Jaarverslag 2010
Sociaal jaarverslag
- Arbo- en gezondheidsbeleid EUR
Arbo- en gezondheidsbeleid EUR
Arbo? Vanzelfsprekend bij de EUR!
De Erasmus Universiteit staat voor een gezonde, veilige en respectvolle werkomgeving voor haar 2300 medewerkers. Het arbobeleid schept hiervoor de voorwaarden. Een prettige sfeer op de afdeling en de juiste verhouding tussen de werkdruk en de belastbaarheid van de medewerkers dragen daaraan bij.
Medewerkers leeftijdsopbouw
De leeftijdsverdeling op peildatum 31 december 2010 vertoont een herkenbaar beeld vergeleken met voorgaande jaren. De leeftijdscategorieën 25-29 jaar en 30-34 jaar zijn het grootst met respectievelijk 404 en 390 medewerkers. Vanaf 35 jaar loopt het aantal medewerkers langzaam terug naar 166 medewerkers tussen de 60 en 64 jaar.
Percentueel gezien zijn de mannen het meest vertegenwoordigd in de leeftijdscategorieën 25-29, 50-54 en 60-64 jaar, elk 14%. Van alle vrouwelijke medewerkers zitten de meeste vrouwen (18%) in de categorie 25-29 jaar.
Student-assistenten zijn niet meegenomen in de telling.
Risico-inventarisatie en evaluatie
Met als uitgangspunt het arbo- en verzuimbeleid van de EUR te actualiseren is in 2010 een begin gemaakt met de uitvoering van een nieuwe Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Duidelijk werd dat de RI&E en de bijbehorende plannen van aanpak mede door inhoudelijke taakwijzigingen en verhuizingen niet meer up-to-date was. De EUR heeft besloten om de RI&E per organisatieonderdeel door Maetis Arbodienst uit te laten voeren.
De EUR besteedt de komende jaren speciale aandacht aan psychosociale arbeidsbelasting; vooral aan het aspect werkdruk. De organisatie van het werk mag geen nadelige invloed hebben op de veiligheid en gezondheid van medewerkers en studenten. De EUR wil haar beleid daarom richten op de werkzaamheden en werkomstandigheden en deze laten aansluiten bij de kwaliteiten van medewerkers. Dit moet de werkdrukproblematiek en de negatieve gevolgen voorkomen of beperken.
Een groot deel van de inventarisatie heeft plaatsgevonden door een rondgang van de arbodienst langs nagenoeg alle werkplekken. De welzijnsaspecten zijn geïnventariseerd door gestructureerde groepsinterviews; ongeveer 10% van de medewerkers per organisatieonderdeel heeft deelgenomen. Ook heeft per organisatieonderdeel een beleidsmatige inventarisatie plaatsgevonden. Die bestond mede uit een interview met de beheerder.
Bij een aantal organisatieonderdelen is de RI&E afgerond en is in overleg met de medezeggenschap een plan van aanpak opgesteld. Bij andere onderdelen is men nog bezig of moet het project in 2011 nog starten. Tot nu toe is - op enkele knelpunten na - geconstateerd dat de arbozorg aan de EUR afdoende is geregeld. Uit het welzijnsonderzoek blijkt wel dat een beperkt deel van de medewerkers werkdruk ervaart. Tevens wordt geadviseerd om over beeldschermwerk en psychosociale arbeidsbelasting een PMO (preventief medisch onderzoek) uit te voeren. Uiteraard zal de EUR zich in overleg met betrokken partijen inzetten voor verbetering van de arbeidsomstandigheden. Gelet op omvang van de universiteit en de organisatorische aspecten van de RI&E zal de doorlooptijd van het project tot zeker begin 2012 zijn.
Arbeidsinspectie en EUR
In 2010 heeft de Arbeidsinspectie een onderzoek uitgevoerd naar psychosociale arbeidsbelasting (PSA) bij vier capaciteitsgroepen van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid / Erasmus School of Law. Het onderzoek had een respons van 28%. 70% van de werknemers van drie capaciteitsgroepen ervaart regelmatig en soms ook structureel stress in of door het werk. De bevindingen zijn door de Arbeidsinspectie getoetst aan de hand van enkele interviews met werknemers. Op basis van de uitkomsten van het vragenlijstonderzoek, de ontvangen stukken - zoals het arbo- en milieujaarverslag EUR, arbocatalogus Nederlandse Universiteiten en beleid ziekteverzuim EUR - en de interviews, acht de Arbeidsinspectie intensivering van de beleidsvoering rond PSA noodzakelijk. Daarbij dient de EUR beleid te formuleren over de in de analyse genoemde werkdrukbronnen.
