Wat te doen bij (seksuele) intimidatie

Dit is een richtlijn hoe te handelen voor melders van seksuele intimidatie op de werkplek. De richtlijn is samengesteld onder verantwoordelijkheid van het Netwerk Universitaire Vertrouwenspersonen Nederland. Gebruik van deze tekst door derden buiten de doeleinden van het Netwerk UVP is niet toegestaan.

Definitie
Van seksuele intimidatie is sprake wanneer een persoon bepaald gedrag of de aandacht van een ander als ongewenst seksueel getinte aandacht ervaart. Deze aandacht kan verbaal (opmerkingen, insinuaties) en/of non-verbaal (kijken, bepaalde gebaren) en/of fysiek (aanraken) zijn.

Wanneer moet u actie ondernemen?

  • Als u last heeft van seksuele getinte opmerkingen of aanrakingen;
  • als u non-verbaal gedrag van de ander als seksueel intimiderend ervaart;
  • als u last heeft van intiem of seksistisch gedrag van collega’s onderling;
  • als de sfeer op het werk bedorven wordt;
  • als u zich niet veilig voelt op de werkplek;
  • als uw werk, uw beoordeling of de wijze waarop er met u omgegaan wordt, beïnvloed wordt door uw weigering op avances in te gaan.

Wat kunt u zelf?

  • Spreek de pleger aan (bijvoorbeeld: “ik voel mij ongemakkelijk als je opmerkingen maakt over …”)
  • benoem het gedrag dat u hindert zo concreet mogelijk;
  • beschrijf precies om welke opmerkingen of handelingen het gaat;
  • geef aan hoe je wél bejegend wil worden;
  • zoek steun bij een collega en toets uw idee bij een buitenstaander.

Wat kunt u verwachten?
Omdat het bij seksuele intimidatie vaak om subjectieve ervaringen gaat, kun je heel verschillende reacties van de “pleger” verwachten. Wees daarop voorbereid.
Bijvoorbeeld:

  • Iemand kan ontkennen dat hij1 het als seksuele intimidatie bedoeld heeft;
  • iemand kan uw mening bagatelliseren en u “kinderachtig” of “preuts’ noemen;
  • iemand kan zielig doen (“je ruïneert mijn carrière met je aantijgingen..”);
  • iemand kan agressief worden en u beschuldigen van valse aangifte;

óf
degene neemt u serieus en zegt dat hij er in het vervolg rekening mee zal houden. Hij was zich niet bewust van het effect van zijn gedrag.

Wat kunt u doen als de ander negatief reageert?

  • Blijf bij uw boodschap;
  • ga niet in discussie (buig niet voor boosheid);
  • herhaal steeds uw eigen boodschap.

Wat moet u zeker niet doen?

  • Denken dat het aan uzelf ligt;
  • denken dat u preuts of kleinzielig bent;
  • denken dat het vanzelf wel over gaat.

Wat kunt u doen als een collega van u dit overkomt?

  • Uw collega serieus nemen;
  • het opnemen voor uw collega in intimiderende situaties;
  • niet afwachten of uw collega zelf wat doet;
  • vragen of hij het gedrag acceptabel of hinderlijk vindt;
  • met goedvinden van uw collega de leidinggevende informeren.

Wie schakelt u in en wanneer?

  • Schakel uw leidinggevende in als u een machtsstrijd verwacht;
  • schakel uw leidinggevende in als de pleger hiërarchisch boven u staat;
  • schakel de leidinggevende van uw baas in als deze de pleger is;
  • schakel de vertrouwenspersoon in voor advies en coaching nodig hebt
  • schakel zonodig de bedrijfsarts, het bedrijfsmaatschappelijk werk en/of personeelszorg in;
  • doe aangifte bij de politie als het om strafbare feiten als stalking, aanranding of verkrachting gaat.

Tenslotte

  • Leg vast op papier wat er gebeurt: de woorden die gebruikt worden, de momenten waarop het gebeurt, hoe vaak het voorkomt, welk effect het op u heeft.
  • Wees niet bang, ga niet geloven wat die ander zegt.
  • laat je niet overmeesteren door het probleem
  • bewaar mailtjes of sms-jes als bewijs
  • laat ongewenste mailtjes in een aparte box binnen komen (bij lastig vallen/ stalking) Zo kun je ze bewaren en hoef je ze niet zelf te lezen

1 Waar “hij” staat wordt “hij of zij” bedoeld, waar “zijn” staat wordt “ zijn of haar” bedoeld.

Richtlijn-NUVP-19 april 2005