Sociologie: Veel gestelde vragen
Hoe schrijf ik een wetenschappelijk paper?
4.1 Spelling en Grammatica
Hun/hen
Gebruik van hun:
Hun wordt alleen gebruikt als meewerkend voorwerp (Ik geef hun een boek). Hun kan nooit het onderwerp van een zin zijn.
Gebruik van hen'.
Schrijf hen als het een lijdend voorwerp betreft (Ik breng hen weg) of na een voorzetsel (Ik geef een boek aan hen). Hun wordt alleen gebruikt als meewerkend voorwerp (Ik geef hun een boek).
Dat/wat
Er zijn enkele regels voor het gebruik van wat en dat in verwijzingen. Naar een het-woord (onzijdig zelfstandig naamwoord) wordt verwezen met dat. Wat wordt gebruikt bij onbepaalde verwijzingen, dat wil zeggen: een verwijzing naar een hele zin.
- Er woedde een hevige brand in het huis dat we mooi vonden. (= een mooi huis)
- Er woedde een hevige brand in het huis, wat we mooi vonden. (= een mooie brand)
Schrijf wat na een als zelfstandig naamwoord gebruikte, overtreffende trap met het (het mooiste wat) en na onbepaalde woorden (alles wat, het enige wat).
4.1.1. Lidwoorden en geslacht zelfstandige naamwoorden
Lidwoorden
Mannelijke en vrouwelijke woorden krijgen het lidwoord de. Het lidwoord het wordt gebruikt bij onzijdige woorden. Raadpleeg bij twijfel altijd een woordenboek. Daarin staat aangegeven of een woord mannelijk (w.), vrouwelijk (v.), mannelijk én vrouwelijk (v. (m.)) danwel onzijdig (o.) is.
Lidwoorden van afkortingen
Bij afkortingen van instanties en bedrijven richt het lidwoord zich naar het kernwoord. Bij EU is dat unie, dus is het de EU. Afkortingen echter die als woord uitgesproken kunnen worden, krijgen de: de mavo. Let in dit geval wel goed op mogelijke betekenisverschillen tussen de mavo als school en het mavo als onderwijstype. In het laatste geval ligt de nadruk dus weer op het kernwoord onderwijs.
Verwijzende voornaamwoorden
Het geslacht van een woord is bepalend voor de vorm van de persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden die in een verwijzing naar dat woord moeten worden gebruikt. Mannelijke woorden krijgen dus hij/zijn/hem, vrouwelijke woorden zij/haar/haar en onzijdige woorden het/zijn.
Geslacht landen en steden
Namen van landen en steden zijn onzijdig. Dus: Rotterdam heeft zijn (niet: haar) grote drugsprobleem nog niet opgelost.
Twijfel welk lidwoord
Bij regelmatige twijfel over het geslacht van woorden, kan het handig zijn om het zogenaamde 'groene boekje' te raadplegen. Op pagina 42- 43 staat in enkele vuistregels uitgelegd door middel van de uitgang van het zelfstandige naamwoord bepaald kan worden welk lidwoord gebruikt moet worden.
4.1.2. Persoonsvorm
Tweede persoon enkelvoud:
Indien het onderwerp vóór de persoonsvorm staat, dan krijgt de tweede persoon enkelvoud een -t. Wanneer, zoals bij een vragende zin, het onderwerp na de persoonsvorm volgt, dan volgt er geen -t:
- Jij wordt door iedereen gefeliciteerd.
- Word jij door iedereen gefeliciteerd?
Derde persoon enkelvoud
Let op: de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd krijgt, behalve bij sommige onregelmatige werkwoorden, nog steeds een -t op het einde. De persoonsvorm wordt dan geschreven met -dt.
Getal van de persoonsvorm
Groepen van woorden die een eenheid aangeven krijgen ondanks de meervoud-betekenis een persoonsvorm in het enkelvoud. Het is dus:
- De groep demonstranten liep op straat.
Enkele woorden kunnen zowel enkelvoud als meervoud krijgen. Dit is afhankelijk van de vraag of de nadruk moet liggen op het geheel of op de afzonderlijke delen: - Een aantal demonstranten liep op straat. (= de hele groep)
- Een aantal demonstranten liepen op straat. (= zo hier en daar een demonstrant, niet een hele groep)
Na het aantal volgt natuurlijk wel altijd een persoonsvorm in het enkelvoud omdat er hier weer duidelijk sprake is van een eenheid. Bepalende factor is dus ook het gebruik van een bepalend danwel onbepalend lidwoord.
Meervoudsfout
Vermijd de meervoudsfout of 'voetbal-fout', die vaak wordt begaan door trainers en spelers in hun beschouwing van een wedstrijd. Dit is namelijk spreektaal en geen schrijftaal.
- Feijenoord heeft goed gespeeld. Ze hebben met 4-0 gewonnen.
Hoewel iedereen zal begrijpen dat de overwinning door elf spelers is behaald, blijft Feijenoord een enkelvoudig woord. Hier moet dus ook in het enkelvoud naar verwezen worden en niet met het meervoudige ze.
Verleden tijd
Let op: de derde persoon enkelvoud en meervoud krijgen in de verleden tijd respectievelijk -te/-de en -ten/-den, behalve bij sommige onregelmatige werkwoorden. Soms kan dit leiden tot verwarring:
- Terwijl zij op de trein wachtten, brachten zij hun tijd door met kaartspelletjes.
Het verschil tussen -te(n) en -de(n) is meestal goed te horen. Indien dit niet zo is, kan de regel van 't kofschip of een woordenboek altijd uitkomst bieden.
Voltooid deelwoord
Gebruik bij twijfel over de uitgang van een voltooid deelwoord altijd de vertrouwde regel van 't kofschip. Als de stam van het werkwoord (het hele werkwoord min -en) eindigt op één van de medeklinkers (t, k, f, s, ch of p) uit dit woord, dan krijgt het voltooid deelwoord een -t op het einde. In alle andere gevallen is er bij (regelmatige) werkwoorden sprake van een –d op het einde. Een ezelsbruggetje is om van het voltooid deelwoord een bijvoeglijk naamwoord te maken: dan is de correcte uitgang vanzelf te horen. (Is de hond ontluist of ontluisde De ontluisde hond, dus -d.) Blijft er toch nog twijfel bestaan, bijvoorbeeld over het al dan niet regelmatig zijn van het werkwoord, dan kan het woordenboek altijd uitkomst bieden.
