Home » Nieuws » De kwestie » Archief » 2007 » De kwestie: het kraken van kartels

De kwestie: het kraken van kartels

Tekst Caroline van der Schaaf, fotografie Ronald van den Heerik

Een economisch kartel is een overeenkomst tussen bedrijven met het doel onderlinge
concurrentie te beperken. Vaak gaat het om een prijskartel, waarbij bedrijven hebben afgesproken hun producten voor niet minder dan een bepaalde prijs te verkopen. Dit kan in het nadeel van de consument werken, omdat prijsafspraken ertoe kunnen leiden dat de consument te veel voor een product moet betalen. In Nederland ziet de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) erop toe dat er geen kartels worden gevormd en bestraft bestaande kartels; in Europees verband is er de functie van Europees Commissaris voor Mededinging.

Het kraken van kartels

Europees Commissaris voor Mededinging Neelie Kroes tikte bierbrouwerijen Heineken, Grolsch en Bavaria onlangs hard op de vingers. De bedrijven kregen hoge boetes opgelegd omdat ze de prijzen jarenlang kunstmatig hoog hebben gehouden. Vliegtuigmaatschappijen en producenten van badkamerartikelen worden van dezelfde praktijken beticht. Ziet de consument eigenlijk wel iets terug van die straffen? Volgens prof.dr. Maarten Janssen van het Tinbergen Instituut valt dat vooralsnog tegen.

Komt kartelvorming veel voor?
"Tot 1998 werd Nederland gezien als kartelparadijs. Kartels waren toegestaan, tenzij de overheid kon aantonen dat ze schadelijk waren voor het economisch functioneren van de markt of van ons land. Er bestonden toen allerlei gekke kartels, zoals het kerkkaarsenkartel. Voor fabrikanten was het heel gewoon om prijsafspraken te maken. Het kwam ook op allerlei terreinen voor. Sinds 1998 is er een nieuwe Mededingingswet. Toen is ook de NMa opgericht, een soort kartelpolitie. Sinds die tijd zijn kartels verboden."

Waarom was dat?
"Dat heeft te maken met de Europese eenwording. De meeste landen hadden al mededingingswetten, maar die waren in al die landen verschillend. De Europese Commissie  heeft de mededingingszaken meer naar zich toegetrokken en vond dat alle Europese landen op dit vlak een en dezelfde wet moesten hebben."

Zijn kartels gemakkelijk te ontdekken?
"In principe is dat helemaal niet makkelijk. De NMa heeft in heel veel sectoren goede voelhorens nodig om toch een beetje het gevoel te krijgen wat er in zo’n sector gebeurt, en of er iets mis is."

Hoe pakken ze dat aan?
"Op verschillende manieren. De NMa stuurt elk jaar vragenlijsten rond in heel brede kring. Daarin vragen ze waar ze naar moeten kijken in bepaalde sectoren en welke vermoedens er zijn van kartelvorming. Daarnaast houden de medewerkers van de NMa sommige sectoren specifiek in de gaten. De benzinesector en de bankensector bijvoorbeeld. Ze hebben mensen in dienst die zich toeleggen op het vergaren van kennis over de verschillende sectoren. Recent is er bovendien een kliksysteem opgezet, waarbij partijen die in een kartel zitten, worden aangemoedigd om dat kartel aanhangig te maken in ruil voor boetereductie. En daarnaast heb je natuurlijk ook gewoon klokkenluiders."

Wat is er eigenlijk zo erg aan kartelvorming? Als de prijzen te hoog worden, komen er toch toetreders op de markt die hetzelfde product voor een lagere prijs aanbieden?
"Toetreding is niet altijd makkelijk. Sommige bedrijven, zoals Heineken, hebben een heel goede reputatie. Consumenten stappen niet ineens over op een onbekend merk, ook al is dat veel goedkoper en misschien net zo goed. Bovendien moet je voldoende schaal hebben om te kunnen leveren. Dat geldt bijvoorbeeld in de bouwwereld: als je een Betuwelijn moet aanleggen, dan moet je wel voldoende expertise en capaciteit hebben om zo’n groot project te kunnen dragen. Nieuwkomers zijn toch vaak kleinere partijen. Dat betekent dus dat je bij omvangrijke projecten vaak alleen maar een paar grote zittende partijen vindt die daarvoor in aanmerking komen. En als die dan met elkaar afspraken maken, tja, dan kan dat een groot effect hebben."

