Geschiedenis van de filosofie IV: De moderne tijd
Dr. Henri Krop
In de zeventiende eeuw begint men voor het eerst aan het algehele gezag van de antieke filosofen te twijfelen. In de Renaissance had Aristoteles al het alleenrecht verloren, maar vooral de wetenschappelijke revolutie maakte ook de alternatieven als het platonisme, het materialisme en scepsis niet langer aantrekkelijk. In 1628 bijvoorbeeld moest de Leidse hoogleraar Franco Burgersdijk tot zijn spijt constateren dat het stelsel van Copernicus plausibeler is dan het geocentrisme van Ptolomaeus, ook al is het niet te verenigen met de grondbeginselen van de wijsbegeerte van Aristoteles. Nieuwe filosofieën als die van Descartes, Hobbes en Locke proberen de nieuwe natuurwetenschap te integreren in een algemeen filosofisch kader. In deze cursus zal niet alleen bij de ontwikkelingen in de logica en de metafysica maar ook wordt stilgestaan bij de vernieuwingen in de praktische filosofie. Het mechanicisme van de nieuwe natuurwetenschap maakte ook een nieuwe benadering van de mens en de maatschappij noodzakelijk. De zeventiende eeuw staat daarbij op het breukvlak tussen de oude en nieuwe wereld.
Dr. H.A. Krop (1954) is als docent Geschiedenis van de wijsbegeerte verbonden aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is gepromoveerd op een proefschrift over de verhouding tussen de theologie en metafysica bij Johannes Duns Scotus (1265-1309). Van zijn hand verscheen een vertaling van Spinoza’s Ethica.
Geschiedenis van de filosofie IV: De moderne tijd
Code | 1211JL |
Data | 1 oktober t/m 26 november 2012 (geen college op 15 oktober) |
Tijd | Maandag 14.00 – 16.00 uur |
Locatie | De bijeenkomsten vinden plaats op complex Woudestein van de Erasmus Universiteit Rotterdam. |
Kosten | €215 (inclusief koffie en thee tijdens de pauzes, exclusief literatuur) Hovo plusprijs €245 |
Aantal bijeenkomsten | Acht colleges van 2 uur |
![]()