiek. In plaats van vier keer per jaar geïnformeerd te worden, kunnen journalisten en het publiek besluiten van beleidsmakers en hoe deze zijn beïnvloed, direct beoordelen. In Nederland is het standpunt met betrekking tot transparantie nog niet zo verstrekkend. Politieke partijen bijvoorbeeld, hoeven giften onder de €4.537,80 niet openbaar te maken. Bovendien bestaan er geen sancties voor partijen die de regels overtreden.[2] Toch staat het onderwerp transparantie steeds meer in de belangstelling van het publiek en de media.

Hoewel transparantie een noodzakelijke voorwaarde is voor het afleggen van verantwoording, een van de pijlers van een goed functionerende parlementaire democratie, is het niet eenvoudig om te bepalen of er sprake moet zijn van onbeperkte en directe transparantie. Hierbij wil ik graag de aandacht vestigen op een effect van te veel transparantie dat momenteel te weinig aandacht krijgt in het publieke debat. Door lobbyinformatie direct bekend te maken, worden de concurrerende lobbyisten op de hoogte gebracht van elkaars belangen en activiteiten, en dit kan negatieve gevolgen hebben. De concurrentie kan heviger worden en meer verspilling opleveren.

Deze redenering kan worden geïllustreerd met het volgende fictieve voorbeeld. Twee lobbyisten onderhandelen met een politicus over een bepaalde beleidskwestie, bijvoorbeeld een wet voor strengere milieuregels. Van één van de lobby’s, laten we zeggen de milieulobby, is bekend hoeveel belang die hecht aan deze kwestie, terwijl de andere lobby, die van het bedrijfsleven, veel of juist weinig belang hecht aan het tegenhouden van het beleid, wat alleen bij de lobby zelf bekend is. Het belangrijkste inzicht dat de basis van onze conclusie vormt, komt voort uit de volgende observatie: de concurrentie, en dus de hoeveelheid geld die besteed wordt aan lobbyen, is het grootst wanneer beide rivalen evenveel belang hechten aan een kwestie. De concurrentie wordt minder naarmate het verschil in waardering groter is. Het direct bekendmaken van lobbyinformatie verhevigt de concurrentie, vooral wanneer de milieulobby relatief veel belang hecht aan de kwestie en de bedrijfslevenlobby er net zo veel belang aan hecht. Want dan weten de lobbyisten dat ze even ‘sterk’ zijn en zullen ze hard concurreren.

Uiteraard is de grote vraag wat beide partijen zouden doen wanneer ze niet verplicht waren om lobbyinformatie bekend te maken. Zou de milieulobby willen weten hoeveel belang de bedrijvenlobby aan het beleid hecht? Als het belang van de milieulobby groot is, dan is het in feite beter om niet te weten hoeveel belang de tegenstander eraan hecht. Als uit deze informatie blijkt dat het bedrijfsleven er ook veel belang aan hecht, dan wordt de concurrentie heviger en worden er meer middelen verspild, ook vanuit het oogpunt van de lobbyist gezien. Wanneer daarentegen blijkt dat het bedrijfsleven maar weinig belang hecht aan het tegengaan van het beleid, dan wordt de milieulobby niet gestimuleerd om nog veel te investeren. Onwetendheid heeft twee voordelen. De sterke milieulobby kan de dreiging dat ze een sterke tegenstander zijn, gebruiken om de zwakke rivaal af te schrikken. Tegelijkertijd kan men de mogelijkheid dat ze een zwakke tegenstander zijn, gebruiken om de sterke rivaal tot bedaren te brengen. In dit geval komt onwetendheid dus duidelijk goed van pas.

Wat zou er gebeuren wanneer de bedrijvenlobby vrijwillig bekend zou maken hoeveel belang ze hechten aan de kwestie? Staat men tegenover een milieulobby die er relatief veel belang aan hecht, dan zal de concurrentie hevig zijn indien de bedrijvenlobby laat weten er ook veel belang aan te hechten, en minder hevig wanneer de bedrijvenlobby er minder belang aan hecht. Omdat er zonder openheid sprake zal zijn van een gemiddelde concurrentie, geven bedrijvenlobby’s die ergens weinig belang aan hechten de voorkeur aan openheid; voor lobby’s die ergens veel belang aan hechten geldt het tegenovergestelde. Maar de verwachte uitkomst wordt duidelijk gedomineerd door hoe het de lobby vergaat wanneer deze ergens veel belang aan hecht, omdat dit zowel het profijt als de kansen op winst verhoogt.

Als gevolg hiervan komen de lobbyisten overeen om, wanneer de milieulobby relatief veel belang hecht aan de kwestie, niet bekend te maken hoeveel belang de bedrijvenlobby eraan hecht. Zo profiteren beide partijen van de verminderde concurrentie, evenals de maatschappij als geheel.

In het algemeen moeten we de voorstanders van directe bekendmaking dus tot voorzichtigheid manen. Wanneer de transparantie-eisen al relatief hoog zijn, kan het invoeren van directe bekendmaking nadelige effecten hebben. Er zal dan, als het gaat om het afleggen van verantwoording, niet veel extra winst behaald worden met directe bekendmaking. Het kan zelfs leiden tot een surplus aan informatie. Aan de andere kant zullen concurrerende lobbyisten met zeer grote belangen in het beleid extreme aandacht besteden aan de openbaar gemaakte informatie, en daardoor kan de concurrentie meer verspilling opleveren.

Nadere informatie:

[1] www.publicmarkup.org

[2] www.rekenkamer.nl


Publicatiedatum: dinsdag, 10 januari 2012



  Dana Sisak is op dit moment universitair docent aan de Erasmus School of Economics. Zij heeft onder meer gestudeerd aan University of California, Berkeley en is gepromoveerd aan de universiteit van St. Gallen, Zwitserland. Op dit moment werkt ze aan een paper genaamd: “Where Ignorance is Bliss, ’tis Folly to be Wise”: Transparency in Contests (met Philipp Denter and John Morgan)