Zomerkwestie: vakantiepedia
- Van kuuroord tot camping
- Beter vaak en kort op vakantie
- Het weer als belegging
- Vakantiegeld een achterhaald concept
- Verzekerd op vakantie
- Niet stuurloos tijdens vakantie
Van kuuroord tot camping
Nederlanders gaan steeds vaker en steeds verder op vakantie. Vorig jaar ging in de zomer ruim 80 procent van de Nederlanders één of meerdere keren op vakantie. Dat was echter niet altijd zo vanzelfsprekend.
Het recht op vakantie is nog helemaal niet zo lang gemeengoed. Vrije tijd was van oudsher alleen iets voor de rijken. De welgestelden gingen voor hun gezondheid naar kuuroorden in Duitsland, België of Tsjechië, of maakten trips naar mondiale steden als Parijs of Rome.
Pas in 1919 en dankzij de Arbeidswet werd vrije tijd voor alle Nederlanders een recht in plaats van een ‘buitengewone gunst van de werkgever’. Vanaf toen duurden werkdagen maximaal acht uur en hadden werknemers zaterdagmiddag en zondag vrij.
Het eerste recht op echte vakantiedagen liet nog veel langer op zich wachten. Dat kwam pas tot stand, wellicht onvoorstelbaar, tijdens de Duitse bezetting. Het begon aanvankelijk met een dag of zes, maar rond 1950 hadden de meeste Nederlanders recht op achttien vakantie- en feestdagen per jaar.
In 1966 legde de Nederlandse regering het recht op vakantie uiteindelijk in de wet vast. Mede dankzij de plots toegenomen welvaart, kon het massale reizen beginnen. Althans het reizen voor de lol, want vanzelfsprekend reisden Nederlanders al eeuwenlang vanwege de handel, de studie of het geloof.
Het maken van plezierreizen – louter weggelegd voor de rijken – nam een vlucht rond de zeventiende eeuw. Prof.dr. Marlite Halbertsma, onder meer docent Geschiedenis van Cultureel Erfgoed aan de FHKW, schetst: “In de achttiende eeuw was het maken van een Grand Tour onder jongens uit de Engelse elite heel populair. Ze trokken maandenlang met een tutor door Europa, met als einddoel Italië. Onderweg kochten ze bijvoorbeeld kunst en antiek.”
De Grand Tour werd gezien als een onderdeel van de opvoeding, een manier voor jongeren om hun wilde haren kwijt te raken. Het was, bij wijze van spreken, de voorloper van het huidige half jaartje backpacken in Thailand.
Massatoerisme kwam vanaf de negentiende eeuw op gang. In 1841 organiseerde Thomas Cook de eerste georganiseerde reis. Dat ging per trein. Cook hanteerde een voor die tijd unieke formule: hij bood all inclusive reizen aan, waarbij hij voor het vervoer, de accommodatie en het eten zorgde.
In Nederland was ondertussen het kamperen uitgevonden. Zelfs al voor de Tweede Wereldoorlog zetten sommige vaderlanders ergens een tentje op. Ook dit was aanvankelijk een vermaak voor de elite, maar uiteindelijk groeide de kampeersport uit tot populair ‘volksvermaak’. Omdat niet alle kampeerders zich netjes aan de ‘etiquette’ hielden en deze vorm van toerisme dreigde te verloederen, organiseerde de ANWB kampeercursussen. Mensen leerden er kamperen in stijl: de ‘geurige’ koffie voor de buurman moest te allen tijde klaarstaan, net als het teiltje warm water om de handen in af te spoelen na het opzetten van de tent.
In de twintigste eeuw verlieten steeds meer Nederlanders de landsgrenzen om vakantie te vieren. In de tweede helft van de jaren tachtig was het aantal Nederlandse vakantiegangers in het buitenland voor het eerst groter dan het aantal landgenoten dat binnen de grenzen bleef.
Maar wat drijft de mens eigenlijk? Waarom blijven ze niet gewoon thuis? Historicus Kees Ribbens schrijft in zijn boek ‘Een eigentijds verleden’ dat mensen ‘bevrijding zoeken uit de handen van het dagelijks leven’. Ribbens spreekt ook over de exploratietheorie, die slaat op ‘de behoefte van nieuwsgierige vakantiegangers om nieuwe ervaringen op te doen’. Andere wetenschappers stellen dat mensen ook op vakantie gaan om hun maatschappelijk aanzien te vergroten, de zogenaamde ‘statuszoekers'
In 'de kwestie' reageert iedere week een wetenschapper van de Erasmus Universiteit Rotterdam op een actueel vraagstuk in de media. 'De kwestie' komt tot stand in samenwerking met Erasmus Magazine, opinie- en informatieblad van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
