Home   Over de EUR   Universitaire plechtigheden   Opening Academisch Jaar   Archief   Opening Academisch Jaar 1998-1999   ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM: 85, 25 JAAR

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM: 85, 25 JAAR

Terugblikken en vooruitzien, door dr. H.J. van der Molen, voorzitter College van Bestuur

Dames en Heren, geachte aanwezigen,

Hartelijk welkom bij de opening van het academisch jaar 1998/1999 van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Een speciaal welkom voor de heer Herkströter, die vanmiddag de hoofdrede zal houden. Als voorzitter van de Raad van Toezicht geen onbekende voor onze universiteit, maar wij stellen het bijzonder op prijs, dat hij vandaag, zo kort na zijn aftreden als voorzitter van het comité van directeuren van de Koninklijke Shell Groep, ons deelgenoot wil maken van zijn ervaringen en opvattingen vanuit het bedrijfsleven met en over onze opleidingen en afgestudeerden. Afsluitend zal de Rector Magnificus, professor Akkermans, de universiteit in Beeld brengen en daarmee het academisch jaar openen.

Voordat ik aan hen echter het woord geef, wil ik eerst kort aandacht besteden aan een aantal voor onze universiteit belangrijke ontwikkelingen in het afgelopen jaar.

Daarbij gaan in de eerste plaats onze gedachten uit naar diegenen uit de universitaire gemeenschap, medewerkers en studenten, die in het afgelopen jaar zijn overleden:

- de heer V.D.A. Dusee
student Economie

- de heer R.T.J. ter Linden
student Rechtsgeleerdheid

- de heer R.O. Sampimon
student Geneeskunde

- de heer H.H.A. Scheffer
werkzaam geweest bij het Directoraat Informatievoorziening en Automatisering

- mevrouw A.E.C.M. Vredendaal
werkzaam geweest bij de Vakgroep Immunologie in de Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

- de heer P.J.A. Wouterse
werkzaam geweest bij de Vakgroep Endocrinologie en Voortplanting in de Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen

Wij zullen hen niet vergeten en zijn dankbaar voor wat zij voor onze universiteit en voor velen van ons persoonlijk hebben betekend. Gaarne verzoek ik u op te staan en hen een ogenblik in stilte te herdenken. In het vervolg van dit welkomstwoord wil ik een aantal zaken noemen die nu of op korte termijn van belang zijn voor onze universiteit. Ik vraag u echter eerst of ik op alle plaatsen in de aula goed verstaanbaar ben. Ik stel deze vraag omdat de geluidsinstallatie de afgelopen maanden volledig vervangen is. Nu vandaag deze installatie voor de eerste keer gebruikt wordt, benut ik deze bijeenkomst graag om de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam publiekelijk te bedanken voor de niet geringe financiële bijdrage aan deze renovatie. Deze dank aan het Trustfonds geldt vanzelfsprekend ook de ruimhartige financiële steun die het fonds door de jaren heen verleent aan vele andere activiteiten van medewerkers en studenten.

EUR 85/25 jaar

Juist vanmiddag is het zinvol om er nog eens aan te herinneren, dat een directe rechtsvoorganger van het Trustfonds, de "Vereeniging tot oprichting eener Nederlandsche Handelsch Hoogeschool" het mogelijk heeft gemaakt dat wij dit academisch jaar ons 17de lustrum vieren sinds de oprichting van de voormalige Nederlandsche Handelsch Hoogeschool in 1913.

In 85 jaar is wel het één en ander veranderd. De aankondiging van de In die afgelopen inschrijving van studenten voor de op te richten Nederlandsche Handelsch Hoogeschool vond plaats op 20 september 1913. Bij de officiële oprichting op 8 november 1913 waren 55 studenten volledig ingeschreven en 5 personen voor het volgen van enkele lessen*. Voor het komende studiejaar 1998/1999 hebben zich voor zover nu bekend bij de EUR alleen al 3000 nieuwe eerstejaars studenten ingeschreven. Niet alleen een groot verschil met 1913, maar ook in het licht van de landelijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren een uiterst bevredigend beeld. Een stijging van 8% ten opzichte van het vorige studiejaar, in vergelijk met een landelijke stijging van 1% van het aantal nieuw ingeschreven studenten. Voor onze nieuwe eerstejaars studenten mag ik vandaag nog eens memoreren, dat het lustrum-logo niet alleen herinnert aan de 85 jaar geleden opgerichte Handelsch Hoogeschool, maar ook aan het feit, dat 25 jaar geleden op 1 februari 1973 de nu bestaande EUR officieel werd gesticht door fusie van de Nederlandse Economische Hoogeschool en de in 1966 opgerichte Medische Faculteit Rotterdam. Het is verleidelijk om uit te weiden over hoogtepunten uit het verleden en over de wijze waarop opeenvolgende generaties docenten en studenten zich hebben ingezet waardoor het mogelijk is dat wij nu met enige trots dit lustrumjaar vieren. Leeftijd als zodanig biedt echter geen enkele garantie voor kwaliteit en continuïteit van een instelling voor hoger onderwijs. Waarom is het destijds niet gelukt om de Illustere School die van 1636 tot 1805 in Rotterdam heeft gefunctioneerd in stand te houden, zodat onze universiteit dit jaar op een ruim 360-jarig bestaan zou hebben kunnen terugblikken? En laten wij ook de geschiedenis van de Hogescholen van Franeker en Harderwijk niet vergeten. Gesticht in 1585, respectievelijk 1648, werden beide gesloten tijdens het Frans bewind in 1811 op een in vergelijking met onze universiteit respectabele leeftijd van 226, respectievelijk 163 jaren.

