Sociologie: Master Arbeid, Organisatie en Management
Masterprogramma
Het masterprogramma Arbeid, Organisatie en Management (AOM) - sociologische variant - leidt op tot Master of Science (MSc) Sociologie.
Het masterprogramma Arbeid, Organisatie en Management (AOM) van de masteropleiding Sociologie richt zich op de sociologische bestudering van vraagstukken van arbeid, organisatie en management en dan vooral de relatie tussen de drie.
Het programma richt zich op de inrichtingswijze van de organisatie, het productieproces binnen de organisatie en de wijze waarop deze beheerst kunnen worden. In de organisatiesociologische analyse staan de problemen van controleerbaarheid, bestuurbaarheid, beheersbaarheid en leefbaarheid (Lammers e.a. 1997: 25) centraal. In de arbeidssociologische analyse staan de problemen van kwaliteit en verdeling van de arbeid centraal.
De opleiding is vooral gericht op organisatie- en arbeidssociologische vraagstukken in zowel publieke als private organisaties. Bij private organisaties gaat het om vraagstukken in een marktgerichte omgeving. Bij publieke organisaties betreft het vergelijkbare vragen binnen de publieke, beleidsmatige en juridische context.
Het programma is niet opgezet langs de lijnen van arbeidssociologie, organisatiesociologie en management als op zich staande onderdelen van het programma, maar gebouwd op de filosofie dat in ieder vak de drie invalshoeken (in meerdere of mindere mate) worden gecombineerd. In het programma wordt daarom in plaats van een disciplinaire indeling een opbouw in termen van niveaus gevolgd. Dit leidt tot de volgende driedeling in het programma:
- aandacht voor de werkvloer en productieprocessen in organisaties;
- aandacht voor de inrichting en sturing van de organisatie; en
- aandacht voor de institutionele omgeving van organisaties en het arbeidsproces.
Doelstellingen
Het masterprogramma is:
- verdiepend ten opzichte van de in de bachelor Sociologie aangeleerde algemene (organisatie- en arbeids)sociologische kennis;
- breed: vanuit de sociologie met een open oog voor de aanpalende terreinen van de economie, politicologie en bestuurskunde kijkend naar vraagstukken van arbeid, organisatie en management;
- gericht op maatschappelijke problemen, in het bijzonder arbeids-, organisatie- en managementvraagstukken in publieke en private organisaties;
- interventiegericht, dat wil zeggen gericht op de sociologische benadering van vraagstukken van controleerbaarheid en bestuurbaarheid, beheersbaarheid en leefbaarheid van organisaties; en
- methodisch en theoretisch pluralistisch.
Eindtermen
Het masterprogramma AOM leidt op tot wetenschappelijk geschoolde, competente professionals die:
- beschikken over een brede kennis van en inzicht in de algemene arbeidssociologische en organisatiesociologische theorievorming en in de mogelijkheden om sturend in te grijpen in organisaties en productieprocessen;
- beschikken over een brede kennis van relevante empirische domeinen, in het bijzonder van de arbeidsmarkt, de verdeling van de arbeid, de arbeidsverhoudingen, de politieke economie van industriële relaties en de inrichting van het publieke domein met daarbij bijzondere aandacht voor de Nederlandse situatie;
- in staat zijn tot het combineren van theorie en empirie in de wetenschappelijke en professionele processen van analyse van arbeids- en organisatieproblemen; en
- zelfstandig wetenschappelijk onderzoek kunnen doen.
Leerdoelen
In de verschillende onderdelen van het programma verwerven de studenten:
- kennis en inzicht in vraagstukken van arbeid, organisatie en management;
- leren zij deze kennis toe te passen;
- leren zij zich een oordeel te vormen over vraagstukken van arbeid, organisatie en management; en
- leren zij hoe te communiceren in het wetenschappelijke en professionele discours.
Deze opleiding veronderstelt de in de bachelor en in het schakeljaar behandelde organisatie- en arbeidssociologie bekend.
