Home » Nieuws » De kwestie » Archief » 2007 » De kwestie: Darfur

De kwestie: Darfur

tekst Gert van der Ende, fotografie Ronald van den Heerik

In 1983 brak er een burgeroorlog uit met het niet-islamitische zuiden van Soedan die leidde tot met een staakt-het-vuren in 2002. Er werd in 2005 een deal gesloten waarbij de olie-inkomsten verdeeld werd tussen het zuiden en de centrale regering. Darfur daarentegen bleef financieel en politiek achtergesteld door de centrale regering. Rebellen stelden dat de regering de Arabische bevolking bevoorrecht ten koste van de Afrikaanse bevolking. In 2003 sloeg de vlam in de pan. Weliswaar werd in het voorjaar van 2006 een vredesovereenkomst gesloten tussen de regering en sommige rebellengroepen, maar in praktijk gaat de oorlog gewoon door.

Oplossing Darfur nog ver weg

Ondanks honderdduizenden doden, miljoenen vluchtelingen en grootschalige schendingen van mensenrechten, krijgt Darfur  amper de internationale aandacht. Weliswaar staat er zending van een VN-vredesmacht op stapel, maar of die veel kan uitrichten is de vraag. Mr.dr. Rolanda Oostland, docent internationaal recht en mensenrechten aan de rechtenfaculteit, schetst de vooralsnog uitzichtloze situatie.

Irak staat dagelijks in het nieuws, Darfur slechts af en toe. Is het daar minder erg?
“Nee, in Darfur is de grootste humanitaire crisis van dit moment aan de gang, waarbij op zeer grote schaal schending van de mensenrechten plaatsvindt. Er wordt gemoord, gefolterd en verkracht door alle partijen, dus zowel door de Sdanese overheid, de Janjaweed – een paramilitaire organisatie die met goedkeuring van de overheid zijn gang kan gaan -  als de rebellen. Er zijn sinds het conflict in 2003 oplaaide zo’n tweehonderdduizend doden gevallen en ruim twee miljoen mensen zijn op de vlucht – en dat is dan nog volgens conservatieve schattingen.”

Wie vechten er eigenlijk tegen elkaar en waarom?
“Het conflict kent een economische en een politieke dimensie. Darfur kent een gebrek aan vruchtbare grond en aan water, waar de partijen om strijden. De rebellen eisen daarnaast een grotere onafhankelijkheid van Darfur en meer inspraak op centraal niveau. Bovendien bestaat er grote onvrede over het feit dat de bevolking in Darfur nauwelijks profiteert van de olie-inkomsten; die gaan allemaal naar de centrale overheid in Khartoem. Aan de ene kant vechten Arabische stammen, de Janjaweed, van oudsher nomaden die land nodig hebben om hun vee te laten grazen, aan de andere kant de rebellen, die leven van de landbouw. De rebellen bestaan uit verschillende groeperingen; aanvankelijk waren dat vooral de Justice and Equality Movement (JEM) en de Sudanese Liberation Movement (SLA), maar inmiddels bestaan er veel meer groeperingen.”

Arabieren versus Afrikanen dus?
“Strijders van alle partijen zijn moslim en allemaal donker van uiterlijk. Ik weet van mensen die ter plekke hebben gewerkt, dat die soms geen onderscheid kunnen maken. Het zijn dan ook meer tribale conflicten, waarbij de strijd gaat om de schaarse grond. En dat wordt er niet beter op. Een recent VN-rapport geeft aan dat nergens ter wereld de grondkwaliteit zo hard achteruit is gegaan dan in Darfur. Er is ook een enorm gebrek aan water in de regio die zo groot is als Frankrijk. De problemen om de vluchtelingen van water en sprokkelhout te voorzien worden alsmaar groter.”

In het voorjaar van 2006 was er toch het Darfur Peace Agreement getekend; waarom wordt er dan toch nog gevochten?
“Dat is maar door een paar partijen ondertekend. Dus voelt iedereen zich gerechtigd door te vechten en vinden er nog steeds bombardementen door de Sudanese overheid plaats.
Deze zomer is een rapport ingediend bij het mensenrechtencomité van de VN waaruit blijkt dat er nog steeds op grote schaal mensenrechtenschendingen plaatsvinden. Ik vind dat zeer kwalijk; op grond van internationaal recht is de staat namelijk uiteindelijk verantwoordelijk voor wat er op het territoir plaatsvindt, zowel ten aanzien van eigen (directe) schendingen als ten aanzien van schendingen door anderen als de staat er niets tegen doen om het te stoppen (indirect).”

Wat heeft de VN tot nu toe gedaan?
“De VN-veiligheidsraad heeft geconstateerd dat er schendingen van de mensenrechten plaatsvinden en dat er een politieke oplossing moet komen. Probleem hierbij is echter dat tot nu toe altijd de soevereiniteit van de Sudanese overheid is erkend. En die vindt dat andere landen zich niet mogen bemoeien met een intern conflict. Er gaan inmiddels meer en meer stemmen op om die soevereiniteit wel opzij te schuiven. Dat is onder meer te danken aan hoe het indertijd in Rwanda misging. Zo sprak de VS begin 2005 al van genocide in Darfur; die term hebben ze voor Rwanda nooit gebruikt. Later is dat weer veranderd in ‘misdaden jegens de menselijkheid’ en ‘oorlogsmisdaden’, omdat niet kan worden bewezen dat mensenrechtenschendingen met als doel genocide van een bepaalde groep ook daadwerkelijk de intentie van de Sudanese overheid is.”

