Sociologie: Veel gestelde vragen
Hoe schrijf ik een wetenschappelijk paper?
5.1 Literatuurverwijzingen
5.1.1. Plaats van literatuurverwijzingen
Een literatuurverwijzing kan zowel in de tekst als in een voetnoot staan. Zorg echter wel voor consistentie. Het meest raadzaam en meest gangbaar in de sociale wetenschappen is om literatuurverwijzingen in de tekst op te nemen en de voetnoten te reserveren voor informatie die afleidt van de hoofdtekst; dit wil zeggen voor extra informatie die niet direct van belang is voor het betoog. Voor lezers die geïnteresseerd zijn in opmerkingen terzijde is het raadplegen van eindnoten vermoeiend. Het is aan de auteur om met het oog op het verwacht lezerspubliek een overwogen keuze te maken tussen eindnoten en voetnoten. Het zij herhaald, louter literatuurverwijzingen kan men (in de vorm van bijv.: Veld & Van de Meerakker, 1998: 12) in de tekst zelf verwerken.
5.1.2. Gebruik van literatuurverwijzingen
Literatuur waarnaar in de tekst verwezen wordt, moet altijd in de literatuurlijst worden opgenomen. Wanneer men niet direct kennis heeft genomen van een tekst van een bepaalde auteur - d.w.z. zijn tekst niet heeft geraadpleegd -, maar via andere bron van diens werk op de hoogte is, verwijst men naar die andere bron. In dat geval bijvoorbeeld: (De Jong, 1998, p. xx) in plaats van (Bourdieu & Passeren, 1970)
5.1.3. Citaat en literatuurverwijzing
Een stuk tekst dat letterlijk wordt overgenomen van een andere auteur is een citaat. Enkel een literatuurverwijzing is in dit geval niet voldoende. Men behoort een bronvermelding inclusief paginanummer te geven. Bovendien is het gebruik van aanhalingstekens ter opening en afsluiting van het citaat, verplicht. Soms gebruikt men een letterlijk citaat (bijv. van Weber) dat men in een tekst van een ander (bijv. van Zijderveld) aantrof. In een dergelijk geval verwijst men als men netjes is naar de vindplaats bij Zijderveld.
5.1.4. Vorm van literatuurverwijzingen
Bij literatuurverwijzingen in de tekst verwijst men naar naam en jaartal en eventueel naar een paginanummer. Het laatste is gewenst als een enigszins nauwkeurige vindplaats voor een concept of bevinding is te geven. Men vermeldt bijv.: p. 23 of p. 23 e.v. [e. v. betekent en volgende,ThV].
Indien de naam van de auteur als (onderdeel van een) zinsdeel wordt gebruikt, staan alleen jaartal en paginanummer - van elkaar gescheiden door een komma - tussen haakjes: Volgens Auteur (1998, p.202) is het zo ...
Wanneer ook de auteur tussen haakjes staat, komt er ook tussen de auteursnaam en het jaartal een komma: (Auteur. 1998. p.202)
5.1.5. Literatuurverwijzing naar meerdere auteurs
Indien een literatuurverwijzing een werk van meerdere auteurs aanhaalt, behoudt de persoonsvorm toch het enkelvoud: Auteur en auteur (1998) verklaart ... Dit is omdat er verwezen wordt naar een publicatie en niet naar personen.
5.1.6. Consistentie in de literatuurverwijzingen
Belangrijk bij literatuurverwijzingen is consistentie. Eventueel mag bijvoorbeeld ook in plaats van een komma gevolgd door p. en een paginanummer een dubbele punt en meteen het paginanummer geschreven worden: (De Vries, 1998: 132).
Ongeacht welke keuze gemaakt wordt, het belangrijkste is dat deze keuze gedurende de hele tekst wordt gevolgd.