Tevredenheid over de geschiedenis van onze universiteit en het nu grote aantal studenten kunnen niet bepalend zijn voor de toekomst van de EUR. Veel belangrijker is wat onze instelling op dit moment wil en kan presteren en op welke wijze de nu aangekomen studenten hun opleiding aan de EUR kunnen volgen.

Regeerakkoord

In het regeerakkoord van onze nieuwe regering wordt geen aandacht besteed aan het Wetenschappelijk Onderwijs. Dit zou de indruk kunnen geven, dat de universiteiten in de komende jaren ongemoeid worden gelaten. Niets is minder waar, want ook door generieke maatregelen in het regeerakkoord worden de universiteiten in de komende jaren   geconfronteerd met een korting van ƒ 100 miljoen, bovenop de korting van 200 miljoen waarover reeds in de vorige kabinetsperiode was besloten. Voor de EUR vormt dit een structurele bezuiniging van ongeveer  f 15 miljoen over de komende 4 jaar. Het dwingt ons opnieuw te accepteren, dat het universitaire bestel geen politieke prioriteit is. Dit lijkt paradoxaal in een land, dat niet nalaat er op te hameren, dat kennis en innovatie de basis vormen voor onze economie en maatschappelijke bedrijvigheid. Het accepteren van deze realiteit accentueert de noodzaak om vanuit dit perspectief voor de komende jaren ons eigen beleid verder vorm te geven, maar het biedt ook de mogelijkheid om het profiel van de EUR verder te versterken. Innoverend onderwijs en onderzoek op het hoogste niveau zijn niet compatibel met streng gereglementeerd toezicht en evaluaties. Dit eist echter wel, dat wij als individuen en als instelling opnieuw en bij herhaling zelf die duidelijkheid verschaffen en verantwoording afleggen, waardoor het vertrouwen van de ons omringende wereld wordt gerechtvaardigd.

Strategie van de EUR anno 2010

In het afgelopen jaar zijn instellingsbreed ideeën uitgewisseld en discussies gevoerd over de ontwikkeling van onze universiteit  in de komende jaren. Dit heeft geresulteerd in een notitie, die vanuit het College van Bestuur in de komende maanden na bespreking met de decanen/faculteiten, de Universiteitsraad en de Raad van Toezicht, moet resulteren in een richtinggevend document dat basis is voor concrete acties in de komende jaren. Het College van Bestuur realiseert zich dat de gemiddelde docent en student niet zit te wachten op theoretische bespiegelingen los van de realiteit van alle dag. Daarom is niet gestreefd naar een vastomlijnd toekomstperspectief met starre doelen, maar naar een flexibel plan inspelend op in- en externe ontwikkelingen.

Strategische vernieuwingen niet omwille van de vernieuwing, maar als bevestiging van de vele ideeën die nu reeds binnen onze universiteit bestaan. Immers, de formele organisatie loopt altijd achter op de realiteit van het dagelijks leven en werken. Het nu voorliggende plan is derhalve niet meer, maar ook niet minder dan de leidraad voor het ontwikkelen van een aantal activiteiten voor de komende jaren. Het is bewust kort gehouden, maar biedt zicht op de mogelijkheden en uitdagingen die de strategie en koers van de EUR zullen bepalen.

