Tekst Caroline van der Schaaf fotografie Ronald van den Heerik
De kwestie: 50 jaar Europa |
Europa ontbeert directe invloed
| Prof.dr. Fabian Amtenbrink studeerde rechten aan de Freie Universität Berlin in Duitsland. Daarna vertrok hij naar Nederland, waar hij aan de Rijksuniversiteit Groningen zijn proefschrift schreef over de positie van de Europese Centrale Bank in het Europese recht. Na het succesvol afronden van de Duitse praktijkopleiding tot rechter en advocaat werkte hij een aantal jaren als Universitair docent en hoofddocent Europees recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds juni 2006 is hij hoogleraar recht van de Europese Unie aan de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Afgelopen februari hield hij zijn oratie over de toekomst van de Europese integratie met als titel ‘Continuation or reorientation – what future for European integration?’ |
Vijftig jaar geleden werd de EEG, nu Europese Unie, een feit. In de tussentijd is er heel wat bereikt, maar een Europees gevoel ontbreekt nog bij veel mensen. Dat komt voornamelijk doordat burgers onvoldoende bij de Europese besluitvorming worden betrokken, meent prof.dr. Fabian Amtenbrink. De hoogleraar recht van de Europese Unie pleit voor meer directe invloed.
Vijftig jaar EU: reden voor een feestje? "Jazeker. In die vijftig jaar hebben wij samen veel bereikt. In de eerste plaats dat conflicten tussen lidstaten van de EU zijn opgelost aan de vergadertafel in plaats van op het slagveld. Dat was ook het oorspronkelijke idee: conflicten uitsluiten door de staten en, veel meer nog, de burgers van Europa bij elkaar te brengen en solidariteit te creëren. Dat is in ieder geval wat betreft het uitsluiten van gewapende conflicten uitstekend gelukt."
Er zijn echter ook dingen die minder goed zijn geslaagd, zegt u in uw oratie. "Ten opzichte van de oorspronkelijke doelstellingen en wat we hebben bereikt, is het wat mij betreft klagen op een hoog niveau. Het neemt niet al die successen weg die we wél hebben bereikt de afgelopen jaren. Na vijftig jaar succesvolle Europese integratie staan wij echter ook voor grote uitdagingen als het gaat om de toekomst van Europa en hoe wij burgers hierbij meer dan in het verleden kunnen betrekken. Je ziet dat de continue integratie op verschillende beleidsterreinen - zoals de interne markt, het milieu en het monetaire beleid - er in de loop van de tijd voor heeft gezorgd dat Europa steeds meer bevoegdheden kreeg. Besluitvorming vindt inmiddels dus voor een belangrijk deel op Europees niveau plaats. Tegelijkertijd is de mate waarin de burgers rechtstreeks kunnen deelnemen aan de politieke besluitvorming, in ieder geval in hun beleving, steeds meer afgenomen. Maar ook de mate waarin de Europese instellingen, evenals de nationale overheden, voor hun beleid verantwoordelijk kunnen worden gehouden, wordt meer en meer als twijfelachtig beschouwd.
Er is in de loop van de jaren een steeds groter gat ontstaan tussen de economische integratie aan de ene kant en de daadwerkelijke politieke integratie aan de andere kant. De legitimatie en controle van besluitvorming op Europees niveau moet worden verbeterd."
Burgers hebben te weinig invloed op ‘Europa’, vindt u. "Ja, wat mist is een voldoende mate van ownerschip of citizens bij Europese politieke besluitvorming. De afstand tussen de burgers en de EU wordt volgens mij voor een belangrijk deel bepaald door het gebrek aan representatieve vertegenwoordiging op Europees niveau. Er zou een meer rechtstreeks niveau van invloed en controle moeten komen waarbij de burgers direct worden betrokken bij Europa. Als nationale parlementen een steeds sterkere rol krijgen, waar nu veel over wordt gepraat, vergroot je daarmee alleen maar de afstand tussen de burger en Europa."
