Home » Over de EUR » Universitaire plechtigheden » Dies Natalis » Dies Natalis 2009 » Vooruitgang in de economische wetenschap

Vooruitgang in de economische wetenschap

Een toer met zeven-mijls laarzen

Philip Hans Franses

In het begin was alles eenvoudig. Er waren een paar producenten, er waren consumenten die alles dat werd gemaakt gewoon kochten, er waren maar een paar landen waarmee handel werd gedreven, en er waren eenvoudige belastingregels. Oogsten brachten de producten van het land, blije mensen werkten zo lang als nodig was, er waren een paar kranten voor het nieuws, en de maatschappij was duidelijk ingedeeld in verschillende sociale klassen. Alles was redelijk goed te begrijpen, althans zo lijkt het nu.

Het was in die dagen dat de eerste economen de “homo economicus” ontwierpen. Dat was een man, ja in die dagen was het altijd een man, en die maakte zijn plannen altijd met als doel er zelf beter van te worden. De homo economicus optimaliseerde al zijn activiteiten, had een heldere doelstellingsfunctie en maakt keuzes op rationele wijze (dat is, op basis van alle relevante informatie).

Het waren ook de dagen dat men geloofde dat de economie kon worden beschreven door een beperkt aantal vergelijkingen met vaste kernparameters. Net als in de natuurkunde zouden er economische wetmatigheden zijn, en die wetten zouden leiden tot hele precieze voorspellingen. Immers, als zulke wetten zouden bestaan, dan was het simpelweg een kwestie van ze te vinden, de wiskundige formules erbij te zoeken en deze te extrapoleren in de toekomst.

Tot aan de jaren zestig van de vorige eeuw werkte dit verbluffend goed. De voorspellingen uit grootschalige macro-economische modellen waren griezelig accuraat. Het was haast alsof de economie zich ook echt gedroeg als gepostuleerd in het model. De economische wetenschap bloeide als nooit te voren en de econometristen (waaronder de Rotterdammers Henri Theil, maar zeker ook Jan Tinbergen en Leendert Koyck) die in de jaren 50 de fundamenten legden voor die modellen, zij waren wereldberoemd.

Toonbeeld van zelfvertrouwen uit die tijd is wel de zogeheten Moniac, een systeem van buizen en hefbomen, waar ook de Erasmus Universiteit Rotterdam een exemplaar van heeft. Door water te laten bewegen middels kraantjes kon worden getoond hoe de economie op de juiste wijze kon worden gestimuleerd.

Maar toen, ineens, in de late jaren 60 begin jaren 70 sloeg het noodlot toe. Wat tegenwoordig een zwarte zwaan wordt genoemd, of zelfs het failliet van economen en voorspellers, gebeurde toen ook al. Zelfs zwarte zwanen zijn niet nieuw. Olieprijzen ontploften naar onvoorziene hoogten, nationale economieën reageerden in paniek, werkloosheidscijfers stegen met de dag, en ook de Moniac bleek ergens lek te zijn. Ook in die jaren had men al gauw door dat de wereld een groot netwerk van verbindingen is, en het was een reeks van vooral ook niet-economische gebeurtenissen die de wereld in zijn eerste grote naoorlogse recessie deed belanden.

Natuurlijk, economische modellen waren en zijn nog steeds niet toegerust om zwarte zwanen te voorspellen. Immers, als per definitie kan het bestaan van een zwarte zwaan niet worden voorspeld. We weten ook niet hoe de nog in Borneo te ontdekken nieuwe diersoorten er uit zullen zien.

Hoe dan ook, in die tijd was het duidelijk dat de economische modellen iets misten. Tijdreeksanalisten (voortkomend in beginsel uit de ingenieurswereld) ontwikkelden hele eenvoudige modelletjes die met gemak de grote macro-economische modellen bij het voorspellen versloegen. In de afgelopen 40 jaar hebben die tijdreekstechnieken geleid tot vervolmaking en verfijning van economische modellen, vooral door het pionierswerk van Clive Granger, onze eredoctor van 2006, die helaas dit jaar op veel te jonge leeftijd is overleden.

