EconomieOpinie.nl   Artikelen   detail

Het Catshuispakket redt de schatkist maar verzuimt de economie te versterken

Door: Ivo Arnold

Toen in oktober 2002 het kabinet-Balkenende I na een politiek avontuur met de LPF al na 86 dagen ten val kwam, keek niemand de volgende ochtend naar de reactie van de financiële markten. Van kredietbeoordelaars hadden de meeste mensen nog nooit gehoord. Hoe anders is het nu. Op de val van de gedoogcoalitie volgden meteen een rentestijging en een waarschuwing van Moody’s.

Staat Nederland er dan zoveel slechter voor dan in 2002? Dat valt wel mee. Ondanks de kredietcrisis is ons BBP per hoofd van de bevolking nu 10% hoger dan toen. De hypotheekschulden en de staatsschuld zijn weliswaar gestegen, maar daar staat ook een forse stijging van de bezittingen tegenover. Zo steeg het externe vermogen van Nederland (het saldo van buitenlandse bezittingen en vorderingen) van € -113 miljard in 2002 naar € +224 miljard in 2011. De pensioenvermogens groeiden in diezelfde periode aan van € 435 miljard tot € 870 miljard. Deze vermogensaangroei past ook bij een land dat jaar na jaar een handelsoverschot laat zien.

Vraagtekens over kredietwaardigheid
Toch riep kredietbeoordelaar Fitch vorige week dat Nederland het risico loopt de AAA-rating te verliezen als de staatsschuld verder oploopt. Dit is tekenend voor de huidige fixatie op schulden en de blindheid voor de daar tegenover staande activa. Fitch zou het recent gepubliceerde Global Financial Stability Report van het IMF eens moeten lezen, waarin een overzicht van de netto schuldenpositie van overheden is opgenomen. Dit is het bedrag dat resteert wanneer de staatsschuld wordt verminderd met de financiële activa van de overheid. Dan daalt de Nederlandse schuldquote van 70.1% naar 36.0% van het BBP, het laagste percentage van de eurolanden (en ook veel lager dan Duitsland). Deze lage netto schuldpositie relativeert de urgentie om in 2013 precies op een begrotingstekort van 3% uit te komen.

Als onze vermogenspositie zo solide is, waarom dan toch die twijfel over de Nederlandse kredietwaardigheid? Er zijn drie oorzaken. Sinds de kredietcrisis is de eurozone veranderd van een veilige haven in een bron van instabiliteit die voor iedere deelnemer risico’s oplevert. Bovendien dreigt de politieke instabiliteit, die ten tijde van de LPF nog een aberratie leek, nu een patroon in de Nederlandse politiek te worden. De daarmee samenhangende oorzaak is het ontbreken van een overtuigende aanpak van de economische problemen.

Zoeken naar snel geld
Het afgeketste Catshuispakket bevat 42 maatregelen die vooral gericht zijn op het snel binnenhalen van geld via lastenverzwaringen en loonmatiging. De nullijn en de BTW-verhoging drukken zwaar op de koopkracht en zorgen ervoor dat de consumptie de komende jaren zal blijven dalen. Grote hervormingen in de arbeidsmarkt, woningmarkt en de zorgsector met het oog op de vergrijzing blijven uit. Maar ze blijven wel boven de markt hangen en daarmee de onzekerheid voeden.

Het Catshuispakket is daarmee sterk procyclisch en weinig groeibevorderend. Ook een kredietbeoordelaar zou hier vraagtekens bij plaatsen, getuige de volgende statement van Standard & Poor’s naar aanleiding van de afwaardering van Frankrijk in januari 2012: “As such, we believe that a reform process based on a pillar of fiscal austerity alone risks becoming self-defeating, as domestic demand falls in line with consumers' rising concerns about job security and disposable incomes, eroding national tax revenues.”

Weinig hervormingen
Van de kleine hervormingsstapjes die het Catshuispakket bevat is de doorbreking van het taboe op een hervorming van de hypotheekrenteaftrek de belangrijkste. Maar het voorstel levert geen snel geld op voor de schatkist. Integendeel. De verlaging van de overdrachtsbelasting wordt verlengd (kosten € 1.2 miljard) terwijl de renteaftrek alleen voor nieuwe gevallen wordt beperkt. Een lang overgangsregime voor de huizenbezitter is nog te billijken, om een geleidelijke aanpassing aan de nieuwe situatie mogelijk te maken. Maar een groot deel van het belastingvoordeel komt ook de komende jaren nog steeds bij de banken terecht. Een langdurig overgangsregime heeft dus als nadeel dat het de subsidie aan de banken onnodig lang in stand houdt.

Het Catshuispakket stelt hier een verhoging van de bankenbelasting van 300 naar 600 miljoen tegenover. Maar dit is in verhouding hiermee een te laag bedrag. Een substantiëlere winstafroming van de financiële sector is mogelijk, ook als je nagaat hoeveel vet de banken nog op hun botten hebben. Zo liggen de lonen in het bankwezen op een veel te hoog niveau. Vooral in de tien jaar voorafgaand aan de kredietcrisis is het beloningsbeleid bij banken ontspoord. Dit waren de jaren waarin banken alsmaar groter werden, slechte producten aan klanten gingen verkopen, profiteerden van de fiscaal gefaciliteerde huizenzeepbel en internationaal gingen avonturieren. Niet alleen de topmannen profiteerden hiervan, maar iedereen die in de sector werkzaam was. Sinds de start van de kredietcrisis is de groei er weliswaar uit, maar is het beloningsgat met de rest van de economie nog steeds even groot. De instandhouding van deze overbetaling is niet te rechtvaardigen in een tijd waarin de regering de nullijn wil handhaven voor ambtenaren die werken in de zorg en het onderwijs en ook op andere gebieden pijnlijke bezuinigingen doorvoert.

Nieuwe regering, nieuwe kansen
Het is aan een nieuwe coalitie om een betere balans te vinden tussen bezuinigen en hervormingen, en serieuzer te snijden in de rechtse hobby van het subsidiëren van de financiële sector. In de tussentijd zullen de financiële markten en kredietbeoordelaars nerveus blijven vanwege de politieke impasse. Maar het is moeilijk voorstelbaar dat zij enthousiast zouden hebben gereageerd op dit fantasieloze en procyclische pakket aan maatregelen.

Nadere informatie:

Deze opiniebijdrage is eerder verschenen op het onafhankelijke discussieforum www.mejudice.nl


Publicatiedatum: 25 april 2012



Ivo Arnold is opleidingsdirecteur, plaatsvervangend decaan en deeltijdhoogleraar economisch onderwijs aan de Erasmus School of Economics.
Tevens is hij hoogleraar monetaire economie aan Nyenrode Business Universiteit. Hij vervulde bij Nyenrode achtereenvolgens de functies van PhD director, programme director van het executive MBA en voorzitter van de vakgroep Finance.
Arnold heeft daarnaast een ruime onderwijservaring. Hij wordt vaak geraadpleegd om zijn visie te geven op monetair economische onderwerpen.