Leergang Gebiedsmanagement » Opzet » Curriculum

Thema's in het curriculum

De colleges van de Leergang Gebiedsmanagement zien er als volgt uit:

 College

Tijden 

Thema

 1

16.00 - 20.00

 Inleiding gebiedsmanagement

 2

16.00 - 20.00

 Stakeholders en hun strategieën

 3

16.00 - 20.00

 Kwaliteit en duurzaamheid

 4

16.00 - 20.00

 Marketing, identiteit en imago

 5

16.00 - 20.00

 Beheer: financiering en organisatie

 6

16.00 - 20.00

 Mobiliteit en bereikbaarheid

 7

16.00 - 20.00

 Herontwikkeling en herstructurering

 8

09.00 - 17.00

 Praktijkcases Utrecht (excursie)

 9

16.00 - 20.00

 Keuzeopdrachten

 10

09.00 - 17.00

 Eindgesprekken

Momenteel is de leergangcommissie druk bezig met het organiseren van sprekers en de data en plaatsen van de colleges. Meer informatie daarover volgt binnenkort.

De specifieke inhoud van de colleges is als volgt:

1. Inleiding gebiedsmanagement

De Leergang Gebiedsmanagement heeft als missie om het management van gebieden met een bedrijfsmatig karakter – winkelgebieden en bedrijvenparken – op een hoger niveau te brengen. Het centrale thema in de cursus is samenwerking. De praktijk leert dat gebrek aan samenwerking ertoe eidt tot werklocaties niet optimaal ontwikkeld en beheerd worden. In de huidige tijd van financiële onzekerheid, klimaatverandering en sociale onrust is behoefte aan nieuwe coalities: nieuwe combinaties die leiden tot nieuwe oplossingen. De uitdaging is om kwaliteit te combineren met duurzaamheid, financiële haalbaarheid en bereikbaarheid. Uiteraard stellen winkelgebieden en bedrijvenparken verschillende eisen, maar de behoefte aan samenwerking op het gebied van planning, ontwikkeling en beheer geldt voor beide typen werklocaties. In deze module introduceren we het begrip gebiedsmanagement, bespreken we verschillen en overeenkomsten tussen diverse typen werklocaties, en bieden we houvast en structuur voor de volgende modules.

2. Stakeholders en hun strategieën

Bij de ontwikkeling en het beheer van werklocaties spelen tal van partijen een rol: (deel)gemeenten, provincies, het Rijk, projectontwikkelaars, beleggers, adviesbureaus, ondernemersverenigingen, Kamers van Koophandel, omwonenden, milieugroeperingen en andere belangenorganisaties. Deze partijen kunnen (her)ontwikkeling en beheer faciliteren, maar ook frustreren. Doel van deze module is om inzicht te verkrijgen in de – soms conflicterende, maar soms ook gemeenschappelijke – belangen van de verschillende stakeholders, en de wijze waarop die zich manifesteren in (gezamenlijke) strategieën en acties. Wat zijn de barrières voor samenwerking en hoe kunnen deze barrières weggenomen worden? Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar partnerships tussen soortgelijke werklocaties (bijvoorbeeld winkelgebieden), maar ook naar relaties tussen verschillende werklocaties (winkelgebieden en bedrijvengebieden).

3. Kwaliteit en duurzaamheid

Kwaliteit en duurzaamheid zijn sleutelbegrippen bij de (her)ontwikkeling en het beheer van werklocaties; zowel als het gaat om indviduele gebieden (winkelcentra, bedrijvenparken) als de ruimtelijke systemen waarvan ze deel uitmaken. In de Nederlandse situatie schetst de nationale overheid weliswaar de contouren van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkeling – denk aan de Nota Ruimte – maar uiteindelijk is ruimtelijke ontwikkeling de resultante van een samenspel tussen lokale, regionale, provinciale en nationale partijen. In deze module trachten we inhoud te geven aan kwaliteit en duurzaamheid als leidende begrippen voor de (her)ontwikkeling van gebieden met een bedrijfsmatig karakter. Een van de centrale vragen luidt hoe duurzaamheid en kwaliteit gerealiseerd kan worden in een sterk gedecentraliseerde en gedemocratiseerde samenleving, gegeven de uiteenlopende belangen van partijen.

4. Marketing, identiteit en imago

Winkel- en bedrijvengebieden hebben te maken met onderlinge concurrentie. Zij maken immers deel uit van meerkernige (polycentrische) systemen niet alleen op regionaal niveau (de binnenstad en subcentra), maar ook op bovenregionaal niveau (de Randstad, de Brabantse steden, etc.). Concurrentie kan gebieden stimuleren om kwaliteit te leveren, maar kan ook leiden tot eenvormigheid en een overaanbod van bedrijfsruimte (en dus leegstand). Businesspark en city managers staan voor de uitdaging om in deze concurrerende omgeving onderscheidend te zijn (identiteit), en een product in de markt te zetten dat inspeelt op de vraag van gebruikers (huurders, winkelend publiek, werknemers). Een aantrekkelijk product is echter niet voldoende: goede beeldvorming (imago) is minstens zo belangrijk. In deze module kijken we naar de wijze waarop betrokken partijen gezamenlijk kunnen komen tot een gemeenschappelijk marketing- en communicatiestrategie voor gebieden met een bedrijfsmatig karakter.

