Sociologie: Veel gestelde vragen
Hoe schrijf ik een wetenschappelijk paper?
4.2 Stijl
Lijdende vorm
De lijdende vorm zou in veel gevallen achterwege gelaten moeten worden omdat het veelvuldig hanteren kan leiden tot onpersoonlijk en saai taalgebruik. De lijdende of passieve vorm kenmerkt zich door een passieve werkwoordsconstructie en een bepaling met door. Het lijdend voorwerp uit de actieve zin wordt onderwerp in de passieve zin en degene die de handeling verricht wordt in een bepaling met door geplaatst: Actief: De jongen eet een appel. Passief: Een appel wordt door de jongen gegeten.
Lijdende vorm en stijl
Goed bezien is de lijdende vorm niet fout, integendeel: soms is zij zelfs heel nuttig, zoals wanneer de handelende persoon onbekend is of wanneer er misverstanden ontstaan over de betekenis in een actieve zin. Maar omdat de door-bepaling nogal eens wordt weggelaten of vergeten, kunnen er toch grote misverstanden ontstaan over wie, wat en waar, en is het dus vaak beter om de actieve vorm te hanteren om de tekst levendig te houden.
Telegramstijl
De redenering in en de bedoeling van een tekst kunnen voor de lezer erg onduidelijk worden wanneer de schrijver zich bedient van een telegramstijl. Schrijf daarom volledige zinnen en zorg voor een duidelijke opbouw van het betoog zodat de gedachtengang van de schrijver voor de lezer inzichtelijk wordt.
Subjectiviteit
Een (wetenschappelijke) argumentatie overtuigt niet indien daarbij persoonlijke meningen en waarnemingen in het spel worden gebracht. Toch zal een auteur soms de behoefte voelen om subjectieve of waarde-oordelen en persoonlijke ervaringen naar voren te brengen. De aangewezen plaats daarvoor in een tekst is het voorwoord.dat onder andere juist bedoeld is om de auteur de ruimte te geven voor een persoonlijke noot. Het (veelvuldig) hanteren in een wetenschappelijke tekst van de wij- of ik-vorm is vanwege de suggestie van subjectiviteit die er van uit gaat, af te raden.
Spreektaal of schrijftaal
Probeer te vermijden dat in een geschreven tekst schrijftaal wordt vermengd met spreektaal of omgangstaal. Dit zou namelijk (ongewild) de argumentatie van de tekst kunnen schaden aangezien spreektaal hoe beeldend ook, dikwijls gepaard gaat met minder precisie en objectiviteit in de formuleringen.
Lange zinnen
Alhoewel lange zinnen niet altijd onduidelijk hoeven te zijn, kan men ze beter vermijden. Vaak is het niet de lengte zelf, maar de problematische opbouw die met de lengte gepaard gaat, die voor moeilijkheden zorgt. Gebruik dus niet steeds zinnen met veel bijzinnen of toevoegingen. Voor een helder betoog is het meestal beter om zo'n zin in twee of drie delen te splitsen en deze delen door middel van verbindingswoorden op elkaar te betrekken.
Verbindingswoorden
Zorg dat de samenhang tussen de zinnen onderling zichtbaar is voor de lezer en dat verbanden duidelijk zijn. Dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door het gebruik van verwijswoorden zoals die, welke, eveneens en dezelfde. Ook moet op een ten eerste altijd een ten tweede volgen.
Voegwoorden
Probeer de interne samenhang in een zin duidelijk te maken aan de lezer. Teveel komma's zijn vaak storend en kunnen beter af en toe worden afgewisseld met haakjes - of met gedachtenstreepjes - zodat de structuur beter zichtbaar wordt. Ook het goed gebruiken van voegwoorden zoals en, of, want, omdat is erg belangrijk.
Tangconstructies
Probeer zoveel mogelijk om zinsdelen die bij elkaar horen ook daadwerkelijk bij elkaar te zetten. Wanneer twee zinsdelen die bij elkaar horen als grijpers van een tang een aantal andere zinsdelen omvatten, spreekt men ook wel van tangconstructies. Dergelijke uiteenplaatsingen zijn verwarrend: structuur en inhoud van de zin kunnen gemakkelijk onduidelijk worden voor de lezer. In het volgende voorbeeld is tussen het onderwerp en de persoonsvorm een bijvoeglijke bijzin geplaatst, waarin bovendien nóg twee andere bijzinnen verwerkt zijn:
De man, die eindelijk dacht verlost te zijn van dieven nadat hij gisteren, omdat er al vier keer bij hem was ingebroken, een waakhond van een bijzonder Argentijns vechtras had gekocht, is vannacht opnieuw bestolen.