Maar dat is toch nog steeds genoeg om de soevereiniteit opzij te schuiven?
“De VN-veiligheidsraad bestaat uit vijf permanente leden, die gebruik kunnen maken van hun vetorecht. China is daar één van en is vriendjes met Soedan vanwege de olie. China zal zijn vetorecht dus gebruiken als er een resolutie wordt opgesteld die de Sudanese overheid onwelgevallig is. Vandaar dat tot op heden altijd toenadering is gezocht met die overheid.”

Kan het dan niet als internationaal conflict worden bestempeld? Buurlanden als Tsjaad en de centraal Afrikaanse Republiek zijn inmiddels ook betrokken.
“De VN-veiligheidsraad heeft het al als een bedreiging voor de internationale vrede en veiligheid bestempeld, ondanks dat het een intern conflict is. Dus daar mag de VN mee bemoeien. Het probleem blijft echter dat steevast instemming van de Sudanese overheid wordt gezocht.”

Klinkt als een padstelling.
“Er zijn mijns inziens twee mogelijke oplossingen. De ene is dat de VN-veiligheidsraad  naar een situatie moet waarbij de permanente leden niet van hun vetorecht gebruik mogen maken als er ergens sprake is van ernstige mensenrechtenschendingen. Wellicht lukt dat door druk uit te oefenen op landen als de VS, Rusland en China; die zijn uiteindelijk toch ook gebaat bij een goede PR. Zeker China, nu de Olympische Spelen ophanden zijn. De andere oplossing ligt bij regionale organisaties. Die kunnen een belangrijke rol spelen als de VN onmachtig blijkt te zijn. Zoals bijvoorbeeld de NAVO in Kosovo. In het geval van Darfur is dat de Afrikaanse Unie, al heeft die te kampen met weinig mensen en middelen.”

Maar goed, er komt nu dus wel een vredesmacht van zo’n 26.000 man op basis van een VN-resolutie aangenomen eind juli van dit jaar. Gaat dat helpen?
“Het is in ieder geval uniek, vooral ook omdat die vredesmacht zo groot is en een hybride macht is, omdat de VN samenwerkt met de Afrikaanse vredesmacht. Dat is een goede stap voorwaarts, maar we mogen zeker niet te optimistisch zijn. Het is de bedoeling dat de vredesmacht in december ter plekke is, maar daarbij gaat men wel van medewerking van de Sudanese overheid uit. Zo moeten de troepen van Port Sudan naar Darfur worden getransporteerd, een afstand van tweeduizend kilometer, er moeten waterbronnen worden geboord. Ik ben bang dat de Sudanese overheid problemen gaat creëren. Bovendien is het mandaat van de vredesmacht beperkt: ze mogen puur zichzelf beschermen, alsook de burgerbevolking en hulpverleners, waarbij er echter wordt verwezen naar de verantwoordelijkheid van de Sudanese overheid die niet terzijde mag worden geschoven. Hun taak is echter dat het vredesakkoord uit 2006 wordt uitgevoerd, terwijl er momenteel geen sprake is van vrede. Ik heb dan ook beperkte verwachtingen.”

Die heeft Jan Pronk ook.
“Inderdaad. En hij weet als geen ander hoe complex het conflict is en hoe de Sudanese overheid het conflict niet wil oplossen en zelfs traineert.”

Kortom, er gloort op korte termijn weinig hoop voor de bevolking van Darfur?
“Zolang de situatie zo is dat bij alle ingrijpen toestemming van de Sudanese overheid moet worden gevraagd wel. Daar moeten we echt van af. Dat kunnen de Westerse landen en de VN zich aantrekken. De media kan desinteresse worden verweten; het conflict sneeuwt volledig onder en er bestaat een grote desinteresse. De druk op Sudan en China moet veel sterker worden.”


In 'de kwestie' reageert iedere week een wetenschapper van de Erasmus Universiteit Rotterdam op een actueel vraagstuk in de media. 'De kwestie' komt tot stand in samenwerking met Erasmus Magazine, opinie- en informatieblad van de Erasmus Universiteit Rotterdam.


Mr.dr. R.C. Oostland studeerde Internationaal recht in Groningen. In juni 2006 promoveerde ze aan de Universiteit Utrecht op haar dissertatie getiteld ‘Non-Discrimination and Equality of Women. Sinds 2004 is Oostland als docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Ze verzorgt onder andere het vak Internationaal recht en mensenrechten. Halverwege de jaren negentig deed ze onderzoek in Keniase vluchtelingenkampen, hetgeen resulteerde in de publicatie ‘Sudanese life stories’.