Samen met en vanuit de faculteiten zullen de thema's die in dit plan zijn opgenomen, worden bewerkt. Tegen deze achtergrond is de titel: "De EUR anno 2010". De reacties van de faculteiten passen in deze aanpak: daarin worden concrete projecten voor de periode tot 2001-2005 aangeduid. Over een jaar of drie zal worden bekeken in hoeverre de voornemens van nu gerealiseerd zijn en of er aanleiding is de strategie die gericht is op verandering bij te stellen, dan wel welke nieuwe activiteiten dienen te worden ondernomen. Denken en praten over een strategie voor de toekomst impliceert niet een miskenning van de huidige situatie, maar sluit aan bij de bestaande activiteiten en ontwikkelingen. Ik noem slechts een beperkt aantal recente ontwikkelingen.

Bestuur/Beheer

Per 1 januari 1998 is het bestuur en beheer van de EUR volledig aangepast aan de wetswijzigingen via de wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (MUB). Na het aantreden van de Raad van Toezicht in maart 1997, functioneren nu ook alle decanen als benoemde bestuurders van de faculteiten en vervullen ook de nieuw gekozen Universiteitsraad en de faculteitsraden vanaf 1 januari jl. hun taken. Namens het College van Bestuur wil ik vanmiddag nog eens dank en waardering uitspreken voor de bereidheid en soms grote inspanningen die velen hebben geleverd om deze overgang te realiseren. Deze dank betreft met name de leden en voorzitters van Faculteitsraden en de Universiteitsraad en de decanen van de faculteiten. Voortvarendheid en effectiviteit op alle niveaus heeft er toe geleid, dat inmiddels alle raden en besturen kunnen werken op basis van nieuwe bestuurs- en beheersreglementen.

Het is te vroeg om een definitief oordeel uit te spreken over de mate van succes van de nu doorgevoerde veranderingen. Immers, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de betrokken personen of groepen zijn soms aanmerkelijk veranderd en ten dele nog in discussie. De bereidheid van alle betrokkenen om deze aanpassingen van de bestuursstructuur tot een succes te maken, geeft het College van Bestuur echter de overtuiging, dat ook in de nieuwe situatie een optimale vervulling van onze primaire taken, onderwijs en onderzoek, mogelijk is.

Onderzoek

Naast de traditionele organisatievorm van faculteit, zijn in de afgelopen periode andere organisaties ontstaan: onderzoekscholen en onderwijsinstituten/opleidingsdirecties. De onderwijs- en onderzoeksactiviteiten van een faculteit spelen zich voor een groot deel af binnen (het bereik van) die instituten/directies c.q. scholen. Op basisniveau zijn tot slot capaciteitsgroepen ingesteld. In het kader van de landelijke discussies over de breedte- en dieptestrategie van onderzoek is binnen de EUR veel aandacht besteed aan de organisatie van het onderzoek. Vanuit alle faculteiten wordt op enigerlei wijze actief deelgenomen in landelijke, door de KNAW erkende onderzoekscholen, die vanuit de verschillende disciplines zijn opgericht. Vanuit de Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen wordt via het Centre for Biomedical Genetics geparticipeerd in een toponderzoekschool, waarvoor ook grote internationale waardering bestaat. De komende periode is vooral gericht op versterking en consolidatie. De aandacht zal daarbij mede gericht zijn op concentratie van onderzoek over bestaande faculteitsgrenzen heen. Op korte termijn is hiervan al resultaat te verwachten; dan zal een voorstel voor een gezamenlijke onderzoekschool vanuit de faculteiten Economie en Bedrijfskunde via het Erasmus Research Institute for Management (ERIM) worden ingediend bij de KNAW voor erkenning. Ook binnen de Faculteit der Rechtsgeleerdheid is een aantal nieuwe initiatieven voor formele erkenning van onderzoekscholen nagenoeg afgerond.

Onderwijs

Bij de discussies in de afgelopen periode over het onderwijsaanbod vanuit de EUR valt op, dat de toename van kennis binnen verschillende probleemgebieden leidt tot activiteiten om nieuwe (interfacultaire) probleem- of gebiedsgerichte opleidingstrajecten te ontwikkelen op het gebied van: -opleiding is vanmiddag voorafgaande aan deze Economie en Informatica; deze bijeenkomst formeel gestart binnen de economische faculteit;

- Gezondheidseconomie;
- ethiek en bedrijfsethiek.
Toepassingsgerichte ethiek, in het bijzonder medische

