De kwestie: energieklok staat op vijf voor twaalf
Tekst Caroline van der Schaaf, fotografie Ronald van den Heerik
Energie is duur en bij het gebruik van fossiele bronnen komen stoffen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu. Om deze problemen tegen te gaan, hanteert de Nederlandse overheid sinds 2001 een nieuwe werkwijze om te komen tot een duurzamer energiebeleid: de Energie Transitie. Energiebesparing, het gebruik van duurzame bronnen en CO2-afvang en -opslag bij het resterend gebruik van fossiele brandstoffen moeten ertoe leiden dat energie in de toekomst schoon, betaalbaar en altijd beschikbaar is. |
Energieklok staat op vijf voor twaalf
We verbruiken met z’n allen steeds meer energie, maar onze traditionele energiebronnen raken uitgeput en bovendien belasten we het milieu met onze hoge consumptiegraad. Het is dus zaak om minder te gaan consumeren en over te stappen op duurzame energie. En snel ook, want de tijd dringt, zegt promovendus drs. Derk Loorbach van de Faculteit der Sociale Wetenschappen.
Hoe hard is het nodig dat we omschakelen naar duurzame energie?
"Dat is van levensbelang. Om een aantal redenen. We zijn bezig om het klimaat te vervuilen op een manier die directe gezondheidsschade oplevert, maar die ook indirect veel dreiging inhoudt, in de zin van verdroging en stijging van de zeespiegel. Een andere reden is dat we voor onze energievoorziening afhankelijk zijn van andere landen, dat maakt ons kwetsbaar. Daardoor lekt er bovendien veel geld weg naar het buitenland. Daarnaast is onze huidige energievoorziening enorm duur. We moeten dus gaan nadenken over andere manieren van energiegebruik; mínder energiegebruik vooral. We doen nog wel twintig jaar met onze gasvoorraad, maar ook dat is een eindige situatie."
Zijn we hier niet erg laat mee?
"Te laat zijn we nog niet, maar het is wél nu of nooit. We moeten nu serieus werk maken van het in gang zetten van het veranderingsproces. Dat besef is ook doorgedrongen bij ons huidige kabinet en op Europees en internationaal niveau. Dat is de eerste fase van een transitieproces: dat het probleem wordt benoemd en dat er een heel breed gevoel van urgentie ontstaat."
Leeft het ook onder consumenten?
"Het energietransitieproces is nu vooral iets voor de mensen die zich beroepsmatig met energie bezighouden. Het is nog niet echt een onderwerp wat leeft op straat of op verjaardagsfeestjes ter sprake komt. Hoewel zo’n film van Al Gore natuurlijk wel helpt om het onderwerp wat toegankelijker te maken. De uitdaging is om het onderwerp concreet en tastbaar te maken voor de consument."
Hoe gebeurt dat?
"Dat kan op allerlei manieren. Een goed voorbeeld is het warmtebedrijf. Dat gebruikt restwarmte van de industrie die normaal gesproken de lucht in gaat, nu om huizen te verwarmen. Mensen merken daar verder niets van, maar zien het wel terug op hun energierekening."
Welke vorm van duurzame energie heeft uw voorkeur?
"Er is niet één oplossing. Ik denk dat we het moeten hebben van een combinatie van minder energie gebruiken, kleinschaliger en duurzamer energie gebruiken en efficiënter omgaan met energie."
Wat bedoelt u met kleinschalig energiegebruik?
"Dan denk ik aan huishoudens die zelf hun energie opwekken, een straat of wijk die gezamenlijk een windmolen heeft of zonnepanelen op het dak. Maar je kunt je ook kleinschalige biomassacentrales voorstellen, die worden gekoppeld aan de landbouw. Daar kun je op regionale schaal auto’s op laten rijden. Je kunt tevens denken aan het gericht aantrekken van industrie die schoon is en als restproduct waterstof produceert dat je vervolgens weer kunt gebruiken. Maar je hebt ook grootschalige energievoorzieningen nodig, zoals windmolenparken op zee. We hebben een enorme hoeveelheid energie nodig in Nederland, daarom moet je heel veel oplossingen aan elkaar koppelen."
