Onderwijs
De sociologie onderzoekt de grondpatronen van menselijk samenleven. Sociologen zijn geïnteresseerd in hoe samenlevingen ontstaan, hoe ze voortbestaan en hoe ze veranderen.
Sociologen zien samenlevingen primair als netwerken van "relaties" en daarmee samenhangende stelsels van gemeenschappelijke "ideeën". Belangrijke relaties zijn onder andere de economische rolverhoudingen en de politieke machtsverhoudingen in een samenleving. Op het vlak van ideeën gaat het onder meer om taal, kennis, opvattingen over hoe men zich behoort te gedragen, en noties over wat het nastreven waard is.
De belangstelling van sociologen geldt niet alleen het verschijnsel samenleving in abstracto. Sociologen zijn ook sterk geïnteresseerd in de specifieke kenmerken en problemen van afzonderlijke samenlevingen of van onderdelen ervan. Zo is er veel aandacht voor bijvoorbeeld arbeidsorganisaties, het onderwijs, het gezin en het staatsbestel. Het blijkt erg moeilijk om de grondpatronen van het menselijk samenleven in simpele algemene 'wetten' te vangen. Wat dit betreft zijn er vooralsnog meer strijdvragen dan zekerheden. Op het meer concrete vlak liggen daarentegen tal van boeiende vragen, waarover ook zonder een "grote theorie" verstandige dingen kunnen worden gezegd.
Als voorbeeld een aantal vragen waar sociologen zich mee bezig houden. Om te beginnen twee vragen op het meest abstracte niveau. Ten eerste het zogenaamde "orde vraagstuk". Hoe komt het dat mensen zich zozeer naar elkaar voegen? Waarom is chaos geen regel? Moet alles wel zo geordend en voorspelbaar lopen? Hoe je deze vragen beantwoordt, heeft grote gevolgen voor je stellingname bij tal van politieke problemen. Een andere vraag op dit niveau is die naar "maatschappelijke ongelijkheid".
Hoe komt het dat bijna overal verschillen in macht en aanzien voorkomen? Waarom zijn die verschillen niet overal even groot? Is een samenleving zonder verschillen in macht, inkomen en aanzien mogelijk? Ook deze vraag heeft implicaties die verder strekken dan de studeerkamer.
Op een iets concreter niveau spelen vragen die betrekking hebben op een speciaal type samenleving. Een belangrijke vraag is bijv. hoe een economisch stelsel als het "kapitalisme" heeft kunnen ontstaan en wat deze economische orde betekent voor de verhoudingen op andere maatschappelijke vlakken, waaronder het politieke. Soortgelijke vragen worden gesteld ten aanzien van de moderne verzorgingsstaat. Een daarmee samenhangende vraag betreft de invloed van het onderwijsbestel. Wat is de invloed van het onderwijs op het vlak van de ongelijkheid in de samenleving. Hoe is het gesteld met de "schoolbaarheid" van lager opgeleiden? Welke onderwijskwalificaties zijn nodig om de snelle technologische ontwikkeling te kunnen bijbenen en wat zijn de gevolgen van die ontwikkeling voor de inrichting van de samenleving? Gaan er nieuwe scheidslijnen ontstaan, zoals werkenden versus werklozen, of vaste banen versus flexibele arbeidsvormen? Al deze vragen zijn natuurlijk hoogst relevant. Ze zijn echter ook sterk beladen met belangen en ideologische stellingnames. Daarom is het hanteren van wetenschappelijk verantwoorde methoden onontbeerlijk.