Voorts zijn of worden diverse dubbeldoctoraalprogramma's voorbereid (tussen onder andere de Faculteit Economische Wetenschappen en de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, en tussen de Faculteit Wijsbegeerte met de Faculteiten der Sociale Wetenschappen en der Historische en Kunstwetenschappen). In aansluiting op de initiële doctoraal-opleidingen is er een toenemende maatschappelijke vraag naar scholing, zowel ten gevolge van de snelle omgevingsveranderingen onder druk van maatschappelijke en politieke verwachtingen, als ten gevolge van het steeds hoger wordend opleidingsniveau van de bevolking. Deze ontwikkeling heeft vooral gevolgen voor het post-initieel onderwijs. In de komende jaren zal de EUR derhalve het post-initieel onderwijs uitbreiden, mede om daarmee in te kunnen spelen op het concept van het levenslang leren. Reeds in ontwikkeling zijnde initiatieven betreffen:

    * Vennotariaat (Faculteit der Rechtsgeleerdheid);
    * Forensische accountancy (Faculteit der Economische Wetenschappen & Faculteit der Rechtsgeleerdheid);
    * Recht, Management en Informatietechnieken (Faculteit der Rechtsgeleerdheid)
    * Cultuurbeleid (Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen)

Arbeidsvoorwaarden

Het merendeel der opleidings- en onderzoekactiviteiten binnen onze universiteit vindt plaats in nauw contact, en vaak in samenwerking met de maatschappelijke omgeving.   Deze contacten maken het voor onze medewerkers en afgestudeerden aantrekkelijk om vergelijkbare, maar beter betaalde functies buiten de universiteit te accepteren, waardoor de universiteit kampt met steeds moeilijker te vervullen vacatures op alle niveaus. Wil de universiteit op meer marktconforme wijze kunnen concurreren op de arbeidsmarkt, dan is het onontkoombaar dat voor alle rangcategorieën (administratief, technisch, wetenschappelijk) op afzienbare termijn de universitaire arbeidsvoorwaarden worden herzien, waarbij een aanpassing van de lonen naar mijn mening de hoogste prioriteit heeft. Met lonen bedoel ik betaling in baar geld. Onze medewerkers en onze bedrijfsvoering zijn niet gebaat met een gedwongen uitbreiding van de arbeidsduurvermindering, zoals nu het geval is. Elke medewerker heeft momenteel recht op 40-45 vrije dagen (vakantie en ADV) - dat is 8 à 9 werkweken per jaar -, en hij of zij is meestal niet in staat deze op een reguliere wijze te combineren met een normale vervulling van zijn of haar werkzaamheden. De samenleving verwacht, en mag dat ook verwachten, dat de universiteit onderwijs- en onderzoekresultaten levert op het hoogste niveau. Onze medewerkers mogen echter ook verwachten, en hebben naar mijn mening recht op een waardering via de arbeidsvoorwaarden die vergelijkbaar is met die van vergelijkbare beroepsgroepen. Op dit moment zijn de verschillen in honorering voor universitaire medewerkers in vergelijking met andere rijksdiensten en met het private bedrijfsleven te groot. De nu bestaande situatie ondermijnt zowel de positie van de universiteit op de arbeidsmarkt als het zelfrespect van onze medewerkers. Bouw en beheer Ontwikkelingen in het afgelopen jaar betroffen niet alleen inhoudelijke en personele zaken. Ook de fysieke en organisatorische infrastructuur van onze instelling vraagt voortdurend aandacht. Op het Woudestein-complex is de eerste paal geslagen voor een nieuw gebouw, dat in eerste instantie de Rotterdam School of Management (RSM) zal huisvesten. Gegeven de beschikbare ruimte zal deze nieuwbouw ook onderdak gaan bieden aan het Institute for Housing and Urban Development Studies, het IHS. Met het IHS heeft de EUR reeds vele jaren een goede samenwerking vanuit verschillende opleidingen. Een samenwerking die nog hechter kan worden door deze gemeenschappelijke huisvesting.

Op het Hoboken-complex is de omvangrijke renovatie van de hoogbouw van de Faculteit der Geneeskunde de afgelopen maanden afgerond waardoor deze onderwijs- en laboratoriumvoorziening voor de komende 20-25 jaren weer aan alle eisen voldoet. Tevens is de nieuwbouw van het Josephine Nefkensinstituut voltooid. Dit instituut kon worden gebouwd dankzij een gift van twintig miljoen gulden van de Stichting Josephine Nefkens. Het biedt huisvesting aan zeer geavanceerde proefdieractiviteiten en brengt het Rotterdamse wetenschappelijk onderzoek op het gebied van kanker (vanuit de Faculteit der Geneeskunde en van de Daniel den Hoedkliniek/Academisch Ziekenhuis Rotterdam) onder één dak samen.