De EUR zal binnen twaalf maanden maatregelen ontwikkelen en toepassen om de werkdrukbronnen tegen te gaan. Hierna voert de Arbeidsinspectie een nameting uit.
Ziekteverzuimbeleid blijft een uitdaging voor de EUR
Het ziekteverzuimpercentage is in 2010 zo goed als gelijk gebleven met 2.36%. Al jaren kent de EUR een laag verzuimpercentage. Het gemiddelde verzuimcijfer over de jaren 2005 - 2010 is 2.24%.
De EUR voert een actief beleid om het ziekteverzuim te beheersen, onder meer door een consequent doorgevoerde verzuimregistratie. Ook onderneemt zij in samenwerking met de arbo-arts acties, gericht op het terugdringen van ziekteverzuim, terugkeer naar werk en het voorkomen van ziekte. Eén van de taken van de HR afdeling hierbij is het ondersteunen van zowel de medewerker als de leidinggevende.
Ziekteverzuimpercentage
Personeelscategorie | |
WP | 1,40 |
OBP | 3,52 |
WP & OBP | 2,36 |
Gemiddelde ziekteduur in dagen
Personeelscategorie | |
WP | 13,58 |
OBP | 9,69 |
WP & OBP | 10,69 |
Ziekmeldingsfrequentie (gemiddelde aantal ziekmeldingen p.p.)
Personeelscategorie | |
WP | 0,51 |
OBP | 1,44 |
WP & OBP | 0,99 |
Percentage niet zieke personeelsleden
Personeelscategorie | |
WP | 72,80 |
OBP | 62,42 |
WP & OBP | 66,90 |
Inclusief studentassistenten, exclusief zwangerschapsverlof.
Op spreekuur
In totaal hebben 734 medewerkers in 2010 het spreekuur van de arbo-arts bezocht: 635 wegens ziekte (verzuimbegeleiding), 37 op verzoek van de werkgever wegens frequent verzuim en 62 op verzoek van de werknemer zelf.
Het spreekuur van de arbo-arts is vrij toegankelijk voor alle medewerkers met vragen over arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten, zoals beeldschermwerk, fysieke belasting of een aanpassing van de werkplek. Elf medewerkers hebben in 2010 door tussenkomst van de arbo-arts een beeldschermbril laten aanmeten.
Beroepsziekten
De EUR is verplicht eventuele beroepsziekten te (laten) melden aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. Het melden is een taak van de arbodienst. Maetis heeft in 2010 geen enkele beroepsziekte gemeld.
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
In 2010 is er geen WIA-instroom geweest.
Gratis griepprik
De EUR stelt haar medewerkers jaarlijks in de gelegenheid om gratis gevaccineerd te worden tegen de griep. In 2010 zijn door de arbo-arts in totaal 245 griepvaccinaties verstrekt en zeven door een collega-arts bij het ISS in Den Haag.
Bedrijfsmaatschappelijk werk
Humanitas Bedrijfsmaatschappelijk Werk biedt bij de EUR methodische, doelgerichte en effectieve hulpverlening bij problemen uit de dagelijkse praktijk van medewerkers. De inzet is gericht op problemen in het werk of de privésituatie met gevolgen voor het werk.
In 2010 hebben 85 medewerkers een beroep gedaan op bedrijfsmaatschappelijk werk. De belangrijkste aanleiding voor een interventie door het bedrijfsmaatschappelijk werk zijn problemen in de persoonlijke levenssfeer. Op de tweede plaats kwamen problemen over de arbeidsverhoudingen. Ook het thema assertiviteit kreeg in 2010 net als in 2009 veel aandacht. Dit thema valt onder de categorie ‘privé/persoonlijk’, maar is vooral gericht op het beter kunnen functioneren in de werksituatie.
Erasmus Vitaal – Goed voor je loopbaan!
