Home » Staff » Homepages » Homepage of dr. Peter Mascini

Homepage of dr. Peter Mascini

Ik ben universitair docent sociologie, in het bijzonder met betrekking tot Arbeid, Organisatie en Management aan de afdeling Sociologie van de Erasmus Universiteit, lid van de Amsterdamse School voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek (ASSR), lid van de redactie van Sociologie en bestuurslid van de Nederlandse Sociologische Vereniging (NSV).

Als onderzoeker beschouw ik mezelf vooral als beleidssocioloog. Beleid is per definitie gebaseerd op het uitgangspunt dat menselijk handelen te beïnvloeden is. De veronderstellingen over de manier waarop beleidinstrumenten effect zou moeten sorteren blijven echter vaak impliciet of onuitgewerkt of zijn ongefundeerd. In de praktijk blijken beleidssubjecten zich dan ook vaak heel anders te gedragen dan verwacht, met als gevolg dat beleidsmaatregelen onvoorziene of onbedoelde effecten hebben. Ik onderzoek welke veronderstellingen er aan concrete beleidsmaatregelen ten grondslag liggen, hoe die zich tot de motieven en belangen van de beleidssubjecten zelf verhouden en welke gevolgen het heeft als beleidssubjecten niet handelen volgens de uitgangspunten die aan het beleid ten grondslag liggen. De afgelopen jaren heb ik de legitimering en uitvoering onderzocht van veiligheids- en gezondheidsbeleid, asielbeleid en misdaad- en terrorismebestrijding.

 

Veiligheid en gezondheid: objectivering van risico’s

Arbeidsomstandighedenbeleid is primair gericht op het objectiveren van veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Ik heb laten zien dat de effectiviteit van dit streven begrensd is. Veiligheidsvoorlichting en training brengen zelden duurzame gedragsverandering teweeg doordat ze te ver afstaan van de manier waarop werknemers in de dagelijkse praktijk leren. Gevaarlijke situaties ontstaan doordat leidinggevenden of controlerende instanties vasthouden aan de naleving van veiligheidsvoorschriften die niet deugen. Werknemers houden informatie over (bijna-)ongevallen onder de pet of geven deze vertekend weer doordat ze er rekening mee houden dat betrokkenen op deze informatie zullen worden afgerekend. Risico-inventarisaties zijn eenzijdig en omstreden doordat dominante partijen er in slagen hun risicoperceptie op te leggen aan marginale groepen. Kortom: onvoorwaardelijk geloof in de objectiviteit van risico’s leidt slechts tot een illusie van controle.

 

Asiel: ‘echte’ en ‘economische’ vluchtelingen en Gender en asiel

In het publieke debat is de afgelopen jaren vaak beweerd dat het overgrote deel van de asielzoekers ‘gelukszoekers’ of ‘economische’ vluchtelingen is. Deze stelling is gebaseerd op het uitgangspunt dat het mogelijk is om dit type vluchtelingen eenduidig te onderscheiden van ‘echte’ vluchtelingen. Uit mijn onderzoek naar de uitvoering van het asielbeleid blijkt dat dit uitgangspunt problematisch is. Regiokantoren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bleken verschillend te beslissen over aanvragen die in essentiële opzichten gelijk waren. Bovendien werden deze regionale verschillen in tweede aanleg niet gecompenseerd door de rechter. Ook beslisten individuele medewerkers van de IND uiteenlopend over een identieke asielaanvraag doordat hun taakopvattingen en reputaties verschilden. Het gemak waarmee in het publieke debat onderscheid wordt gemaakt tussen ‘echte’ en ‘economische’ asielzoekers dient dus te worden gewantrouwd.

In een ander project onderzoeken Marjolein van Bochove en ik de relatie tussen gender en asiel. Terwijl de aandacht voor de achterstelling van vrouwen in de asielprocedure de afgelopen decennia groeit, blijkt dat juist mannen hierin een kleinere slaagkans hebben. We tonen aan dat dit te maken heeft met het traditionele gendermigratiepatroon en de hieraan gekoppelde typering van mannen als calculerende gelukszoekers en van vrouwen als slachtoffers van patriarchale overheersing.

 

repressie, resocialisatie, decriminalisatie en gedogen

Voor meer dan een eeuw hebben wetenschappers en professionals de steun van het publiek voor resocialisatie beschouwd als de progressieve tegenpool van die voor repressie. Ik heb samen met Dick Houtman aangetoond dat deze diepgewortelde gewoonte onjuist is, omdat: 1) steun voor beide typen misdaadbestrijding elkaar allerminst uitsluit, 2) resocialisatie net zo populair is onder de achterban van rechtse politieke partijen als van linkse, 3) autoritaire mensen evenveel belang hechten aan resocialisatie dan libertaire. Nader beschouwd is steun voor decriminalisatie de progressieve tegenpool van die voor repressie. Voorts laten we in een ander onderzoek zien dat afkeer van gedogen niet specifiek is voor conservatieven, zoals vaak wordt verondersteld. Gedogen van wetsovertredingen die de individuele vrijheid in gedrang brengen of die de herverdeling van welvaart in de weg staat, worden namelijk in de eerste plaats afgekeurd door progressieven. 

 

Terrorismebestrijding: sympathisanten

Volgens vele terrorismebestrijders en sociale wetenschappers zijn moslimextremisten voor de voortzetting van de gewelddadige jihad sterk aangewezen op sympathiserende moslims. Ik heb samen met Maite Verhoeven laten zien dat sympathisanten weliswaar onmisbaar zijn voor rekrutering en sponsoring, maar minder voor het maken van buitenlandse reizen, het genereren van inkomsten en communicatie. Dit komt niet alleen omdat sympathisanten zich terughoudend opstellen uit angst voor mogelijke represailles, maar ook omdat het voor extremisten onnodig, onmogelijk of onwenselijk is om een beroep op hun achterban te doen. Het kan dus zijn dat de rol van sympathisanten onmisbaar is voor de voortzetting van de jihad, maar vanzelfsprekend is ze niet.