Over een geheel ander beheersaspect van onze universiteit kan ik u vanmiddag melden, dat recent een intentieverklaring is afgerond waarin het College van Bestuur en de Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen met het Academisch Ziekenhuis Rotterdam uitspreken te willen samenwerken binnen een Erasmus Universitair Medisch Centrum Rotterdam (EMCR). Het is de bedoeling om in de komende jaren in het EMCR het gemeenschappelijk bestuur en beheer van het gezamenlijk takenpakket van de FGG en het AZR te integreren. Het College van Bestuur verwacht en vertrouwt erop, dat het nu in gang te zetten proces zal leiden tot een nog hechtere samenwerking tussen FGG/EUR en het AZR, waarbij binnen het op te richten EMCR kan worden gegarandeerd, dat AZR en FGG ook in de toekomst als universitair centrum voor geneeskunde en gezondheidswetenschappen prestaties op het hoogste niveau blijven leveren.

Maar "wat" is de waarde van de universiteit?
Elk jaar vormt de opening van het academisch jaar voor de nieuw aangekomen student een eerste kennismaking met de universitaire riten en mores. De studenten-gezelligheidsverenigingen in Rotterdam bieden vele, nu nog nuldejaars studenten de gelegenheid om door het bijwonen van de opening van het academische jaar te ervaren hoe het is om als eerstejaars student deze aula te verlaten. Ik kan onze nieuwe studenten garanderen dat bij het verlaten van deze aula voor jezelf het gevoel van opluchting over het niet langer in gepast stilzwijgen wakker moeten blijven, zal domineren. Voor anderen tonen beginnende eerstejaars en nuldejaars weinig verschillen!

Maar toch! Realiseer je als eerstejaars student de waarde en mogelijkheden van je student-zijn. Als student heb je de kans om je te oefenen in het leren begrijpen van het ogenschijnlijk onbegrijpelijke en het je kunnen verbazen over het nog onbekende. Wees je daarbij ervan bewust dat de studie niet een noodzakelijke hindernis is op weg naar een examen of een
maatschappelijke carrière. Studeren is investeren in jezelf; je doet het niet voor de universiteit of voor het diploma. Vraag je daarbij ook af wat de waarde is van alle kennis en vaardigheden die je opdoet tijdens je studie. Met onze huidige kennis vanuit de natuur- en geesteswetenschappen kunnen wij veel begrijpen en verklaren over de structuur en processen in de ons omringende wereld. Onze kennis over bijvoorbeeld de structuur van deze aardbol, de biochemische processen in het menselijk lichaam en de sociale interactiepatronen geeft veel antwoorden op de `hoe' vraag, maar geen enkel antwoord op de vragen `waarom' en `waartoe'.

Daárom, als Freek de Jonge schrijft:
"Maar wat is de taak van de wetenschap?
De mens gelúkkig te maken?
Heeft de dokter de mensen béter gemaakt,
de psychiater de mens gelúkkiger,
de econoom de mensen rijker,
de filosoof de mensen wijzer?
"

dan treedt hij, Freek de Jonge, voor mij in het voetspoor van illustere voorgangers zoals Goethe, die rond 1800 zijn versie van het `Faust dilemma' schreef. De vermetelheid waarmee de mens zich in de oudheid tegen een hogere almacht trachtte te verzetten middels duivels en demonen, heeft in de huidige tijd zijn waarde verloren. Echter een streven naar en waardering voor onbegrensde kennis, macht en rijkdom, heeft niet en zal nooit het antwoord leveren op `dé' waarde van deze opvattingen en activiteiten en op de `waarom' vraag. Onze wetenschappen bieden (nog steeds) geen afdoende antwoorden en oplossingen voor vragen rond armoede, honger en geweld. Uiteindelijk is alle `waarde' een individuele waarde en een dagwaarde. Realiseren wij ons ook nog de waarde van de opleidingen in Franeker, Harderwijk en… nog slechts 200 jaar geleden? De   geschiedenis van instellingen is vooral een geschiedenis van illusies en teleurstellingen. De waarde en deugdelijkheid hangt af van de ideeën die de instellingen in stand houden en van de mensen die deze ideeën voortbrengen en uitdragen. Ik wens de studenten toe, dat zij binnen onze universiteit de mensen en de inspiratie vinden om deze vragen te blijven stellen en wens ons allen (docenten, studenten, studentenverenigingen) toe, dat wij de omgeving weten te handhaven waarin de waarde ook van deze vragen wordt gewaardeerd. De na mij komende sprekers zullen ongetwijfeld andere accenten leggen bij de taken en beelden van onze universiteit. Ik nodig daarom met veel genoegen de hoofdspreker van vanmiddag, de heer Herkströter, uit om zijn rede te houden over "Marktgerichte onderwijskwaliteit: maatwerk of confectie à la carte?"