De EUR zet sterk in op duurzame arbeidsrelaties. Het voorkomen van verzuim en het versterken van fysieke en mentale fitheid krijgt daarbij extra aandacht. In 2010 hebben slechts vier medewerkers gebruik gemaakt van de gratis health check die de EUR driejaarlijks aan iedere medewerker aanbiedt. In de jaren 2008 en 2009 lag dit aantal fors hoger. Erasmus Vitaal is het programma waarmee de fysieke fitheid van de medewerkers op een hoger plan wordt gebracht. In dit kader wordt aan iedere medewerker een driejaarlijkse health check aangeboden bij Sportmedisch Centrum Rotterdam. Op basis van de uitkomsten van deze health check geeft een (sport)arts een individueel bewegingsadvies. De EUR vergoedt de health check voor 100% en subsidieert de kosten van de verdere begeleiding bij het bewegingsprogramma voor 75%. De EUR biedt haar medewerkers sportkaarten aan tegen een sterk gereduceerd tarief.
Campus sportdag
In 2010 is voor de derde keer de sportdag georganiseerd in het kader van Erasmus Vitaal. Alle universitaire onderdelen strijden op sportieve wijze tegen elkaar om de felbegeerde Erasmus Vitaal Bokaal en zorgen zo voor een gezonde aftrap van het academisch jaar. Dit jaar viel de prijs te winnen met de onderdelen kegelroof, volleybal, hindernisbaan, choreo en estafette. Het team van iBMG veroverde na een felle strijd de Erasmus Vitaal Bokaal.
Duurzaamheid hoog in het vaandel
Energiebeheer
Om de in de Meerjarenafspraak (MJA-3) vastgelegde ambities van 2% energiebesparing per jaar te realiseren, is de Erasmus Universiteit een energieprestatiecontract voor energiebesparende maatregelen voor de gebouwen H en B aangegaan.
- Koppelen van het gekoeld waternet in de gebouwen A, B, C en H, waardoor tevens de rest/condensor warmte kan worden hergebruikt.
- TL-verlichting Hoogbouw vervangen door energiezuinige varianten met een langere levensduur
- Aanbrengen van daglichtschakelingen in trappenhuis noordzijde H-gebouw
- Warmteterugwinning uit afzuiglucht restaurant/kantine H-gebouw en aanbrengen van toeren/frequentieregelaars.
- Aanbrengen van variabel lucht toe- en afvoer systeem Hoogbouw H1-H6
- Optimaliseren van klimaatregelingen in de UB
De maatregelen worden afgerond in 2011.
Warmteterugwinning
In 2010 is met de opknapbeurt van het restaurant de Etude ook LED-verlichting toegepast en is ervoor gekozen om de wasstraat in de Etude te vervangen door een type vaatspoelmachine met warmteterugwinning. Ook zijn de noodverlichting pictogrammen in het gebouw M vervangen door energiezuinige LED typen.
Ook zijn er, bij wijze van proef, circa twintig lantarenpalen op de campus voorzien van groene LED-verlichting. Die is niet alleen energiezuinig, maar verstoort evenmin het nachtleven van dieren. Wit licht doet dit namelijk wel.
Verbruiken in de tijd
Het verbruik van drinkwater en stadsverwarming is gestegen. Oorzaken zijn de koude winter en een toename in het warmte- en drinkwaterverbruik door langere openingstijden, zoals de openstelling van de UB en de Hoogbouw in de weekeinden. Het E-gebouw laat ook een lichte stijging zien in de energieverbruiken. In dit gebouw hebben diverse verbouwingen plaatsgevonden om SSC’s te huisvesten. Ook zijn meer sanitaire voorzieningen aangebracht. Door de permanente bewoning van het F-gebouw steeg lokaal het warmteverbruik met ruim 20%. Het aantal koeldagen was in 2010 circa 4% lager dan in 2009.
Duurzaam bouwen en renoveren
In 2010 besloot het College van Bestuur over de uitvoering van de eerste fase van het ambitieuze masterplan. Aansluitend is gestart met de ontwerpvoorbereidingen van het Studentenpaviljoen, een halfverdiepte parkeergarage en is de aanbesteding van het te renoveren C-gebouw in gang gezet. Ook het ontwerp van de buiteninrichting is verder uitgewerkt.
De verblijfskwaliteit van de buiteninrichting wordt vergroot door in de plannen rekening te houden met het uit het zicht plaatsen van parkeerplaatsen en het vergroten van de waterpartij. Het aantal fietsenstallingen wordt uitgebreid evenals de buitensportfaciliteiten. Voor de beplanting is gekozen voor een groot aantal bloeiende heesters dat per seizoen bloeit.