Hoe komt dat? "Omdat het dan allemaal in de nationale sfeer blijft. Dan krijg je toch weer een discussie die zich tot één staat beperkt. Ergens in Brussel gebeuren er dingen en ons parlement gaat dat controleren. Daarmee breng je de burger niet naar Europa."
Op welke manier dan wel? "Daarvoor heb je rechtstreekse zeggenschap nodig. Dat kan via het Europese Parlement, waarvan de rol de laatste twintig jaar enorm is toegenomen. We hebben nu geen evenredige vertegenwoordiging van de burgers van de EU in het Europese Parlement. Op dit moment worden zetels toebedeeld aan lidstaten en is het aantal zetels niet in overeenstemming met het aandeel van de bevolking van die staat in Europa. Daar moet je vanaf. Er zouden Europese verkiezingen moeten komen op basis van een Europees kiesstelsel en een Europese kandidatenlijst. Dat gaat heel ver, dat snap ik. Het vereist wellicht dat burgers hun vertrouwen moeten kunnen geven aan iemand die uit een ander land komt en misschien niet eens hun taal spreekt. Daarnaast moet het Europese Parlement vooral een grotere rol in de beleidsvorming op Europees niveau krijgen. Op dit moment heeft de Europese Commissie nagenoeg een exclusief recht om wetgevingsvoorstellen in te dienen."
De meeste mensen kiezen toch in eerste instantie voor hun eigen belang, dichtbij huis. Is dit allemaal niet te veel gevraagd? "Je kunt dan nog steeds kiezen wat het beste voor jou is. Volgens mij vereist het niet dat de Nederlandse kiezer moet nadenken over wat het beste is voor Portugal. Bij nationale verkiezingen gaat het er trouwens vaak ook niet om wat het beste is voor het land, zo kiezen de meeste mensen niet. Dus ik vraag mij af of dit een heel groot verschil maakt. En uiteindelijk betekent burgerschap, of dat nou nationaal is of Europees, niet alleen het hebben van rechten, maar ook van plichten. Niet alleen denken 'what's in it for me?', maar ook 'wat kan ik betekenen voor Europa?'"
De burger moet zelf meer verantwoordelijkheid nemen, vindt u? "Ja. Wie invloed wil hebben op wat er in Europa gebeurt, moet gebruikmaken van zijn stemrecht. Veel mensen zeuren over politieke zaken, maar als je kijkt wie zich politiek engageert, of wie stemt bij verkiezingen, dan valt dat tegen. Democratie is doen, actief worden, want anders gaat democratie aan je voorbij. En dan moet je ook niet zeuren."
Is uw idee haalbaar? "Ik zie het niet als mijn rol als academicus om alleen maar over oplossingen na te denken die politiek haalbaar zijn. Daar beperk ik mezelf mee. Maar ik denk zeker dat het vergroten van de rol van het Europese Parlement en het meer betrekken van de burgers op de lange termijn haalbaar is. Misschien pas nadat andere oplossingen, die nu worden bedacht, niet blijken te werken. Als gebleken is dat het toebedelen van een grotere rol aan nationale parlementen de afstand tussen de EU en de burger alleen maar groter maakt. Politici in de lidstaten moeten zich realiseren dat het op afstand houden van de burger door hun tussenkomst deels tot meer verzet tegen het 'verre Brussel' leidt. In een tijdperk van globalisering kan een land de transnationale uitdagingen, zoals de bescherming van het milieu of de bestrijding van het internationale terrorisme, echter niet aan. Europa kan hier wel uitkomst bieden en tegelijkertijd een tegenwicht vormen tegen een ongeremde globalisering ten koste van het West-Europese model van de sociale markteconomie."
In 'de kwestie' reageert iedere week een wetenschapper van de Erasmus Universiteit Rotterdam op een actueel vraagstuk in de media. 'De kwestie' komt tot stand in samenwerking met Erasmus Magazine, opinie- en informatieblad van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