5. Beheer: financiering en organisatie

De laatste jaren klinkt steeds nadrukkelijker de roep om meer eigen verantwoordelijkheid van ondernemers bij het inrichten en beheren van werklocaties. Natuurlijk zal de overheid nooit geheel naar de achtergrond verdwijnen, maar het is evident dat bedrijven commercieel belang hebben bij een goed georganiseerde en aantrekkelijke omgeving. De vraag is nu hoe dit belang vertaald kan worden in een adequaat financieel-organisatorische structuur. Immers, al te veel vrijblijvendheid resulteert in ‘free-ridergedrag’: ondernemers zullen geen bijdrage leveren omdat anderen dat al doen. In deze module discussiëren we over de mogelijkheden om dit probleem aan te pakken. Daarbij valt te denken aan ondernemersfondsen en vormen van ‘self taxation’ zoals Business Improvement Districts.

6. Mobiliteit en bereikbaarheid

Bereikbaarheid en mobiliteit zijn van groot belang voor de economische vitaliteit van gebieden met een bedrijfsmatig karakter. Bedrijvenparken en winkelgebieden moeten goed toegankelijk zijn voor leveranciers, klanten en werknemers. Ook is er behoefte aan voldoende parkeervoorzieningen. In deze module stellen we vast dat er twee complicerende factoren zijn. Ten eerste is het evident dat de behoefte aan mobiliteit afgewogen moet worden tegen andere belangen zoals een gezonde omgeving voor werknemers en bezoekers en de omgevingskwaliteit van het gebied. Ten tweede kan de bereikbaarheid van één werklocatie niet losgezien worden van de infrastructurele vraagstukken op een hoger schaalniveau. Beide complicaties zorgen ervoor dat afstemming tussen belanghebbenden (stakeholders) noodzakelijk is om te komen tot duurzame oplossingen voor mobiliteitsvraagstukken (visie, strategie, concrete acties). Afstemming tussen partijen vereist inzicht in hun belangen en strategieën, en handvatten voor adequate communicatie.

7. Herontwikkeling en herstructurering

Met het overaanbod van kantoren en winkelruimte en de toenemende verrommeling van het Nederlandse landschap groeit de behoefte aan herontwikkeling en herstructurering als alternatief voor de ontwikkeling van nieuwe werklocaties. Het is echter duidelijk dat herontwikkeling en herstructurering beduidend gecompliceerder is dan ontwikkeling. Men heeft immers te maken met gevestigde belangen, weerstand tegen verandering en mogelijke conflicten tussen de herontwikkeling en de continuïteit van de activiteiten. In deze module bespreken we de succes- en faalfactoren in het proces van herontwikkeling en herstructurering. Daarbij ligt de nadruk op het verkrijgen van draagvlak en de ontwikkeling van een integrale en gemeenschappelijke visie (organiserend vermogen).

8. Praktijkcases Utrecht (excursie)

Tijdens deze excursiedag brengen we een bezoek aan diverse werklocaties in Utrecht. Een van de meest in het oog springende projecten is uiteraard de herontwikkeling van het centrumgebied en winkelcentrum Hoog Catherijne in het bijzonder. Een interessant voorbeeld van een bedrijventerrein dat kwaliteit en duurzaamheid hoog in het vaandel heeft, is De Wetering.

9. Keuzeopdrachten

Tijdens het keuzeopdrachtcollege worden de deelnemers in groepen verdeeld. Iedere groep krijgt de opdracht om voor een concrete, bestaande case een plan van aanpak te presenteren teneinde de inhoudelijke en organisatorische vraagstukken op te lossen. Het plan van aanpak zal beoordeeld worden door een praktijkdeskundige die ervaring heeft met de desbetreffende case.

10. Eindgesprekken

Voorafgaand aan het eindgesprek krijgt iedere deelnemer de opdracht om een notitie (essay) te schrijven van circa 2500 woorden (5 à 6 pagina’s). De deelnemer wordt gevraagd om duidelijk te maken welke inzichten de Leergang heeft verschaft voor zijn of haar rol in de ontwikkeling en/of het beheer van werklocaties; bij voorkeur aan de hand van een of meer concrete problemen en mogelijke inhoudelijke en organisatorische oplossingen daarvoor. Tijdens het eindgesprek met de Leergangcommissie (met een duur van hooguit 30 minuten) wordt de deelnemer gevraagd de notitie toe te lichten, gevolgd door een aantal kritische vragen.