In het programma van eisen voor het Paviljoen staat dat het gebouw in het hart van d ecampus 50% minder energie mag ‘vragen’. Het energiegebruik moet worden gereduceerd met 50% vergeleken met een standaard gebouw. De materialen moeten duurzaam zijn, te hergebruiken en eenvoudig te demonteren.
Dankzij de constructie van de parkeergarage onder de te bouwen Rtasmus Plaza is de indelingsflexibiliteit vergroot en wordt zoveel mogelijk natuurlijke ventilatie toegepast. Ook wordt gebruik gemaakt van energiezuinige led verlichting. De leefbaarheid wordt vergroot door het toepassen van ruime daglichtopeningen.
In de aanbesteding van het C-gebouw is een groot aantal duurzame maatregelen opgedragen waaronder warmteterugwinning en energiezuinige (led) verlichting om het gebouw beter te laten presteren, van energielabel F naar C. Ook is de installatie voorbereid op de aansluiting op een Warmte Koude Opslaginstallatie. Zichtbare duurzame oplossingen zijn gevonden in een groen dak van ca. 1.500m2 en PV-cellen over de hele daklengte. In een duurzaamheidconvenant met de gemeente Rotterdam in december 2010 zijn afspraken gemaakt tussen de betrokken aannemer, adviseurs, architect en opdrachtgever om elkaar kritisch aan te spreken op alternatieve bruikbare oplossingen in de uitvoering.
Facilitaire duurzaamheid
Op alle beheerfronten worden eisen aan duurzaamheid gesteld. In de aanbestedingen staan duurzaamheidseisen voor kleding. Bovendien moet de productie zonder kinderarbeid plaatsvinden. Leveranciers worden gecontroleerd en aangesproken op hun prestaties, conform de contractafspraken en -verwachtingen. Zo is aan de nieuwe cateraar Albron een duurzaamheidseis van 40% over de totale inkoop van de ingrediënten en producten gesteld. Deze eis werd helaas nog niet behaald. GOM werkt met microvezeldoekjes zonder schoonmaakmiddel en milieuverantwoorde producten.
Initiatieven van studentenorganisatie GreenEUR en Greening RSM gaven extra impulsen aan een groene, duurzame en maatschappelijk verantwoorde opstelling van onze vaste contractpartners. Dankzij deze initiatieven is in 2010 een begin gemaakt met het onderzoeken van de mogelijkheden naar het gescheiden inzamelen en afvoeren van plastic.
Eind 2010 is een elektrische afvalzuiger aangeschaft. Hiermee kan het terrein snel en geluidsarm afvalvrij worden gemaakt. Af te voeren meubilair wordt waar mogelijk intern hergebruikt. Pas als dit niet kan, wordt het aan een goed doel of een oud ijzer-handelaar gegeven. Tot slot is vermeldenswaard dat alle eendenmanden in de universiteitsvijvers zijn vervangen en dat het aantal werd uitgebreid.
Duurzaam inkopen
In 2010 zijn diverse Europese aanbestedingen aan de orde geweest. Bij elk traject wordt het aspect duurzaamheid meegenomen. De duurzaamheidcriteria van AgentschapNL zijn het uitgangspunt. Het ministerie van IenM (voorheen VROM) meet tweejaarlijks de voortgang van de doelstellingen met de Monitor Duurzaam Inkopen. Met deze monitor krijgt de EUR een nog beter inzicht in haar prestaties. Bijvoorbeeld bij de aanbesteding drukwerk zijn harde eisen gesteld aan het gebruik van FSC-papier en aan het gebruik van chemicaliën, inkten, lijm en reinigingsmiddelen. Voor de komende jaren is een aanbestedingskalender vastgesteld en worden stappen genomen om het niveau van inkopen verder te verhogen. Daarom ook heeft de EUR zich voorgenomen om in 2013 niet 50%, conform het getekende inkoopconvenant, maar 75% van de inkoop duurzaam te laten zijn.
Mobiliteit
De EUR zet zich in om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Onderdeel van deze ambitie is het streven naar een duurzaam mobiliteitsbeleid. Daarom beperkt zij de impact van woon/werkverkeer op het milieu en de directe leefomgeving zoveel mogelijk. Hiertoe is begin 2010 het project Mobiliteitsbeleid EUR gestart. Het doel van het duurzame mobiliteitsbeleid is gewenst gedrag stimuleren, zoals gebruik van duurzame vervoersmiddelen en het OV, en ongewenst gedrag ontmoedigen, zoals het gebruik van niet-duurzame vervoersmiddelen. Eind 2010 heeft de projectgroep met vertegenwoordigers van organisatieonderdelen een voorstel opgeleverd waarin zowel stimulerings- als ontmoedigingsmaatregelen worden voorgesteld.