Om deze zin begrijpelijker te maken kan het beste de volgorde van de zin veranderd worden of de zin in meerdere zinnen gesplitst worden om vervelende tangconstructies te vermijden.
Verschuiving van grammaticaal onderwerp
Een tekst wordt onleesbaar als het grammaticaal onderwerp voortdurend verschuift binnen zinnen en/of een alinea. Dit is helemaal het geval als het onderwerp binnen een en dezelfde zin verschuift.
De stad Rotterdam heeft veel allochtonen en ze wonen geconcentreerd in bepaalde wijken. De zwarte basisscholen daar behalen over het algemeen lage CITO-scores. Het overheidsbeleid heeft als doel daarin verandering te brengen.
Germanismen
Vermijd waar mogelijk het gebruik van germanismen. Dit zijn woorden of uitdrukkingen die naar Duits model vernederlandst zijn. Schrijf bijvoorbeeld liever door middel van dan middels, en de jaren tachtig is beter dan de tachtiger jaren.
Anglicismen
Van anglicismen, dat wil zeggen té letterlijke vertalingen van Engelse woorden in het Nederlands, moet zo min mogelijk gebruik worden gemaakt. Alleen de vaak min of meer technische woorden - zoals reader, software en chip - waarvoor geen goed Nederlands alternatief bestaat en die algemeen aanvaard worden, kunnen wel worden gebruikt.
Getallen in de tekst
In een tekst moeten getallen beneden de twintig, tientallen tot en met negentig, hondertallen tot en met negenhonderd, duizendtallen tot en met negenduizend en de getallen honderduizend, miljoen en miljard altijd volledig worden uitgespeld. (De tussenliggende getallen zoals 89, 978, 10.456 etc. worden dus wel in cijfers gegeven.) In voetnoten mag eventueel van deze regel omtrent 'ronde' getallen worden afgeweken; dit om ruimte te besparen. Uitzonderingen mogen verder gemaakt worden bij data, bij paginanummers, bij getallen met cijfers achter de komma en bij technische of statistische teksten.
Afkortingen
Probeer het gebruik van afkortingen ter vervanging van woordgroepen - voornamelijk voorzetselgroepen - tot een minimum te beperken; al was het alleen maar omdat deze uitdrukkingen zelf vaak onnodig zijn. Een tweede reden is dat veel afkortingen tot misverstanden kunnen leiden. Schrijf dus liever niet t.g.v., want dit kan verschillende betekenissen hebben: ten gevolge van, ter gelegenheid van, ten gunste van. Afkortingen van instellingen en zaken kunnen uiteraard wel gebruikt worden, zeker als het gaat om veel gebruikte afkortingen en om afkortingen die voor de tekst relevant zijn. De eerste keer dat de afkorting in de tekst gebruikt wordt, moet deze natuurlijk wel worden uitgeschreven.
Punten in afkortingen
Hoewel er vele uitzonderingen bestaan, kan als regel worden aangehouden dat afgekorte woorden een punt krijgen en dat afgekorte woordgroepen per woord een punt krijgen: nl., incl., d.m.v. en m.a.w.
De belangrijkste uitzonderingen - die dus geen punt krijgen - zijn: afkortingen van een zelfstandig
- naamwoord die als woord uitgesproken kunnen worden: info, docu'
- afkortingen van instellingen en regelingen waarin hoofdletters voorkomen: EUR, MUB',
- internationaal erkende symbolen in handel, techniek en wetenschap: km, kWh, £, H2O.
Geslacht van afkortingen
Bij afkortingen van instanties en bedrijven richt het lidwoord zich naar het kernwoord. Bij EU is dat unie, dus is het de EU. Afkortingen echter die als woord uitgesproken kunnen worden, krijgen de: de mavo. Let in dit geval wel goed op mogelijke betekenisverschillen tussen de mavo als school en het mavo als onderwijstype. In het laatste geval ligt de nadruk dus weer op het kernwoord onderwijs.