Maar wereldwijd gezien is dat toch allemaal maar een druppel op de gloeiende plaat.
"Een beetje wel, maar je moet ergens beginnen. En het heeft natuurlijk geen zin om helemaal niks te doen. Kijk, China bouwt continu enorme hoeveelheden kolencentrales. Dan kunnen wij hier wel heel erg ons best doen om één oude kolencentrale te sluiten en een zware discussie voeren of we een nieuwe moeten bouwen, maar je kunt je afvragen of dat op mondiale schaal zin heeft. Maar goed, de slogan ‘een beter milieu begint bij jezelf’ geldt natuurlijk ook op het niveau van Nederland."
Minder energie verbruiken zie ik eerlijk gezegd niet zo snel gebeuren. U wel?
"Je ziet in het hele milieubeleid dat het bijna nooit is gelukt om daadwerkelijk minder te consumeren of te produceren. In Nederland is het afvalbeleid bijvoorbeeld heel succesvol, in termen van het scheiden en recyclen van afval. Maar ondertussen produceren we steeds meer afval. Hetzelfde geldt een beetje voor energie. Alle pogingen om te zorgen dat energie schoner wordt, worden teniet gedaan door de groei in de consumptie."
Is die consumptiegroei dan niet te stoppen?
"De vraag is hoe. Je kunt mensen niet verbieden om te consumeren, is hier nog steeds de dominante gedachte. Er zijn natuurlijk wel allerlei initiatieven gaande om mensen bewust te maken van het energieprobleem en hen te wijzen op het financiële voordeel van minder energiegebruik. Dat komt echter vaak neer op een besparing van enkele euro’s of enkele tientjes per jaar. En dat is voor veel mensen niet voldoende prikkel om om te schakelen."
Wat kunnen wij zelf doen om bij te dragen aan minder energiegebruik?
"Heel praktische dingen: apparaten echt uitschakelen en niet standby zetten. Energiezuinige apparaten kopen in plaats van grote televisies en auto’s en geen wasdrogers en afwasmachines gebruiken. Heel belangrijk is ook over je voeding nadenken. Een van de grootste milieubelasters is vlees, door het transport en door de hoeveelheid energie – voeding, landgebruik - die nodig is om een stukje vlees te produceren. Dus: minder vlees eten en biologisch vlees eten. Dat zijn allemaal dingen die wij zelf kunnen doen."
Maar mensen leveren natuurlijk niet uit vrije wil hun vaatwasser of auto in ten behoeve van het milieu.
"Waar je in deze fase over kunt nadenken, is om dat soort zaken veel zwaarder te gaan belasten. Daardoor wordt het prijsverschil zodanig groot dat mensen echt met de consequenties van hun keuze worden geconfronteerd. Die extra inkomsten moeten dan terugvloeien naar de mensen die wél goed gedrag vertonen."
Gelooft u erin dat die omslag er uiteindelijk zal komen?
"Ja, en als we nu geen maatregelen nemen, dan is de situatie niet ondenkbaar dat we op een gegeven moment moeten zeggen dat het licht op bepaalde delen van de dag uit moet, of dat je alleen nog maar op even dagen met je auto mag rijden."
Dat klinkt wel erg rigoureus.
"Op het moment dat energie steeds schaarser wordt, en dat zal onvermijdelijk gebeuren, dan zullen we toch íets moeten doen. En als er geen energie meer is, tja, dan houdt het vanzelf op. De grote uitdaging is om met een ander consumptiepatroon en een ander mobiliteitspatroon onze huidige levensstandaard te behouden, zonder die afhankelijkheid of die negatieve effecten van de huidige energievoorziening. Dat moeten we de komende vijftien jaar voor elkaar zien te krijgen."
In 'de kwestie' reageert iedere week een wetenschapper van de Erasmus Universiteit Rotterdam op een actueel vraagstuk in de media. 'De kwestie' komt tot stand in samenwerking met Erasmus Magazine, opinie- en informatieblad van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