Arbeidsmarktprofiel en beroepsmogelijkheden
De afgestudeerden zullen niet inzetbaar zijn op alle A&O-functies; zo is voor deskundigen op het gebied van werving en selectie een meer specifieke opleiding (bijvoorbeeld A&O-psychologie) gewenst. De opleiding heeft een meer generiek profiel, en dus zullen de afgestudeerden in het algemeen ook op meer generieke functies terechtkomen. Meer in het bijzonder valt te denken aan:
- managers en P&O-medewerkers die oog hebben voor ‘human aspects’ bij interne bedrijfsprocessen en veranderingsprocessen;
- managers en P&O-medewerkers die strategisch beleid, personeelsbeleid en organisatieontwikkeling met elkaar kunnen verbinden;
- organisatieadviseurs;
- beleids- of wetenschappelijk onderzoekers die zich met arbeids- of organisatievraagstukken bezighouden.
Met betrekking tot het laatste profiel moet opgemerkt worden dat er op de arbeidsmarkt vraag is naar sociaal-wetenschappelijke (beleids-)onderzoekers die in staat zijn gedegen empirisch onderzoek te doen naar A&O-vraagstukken. Het gaat hier zowel om studenten die later AIO willen worden als om afgestudeerden die in staat zijn beleidsaanbevelingen te doen op grond van analyses van ontwikkelingen in technologie, arbeid en de arbeidsmarkt. Hierbij valt te denken aan onderzoeksinstituten als het SCP en organisatieadviesbureaus, maar ook aan onderzoeksafdelingen op het niveau van gemeenten, provincies of ministeries. Onderzoeksmethoden krijgen daarom niet alleen in het basisprogramma een prominente plaats, maar uitdrukkelijk ook in de afsluitende scriptie!
Curriculum AOM
De uitgangspunten van het opleidings- en beroepsprofiel komen in de verschillende modules terug. Concreet betekent dit dat (voorzover mogelijk en relevant) in iedere module ingegaan zal worden op theoretische achtergronden en empirische bevindingen met betrekking tot menselijk gedrag en handelen in organisaties. Ook zal de praktische component (mondelinge en schriftelijke vaardigheden) niet uit het oog worden verloren. De modules kennen een thematische opzet, waarin actuele thema’s worden behandeld vanuit uiteenlopende disciplines. Omwille van de samenhang zal steeds één docent primair verantwoordelijk zijn en de regie in handen hebben.
Er wordt van uitgegaan dat studenten bij aanvang van het Masterprogramma kennis hebben van de belangrijkste stromingen in de organisatietheorie en van sociaal-wetenschappelijke kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden en -technieken.
Het programma wordt zodanig aangeboden dat studenten zowel in de dag- als de avonduren de Mastertitel kunnen behalen. Bij keuzeonderdelen is het echter mogelijk dat een bepaald onderdeel alleen overdag of ‘s avonds wordt aangeboden. Het kan dus voorkomen dat een< door de student gewenste module op een voor hem/haar minder geschikt moment wordt gegeven. De studielast betreft ongeveer 40 uur per week, dit impliceert dat deeltijdstudenten er over het algemeen twee jaar over doen. De scriptielast betreft 20 ECTS, hetgeen 3 à 4 maanden voltijds aan de scriptie werken betekent.
Indicatie van vakken
Voor een overzicht van de vakken en onderwerpen die in het huidig academisch jaar aan bod komen, klik hier. Zie ook over voltijd en deeltijd.
Collegegeld
Voor meer informatie over collegegelden klik hier
Contactinformatie
- Voor algemene informatie kunt u terecht bij de facultaire voorlichter:
T (010) 408 2046
E voorlichting@fsw.eur.nl - Studie-adviseur: mevr. drs. N. Sahetapy
E sahetapy@fsw.eur.nl - Onderwijscoördinator: dr. B. Peper
T (010) 408 2086
E peper@fsw.eur.nl
Voorlichting
Voor actuele informatie over onze voorlichtingsdagen en overige voorlichtingsactiviteiten kunt u kijken op onze studiekiezerspagina.
Aanmelden en inschrijven
Informatie over toelatings- en inschrijfprocedure en inschrijfformulieren klik hier.