In hoeverre wordt de consument hierdoor gedupeerd?
"Als er prijsafspraken worden gemaakt, werkt de concurrentie dus niet optimaal en is de prijs te hoog voor de geboden kwaliteit. En die prijs moet de consument betalen. Als die prijsafspraken niet bestonden, had de consument eigenlijk meer welvaart kunnen hebben."
 
Hoe wordt de consument gecompenseerd op het moment dat een bedrijf als Heineken zo’n boete krijgt?
"De consument ziet daar niet direct iets van terug. Je ziet nu in Amerika een beweging, die langzamerhand ook komt overwaaien naar Europa. Als een zaak eenmaal is besloten door een rechter en er is inderdaad sprake van kartelgedrag dat de consument schade heeft berokkend, dan kan er een soort class action ontstaan. Daarbij pakken consumentenorganisaties of advocaten de handschoen op en proberen zij namens alle gedupeerde consumenten een deel van de schade te verhalen op de bedrijven."

En lukt dat ook?
"Bij bier bijvoorbeeld is dat heel erg moeilijk. Die zaak gaat over het einde van de jaren negentig, dat is al een hele tijd geleden. Wie heeft er nog bonnetjes waarmee je kunt aantonen hoeveel bier je in die periode hebt geconsumeerd? Als het bijvoorbeeld om een televisietoestel gaat of een fotocamera, kun je je voorstellen dat mensen de kassabon hebben bewaard. Dan zou je het prijsverschil eventueel kunnen terugkrijgen als zo’n class action succesvol is. Maar in Nederland is dat tot op heden nog nooit gebeurd."
 
Wat vindt u van het voornemen om bestuurders van bedrijven, die zich schuldig maken aan kartelvorming, individueel te bestraffen?
"Aan de ene kant wordt de afschrikwekkende werking daardoor nog veel sterker. Bedrijven kijken dan wel heel erg uit vóór ze kartels gaan vormen. Aan de andere kant kom je dan ook gedeeltelijk in het strafrecht terecht, terwijl je nu meer met bestuursrecht te maken hebt."

Vindt u dat te ver gaan?
"Je moet daar heel voorzichtig mee zijn, maar ik kan me voorstellen dat je er in uiterste gevallen wel toe kunt overgaan. De vraag is alleen wie in een bedrijf ergens verantwoordelijk voor is. Vaak worden concrete afspraken niet gemaakt door de topbestuurders, maar door medewerkers die één of twee niveaus lager zitten. Door mensen persoonlijk aansprakelijk te stellen, leg je de schuld bij één of twee individuen, terwijl er vaak sprake is van schemersituaties van mensen die er ook betrokken bij zijn geweest, maar in een andere rol."

Verwacht u dat er de komende jaren nog veel zaken aan het licht komen?
"Ik denk dat er zaken naar buiten zullen blijven komen, maar het aantal heel duidelijke zaken, zoals destijds de bouwfraude, zal steeds minder worden. Langzamerhand wordt het alle bestuurders van bedrijven duidelijk dat het vormen van kartels verboden is."

De nieuwe aanpak in Nederland werkt dus?
"We zijn op de goede weg. Nederland behoort nu tot de strengere landen in de wereld als het om de controle op kartels gaat. En dat is heel goed."


In 'de kwestie' reageert iedere week een wetenschapper van de Erasmus Universiteit Rotterdam op een actueel vraagstuk in de media. 'De kwestie' komt tot stand in samenwerking met Erasmus Magazine, opinie- en informatieblad van de Erasmus Universiteit Rotterdam.


Prof. dr. Maarten Janssen studeerde econometrie en filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij promoveerde daar op een onderwerp op het snijvlak van de twee vakgebieden. Sinds 1990 is Janssen verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij werkte eerst deels als universitair docent aan de faculteit der Economische Wetenschappen en deels als docent aan de faculteit der Wijsbegeerte. In 1997 werd Janssen aangesteld als hoogleraar micro-economie. Van 2001 tot 2004 was hij directeur van de capaciteitsgroep Algemene Economie. Sinds drie jaar is hij directeur van het Tinbergen Instituut. Janssen wordt geregeld gevraagd door bedrijven en ministeries om te adviseren over mededingingsvraagstukken.