Stimuleringsmaatregelen zijn:
- OV als alternatief vervoersmiddel aanbieden door het vergoeden van het woon-werktraject voor medewerkers. Zo hebben studenten hun studenten OV-jaarkaart.
- Verbeteren van de fietsvoorzieningen op de campus: aantal stallingen, douchevoorzieningen, lockers en een fietsenmaker op de campus.
- Verbeteren van de informatievoorziening op de campus – vertrek- en aankomsttijden OV, een OV-chip oplaadpunt en verbeteren van de website – en de mogelijkheid om als medewerker een persoonlijk reisadvies te krijgen.
Een ontmoedigingsmaatregelen is:
- Voor alle doelgroepen invoeren van betaald parkeren op de campus.
Besluitvorming hierover vindt in 2011 plaats. De voorstellen zijn in nauw overleg met het landelijk programma ‘Slim Bereikbaar’ gemaakt.
Veiligheid
In 2010 is de bewustwordingscampagne ‘Woudestein Veilig’ met de door EFB en SMC in 2009 ontwikkelde middelen en aanpak doorgezet. De veiligheidsorganisatie heeft merkbaar aan bekendheid gewonnen de afgelopen jaren. Het calamiteitenplan is in crisisoefeningen getoetst en hieruit zijn verbeterpunten voor de calamiteitenorganisatie naar voren gekomen. Deze worden verwerkt in een update van de calamiteitenordner.
Het aantal incidenten is al jaren redelijk stabiel. In 2010 werden zestien diefstallen en elf vermissingen geregistreerd, tegenover twintig in 2009 en 28 in 2008. Er werden 23 meldingen gedaan van een ‘ongewenst persoon’, bijvoorbeeld een zwerver. Dit aantal is al jaren nagenoeg gelijk.
Eind 2010 is contact gelegd tussen CIM (Informatie beveiligingsbeleid) en EFB (fysieke beveiliging) om een gezamenlijke incidentenrapportage te ontwikkelen. Deze moet het veiligheidsbewustzijn van alle doelgroepen op de campus bevorderen.
Als onderdeel van een stage-opdracht werd een ‘security quick scan’ uitgevoerd. Uit de enquête bleek een hoge veiligheidsbeleving (een 7 op een 10-puntsschaal). Bijna driekwart van de medewerkers voelt zich veilig op de campus, vooral door het beveiligingspersoneel en de sleutelregeling.
De veiligheidsbeleving na 18.00 uur is een aandachtspunt; de helft van de bevraagden voelt zich onveilig omdat de campus dan minder druk en levendig is. Ook vindt men dat de campus slecht en/of te weinig verlicht is. Ruim 20% voelt zich ’s avonds onprettig en onveilig in de parkeergarage op de campus. Tot slot bleek ook onveilig verkeersgedrag van fietsers op de campus een punt van irritatie.
Eind 2010 zijn de voorbereidingen gestart voor een project Beveiligingsbeleid. Dit project wordt ondergebracht in Bedrijfsvoering 2013. In het verbeterproject Campus Services wordt de beleidsvisie op een bruisende en veilige (open) campus in 2011 verder uitgewerkt.
Bedrijfshulpverlening
Er is 89 keer EHBO verleend. Door omstandigheden zijn op het gebied van bedrijfshulpverlening (BHV) slechts de minimaal noodzakelijke zaken uitgevoerd. Ontruimingsplannen zijn op orde in alle panden. Brandweercontroles en inspecties hebben geen bijzonderheden opgeleverd. Ontruimingsoefeningen zijn wel voorbereid, maar de BHV organisatie heeft onvoldoende geoefend. Vanaf 2011 worden weer jaarlijks in elk pand ontruimingsoefeningen gehouden.
Vooruitblik 2011
Het ondertekenen van het convenant ‘duurzaam ontwikkelen’ betekent dat de universiteit extra alert is op her zoeken naar duurzame oplossingen. Daarbij wordt optimaal gebruik gemaakt van best practices. Ook wordt aansluiting gezocht met kennis in de universiteit. In de ontwikkelings- en bouwprojecten kunnen daardoor zichtbare stappen gezet worden, zoals bij het C-gebouw en het Studentenpaviljoen. In 2011 vindt besluitvorming over mobiliteit plaats.