Leergang Gebiedsmanagement » Achtergrond

Waarom deze opleiding?

De Leergang Gebiedsmanagement anticipeert op de toenemende vraag naar een nieuw type park en city manager: mensen die in staat zijn om de belangen van andere partijen (stakeholders) mee te wegen, om over de grenzen van hun gebied te kijken en in te spelen op ontwikkelingen in de omgeving.

Samenwerking en organiserend vermogen worden steeds belangrijker als succesvoorwaarden voor het realiseren, onderhouden en in de markt zetten van aantrekkelijke en bereikbare bedrijvenparken en winkelcentra. Met andere woorden: park en city management is een co-productie van publieke en private partijen.

Stedelijk bestuurders staan voor de uitdaging om bedrijven en andere stakeholders meer te betrekken bij het park en city management, en ze hierbij soms meer vrijheid te geven. Het (georganiseerde) bedrijfsleven staat voor de taak om op een meer strategische wijze invulling te geven aan haar belang bij een goed georganiseerde en aantrekkelijke omgeving.

Achtergrond

Economische, politieke, sociaal-culturele, demografische en technologische ontwikkelingen veranderen continu de voorkeuren (preferenties) en mogelijkheden van bewoners, bedrijven, bezoekers en investeerders. Relevante trends op wereldschaal zijn bijvoorbeeld de transitie naar een kenniseconomie, globalisering en de toenemende concurrentie tussen regio’s, klimaatverandering, vergrijzing en veranderingen in de prijzen van grondstoffen en energie.

Dergelijke ontwikkelingen beïnvloeden stedelijke ontwikkeling – ze hebben onder meer geleid tot de ontwikkeling van polycentrische systemen – en daarmee de benodigde interventies van het stedelijk management. Tot dit stedelijk management rekenen we niet alleen de lokale overheid maar in feite alle partijen die een belang hebben bij een duurzame ontwikkeling van de stad. Ook bedrijven – of het nu gaat om industrie, retail of dienstverlening – zouden vanuit hun belang bij een goed georganiseerde en aantrekkelijke omgeving betrokken moeten zijn bij de ontwikkeling en het beheer van steden in het algemeen. In het bijzonder zouden zij betrokken moeten zijn bij werklocaties zoals bedrijventerreinen en winkelcentra. Het is niet zozeer een kwestie van maatschappelijk verantwoord ondernemen (reputatiemanagement), maar vooral van een welbegrepen eigenbelang met het oog op de continuïteit.

Stedelijk bestuurders staan voor de uitdaging om bedrijven en andere stakeholders meer te betrekken bij het park en city management, en ze hierbij soms meer vrijheid te geven. Dit kan bijvoorbeeld tot uitdrukking komen in BedrijfsInvesteringsZone (BIZ), de Nederlandse variant op ‘business improvement districts’. Bedrijven krijgen bij dit soort constructies meer ruimte om zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor de inrichting en organisatie van hun omgeving, door middel van ‘self taxation’. Meestal gaat het hierbij om redelijk uniforme gebieden zoals winkelcentra, bedrijvenparken of (delen van) de binnenstad. Bij dit soort constructies is het uitgangspunt dat op een of andere wijze het alom bekende ‘prisoner’s dillemma’ (het voorrang geven aan individuele belangen leidt tot suboptimale resultaten) wordt opgeheven, of in ieder geval wordt gereduceerd. De bewegingsruimte van de private sector wordt bepaald door de kaders die (hogere) overheden stellen.

Park en city management wordt dus in toenemende beschouwd als een co-productie van publieke en private partijen. Samenwerking en ‘organiserend vermogen’ worden steeds belangrijker als succesvoorwaarden voor het realiseren, onderhouden en in de markt zetten van aantrekkelijke en bereikbare bedrijvenparken en winkelcentra. Hiermee groeit de behoefte aan een nieuw type park en city manager: mensen die in staat zijn om enerzijds de belangen van andere partijen (stakeholders) mee te wegen en anderzijds om over de grenzen van hun gebied te kijken en in te spelen op trends in de omgeving. De Leergang Gebiedsmanagement  anticipeert op de vraag naar dit type manager.