Een ander inzicht uit de jaren 70 was dat de economie dus niet een gesloten systeem van wetten is dat zich gemakkelijk door een paar vergelijkingen laat beschrijven. Mensen bleken zich anders te gedragen dan dat de modellen voorspelden. Eigenlijk, dat wat mankeerde was dat mensen soms kunnen voorzien wat beleidsmakers van plan zijn te gaan doen, en voordat de maatregel is uitgevaardigd hebben diezelfde mensen al hun gedrag aangepast. Mensen gedragen zich dan misschien wel niet zo, maar ze maken wel rationele verwachtingen, en zoals Nobelprijswinnaar Robert Lucas voorspelde, en het is juist dat gedrag dat de kwaliteit van het model ondermijnt, en daarom gaat het fout met voorspellen.

Achteraf gezien betekende dit, toentertijd geruchtmakende, inzicht niet het eind van de economische wetenschap noch van de economische modelbouw. In feite, economen hebben het maken van verwachtingen simpelweg in hun modellen opgenomen, en gingen er dus vanuit dat mensen zelf in staat waren goede voorspellingen te maken. Mensen werden geacht beleid te snappen, en ze zouden handelen volgens de daaruit volgende beste inzichten.

Welnu, en nu zijn we nog een paar reuzenpassen verwijderd tot de dag van vandaag, deze laatste veronderstelling, dat van die rationele verwachtingen, is juist weer aangevochten vanuit een psychologische invalshoek. En is het nu juist vandaag dat we de aanstaande eredoctor van dit jaar extra in de zon zetten, want hij, Daniel Kahneman, heeft dit voor een belangrijk deel op zijn geweten. Dankzij hem en zijn team is de insteek van de economische wetenschap flink veranderd. Want wat blijkt? Mensen zijn helemaal niet in staat om rationele verwachtingen te maken. Dat lijkt een open deur, maar bewijs het maar eens, en om daarna dit menselijk falen te verwerken in bruikbare economische modellen is al helemaal een klus. Op dit moment verwerken economen in hun modellen het feit dat mensen lijden aan cognitieve afwijkingen, zoals: als ik win komt het door mij zelf, als ik verlies komt het door een ander. Een mogelijk gevolg van die cognitieve afwijkingen is dat er altijd mensen zullen zijn die de piramideproducten van mensen zoals Madoff zullen kopen. En nog eens wat: wat misschien kan lijken op irrationeel gedrag kan achteraf toch heel rationeel zijn. Zoals, iemand die roept dat hij een zwarte zwaan voorspelt, wordt nooit op voorhand geloofd. Pas achteraf zeggen we dat iemand het bij het rechte eind had.

Kortom, economen geven ronduit toe dat hun modellen niet correct kunnen zijn, en ze passen ze ogenblikkelijk aan als daar noodzaak toe lijkt. De bijdrage over de jaren heen van disciplines als de wiskunde, statistiek, engineering en psychologie heeft bepaald hoe de econoom om zich heen kijkt. Vooruitgang in ons vakgebied wordt vaak gedreven door invloeden van buitenaf. Dus, ook al is de economische wetenschap een mono-disciplinaire wetenschap, het haalt het beste uit wat de omgeving te bieden heeft, en daarmee groeit het door.

Dat economie een van de moeilijkste wetenschappen is gaat er bij de meeste mensen niet in, maar toch is het zo. Economen lijken het altijd met elkaar oneens en ze gebruiken ook altijd gecompliceerde en niet-meetbare termen zoals nut, verliesfunctie, welvaart, kans en trend, om maar eens wat te noemen. Daar worden mensen zenuwachtig van. Maar, de cruciale reden waarom de economische wetenschap zo ingewikkeld is, is dat het object van studie niet stil staat. Dus ook al heb je perfecte meetinstrumenten, dan nog leer je niet noodzakelijk meer over dit bewegende doel. En, economen naderen ook niet steeds dichter de waarheid, wat dat ook moge zijn. Vergelijk dat eens met het bestuderen van de maan. Een grote stenen bal, die er al miljoenen jaren is, en nog voor miljoenen jaren op dezelfde wijze zal zijn. Er staat niemand op de maan, en we weten precies waar die is en waar die zal zijn. Elke dag is daar het hetzelfde Hoe saai kan een studieobject zijn!

Nee, dan de economische wetenschap, dat is pas een echt interessante wetenschap!