Sociologie: Veel gestelde vragen
Hoe schrijf ik een wetenschappelijk paper?
3. Inhoud
3.1 Inleiding tot het probleem
De problematiek die U in de paper behandeld behoort ingeleid te worden. Deze inleiding kan variëren van: ‘In het kader van het vak SVB/GVB IV schrijf ik een paper over …’, tot een inleiding die uitgaat van een meer algemene inleiding tot de problematiek. Bijvoorbeeld: ‘Het afgelopen decennium is er in Nederland steeds meer aandacht gekomen voor een wijkgerichte aanpak van problemen in de steden. Een van de initiatieven is het project Buurtbemiddeling.’
U schrijft Uw paper niet alleen voor de docent, maar U probeert een groter lezerspubliek te bereiken. Hierbij kunt U denken aan de academische gemeenschap, beleidsmakers of de Volkskrant/NRC Handelsblad lezer met interesse in de door U aangesneden problematiek.
3.2 Duidelijke probleemstelling/hypothese
De bedoeling van een wetenschappelijk paper is het beantwoorden van een vraag, het analyseren of het beschrijven van een probleem. Dit vereist dat U een duidelijke vraag/probleemstelling heeft. U moet Uzelf en de lezer duidelijk maken wat U gaat onderzoeken/beschrijven, zodat U aan het eind van de paper, bij de conclusie, deze vraag/probleemstelling kunt beantwoorden.
3.3 Operationalisering vraagstelling
De centrale vraag/probleemstelling moet uiteen gelegd worden in elementen die onderzoekbaar c.q. beschrijfbaar zijn. Neemt U bijvoorbeeld de vraag: ‘Werkt Buurtbemiddeling?”, dan dient U in Uw paper deze vraag te operationaliseren. U kunt denken aan het beantwoorden van de volgende vragen:
- Wat versta ik in deze paper onder Buurtbemiddeling?
- Hoe definieer ik ‘werkt’? Op welke wijze ga ik dit meten?
- Beschrijf ik de gehele wereld of spits ik mijn vraag toe op bijvoorbeeld de deelgemeente Lombardijen?
3.4 Gebruik theorie
Uw vraag/probleemstelling bevindt zich niet in een academisch luchtledige ruimte. U dient aan te geven op welke theorie(en) Uw paper voortbouwt. Gegeven het voorbeeld Buurtbemiddeling kunt U op verschillende wijzen met het gebruik van theorie in Uw paper omspringen:
- U kunt aangeven welke theorie(en) er over Buurtbemiddeling of bemiddelen bestaan, welke veronderstellingen hieraan ten grondslag liggen, en aangeven of U deze gaat toetsen, aanscherpen, verwerpen etc.
- U kunt aanhaken bij de theorie(en) over het evalueren van beleid, waarbij U de casus Buurtbemiddeling behandelt om deze theorieën te toetsen.
- U kunt aan de hand van Uw casus aan theorieontwikkeling doen.
- U plaatst Uw casus in het licht van meer algemene sociale theorieën, bijvoorbeeld over anomie, sociale cohesie etc.
3.5 Gebruik methoden
Afhankelijk van de gekozen opzet van Uw paper maakt U verschillend gebruik van methoden van onderzoek. U dient de door U gebruikte methodologie te expliciteren. Maakt U bijvoorbeeld gebruik van literatuurstudie aangevuld met interviews, dan dient U deze opzet te verantwoorden en U dient kort aan te geven hoe U deze methode heeft gebruikt (wie heeft U geïnterviewd, waarom die persoon, hoe bent U aan Uw respondent gekomen etc.).
3.6 Gebruik verplichte literatuur
In Uw paper dient U te laten zien dat U (delen van) de verplichte literatuur heeft gebruikt. Dit wil zeggen dat U bijvoorbeeld bij de onderbouwing van Uw theoretische en/of methodologische uitgangspunt de relatie legt met c.q. gebruik maakt van de verplichte literatuur.
3.7 Argumentatie betoog
Uw betoog dient de regels van de logica te volgen. De argumenten die U gebruikt dienen zich logisch tot elkaar te verhouden. Als U een standpunt inneemt, verdedigt, of afwijst dient U dit te beargumenteren. Het moet voor de lezer duidelijk blijven hoe U tot Uw conclusies komt.
3.8 Onderbouwing betoog
De standpunten die U in neemt, verdedigt of afwijst dienen onderbouwd zijn. U laat zien waar U deze standpunten/ideeen op baseert; de literatuur, de empirie, de logica van Uw eigen argumentatie.
3.9 Eenduidig gebruik begrippen
De begrippen die U in Uw paper gebruikt dienen eenduidig te zijn. Als U nieuwe begrippen introduceert of als U gebruik maakt van meerduidige begrippen dient U te beschrijven of te definiëren hoe deze begrippen in Uw paper opgevat moeten worden.
3.10 Conclusie
Uw paper staat in het teken van het beantwoorden van een vraag – de probleemstelling – en het is een goede gewoonte om in de conclusie terug te komen op deze vraag. In de conclusie beantwoordt U Uw vraag. Voorts kunt U de conclusie gebruiken om aan te geven wat het belang van Uw onderzoek is voor de wetenschap of het beleid.
