Home » Nieuws » De kwestie » Archief » 2007 » De kwestie: ontslagrecht

De kwestie: ontslagrecht

tekst Caroline van der Schaaf fotografie Ronald van den Heerik

Minister Donner van Sociale Zaken ziet graag een versoepeling van het ontslagrecht. Hij wil het voor werkgevers mogelijk maken om personeel de laan uit te sturen zonder dat daar een rechter aan te pas komt. Dit zou ertoe moeten leiden dat bedrijven eerder mensen aannemen en het zou goed zijn voor de werkgelegenheid én de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven. De vakbeweging en andere partijen vrezen echter dat hierdoor de rechtspositie van de werknemers te veel wordt aangetast.

Ontslagrecht: niet aan sleutelen!

Versoepeling van het ontslagrecht is een politiek heet hangijzer. Het kabinet komt er niet uit en heeft de besluitvorming een halfjaar uitgesteld. Een commissie gaat zich erover buigen. Prof. dr. Henk Volberda van de RSM heeft al een advies voorhanden. Hij ziet weinig heil in de wensen van Donner. “Als we het ontslagrecht versoepelen, gaan bedrijven nóg minder investeren in menselijk kapitaal. En zo maken we nooit de omslag naar de kenniseconomie.”

Er woeden hevige politieke discussies over de versoepeling van het ontslagrecht. Aan wiens kant staat u?
“Ik vind het eigenlijk een non-issue. Op het moment hebben we in Nederland een werkloosheidspercentage van ongeveer vier procent. Dat is een historisch laag record. Ik begrijp niet dat we ons nu zo druk maken om het ontslagrecht. Als we in een recessie zouden zitten, zou ik het een andere zaak vinden.”

Zijn er dan helemaal geen problemen meer op het gebied van de werkgelegenheid?
“We hebben in Nederland nog wel te maken met tweehonderdduizend langdurig werklozen. Het is jammer dat minister Donner zich zo vastbijt in het ontslagrecht. Zijn intenties zijn op zich goed. Je moet proberen die langdurig werklozen aan het werk te krijgen, daar ben ik het helemaal mee eens. Maar ik denk niet dat je die mensen aan het werk krijgt door een vergaande versoepeling. Je kunt beter investeren in opleidingen en vaardigheden, zodat ze toegevoegde waarde krijgen voor een bedrijf.”

Hoe moeilijk is het nu om mensen te ontslaan?
“Als er een bedrijfseconomische noodzaak is, kunnen werkgevers personeel ontslaan via het Centrum voor Werk en Inkomen. Als er geen bedrijfseconomische noodzaak is, moet het via de kantonrechter. Een werkgever die zijn medewerkers regelmatig heeft beoordeeld tijdens functioneringsgesprekken kan iemand ontslaan, maar niet op basis van willekeur. Hij moet zijn zaakjes goed voor elkaar hebben. En dat lijkt me, als het gaat om personen en functies, ook heel terecht. Dat hoort bij een volwassen democratie en een rechtstaat.”

Volgens minister Donner leidt versoepeling van het ontslagrecht tot meer banen omdat werkgevers gemakkelijker mensen zullen aannemen. Wat is daar op tegen?
“De arbeidsmarkt functioneert nu prima, met flexibel ontslagrecht of flitsontslag gaat die juist slechter werken. Dan gaan we naar de Amerikaanse situatie toe waar het ‘hire and fire’ principe geldt. Daar kun je bij wijze van spreken iemand ontslaan omdat diens gezicht je niet aanstaat.”

Gaat dat daar ook echt zo?
“Nee, maar je kunt er wel makkelijker mensen ontslaan. Als een werknemer een betere medewerker extern ziet, dan kan hij zijn eigen medewerker ontslaan en die ander in dienst nemen. Het effect daarvan is dat een werkgever niet meer investeert in de opleiding van zijn medewerkers. Waarom zou hij, als hij via de markt veel gemakkelijker een gekwalificeerd iemand kan krijgen? Gewilde werknemers moeten in Amerika zelf zorgen dat ze goed zijn opgeleid.”

Gaat het zo in de hele Amerikaanse samenleving?
“Op de universiteiten bijvoorbeeld is het bijna onmogelijk om iemand te ontslaan. Vooral hoogopgeleide kenniswerkers schakelen meteen een advocaat in en dat kost werkgevers heel veel geld. Er is echter ook een groot cohort laagopgeleiden, dat geen geld heeft om een advocaat te betalen en dus totaal geen bescherming heeft. Je hebt in Amerika een heel grote segmentatie. Ik kan me niet voorstellen dat we de VS als voorbeeld willen volgen. Daar moeten we heel voorzichtig mee zijn.”
 
Maar je leest ook dat flexibel ontslagrecht in de VS tot lagere werkloosheidscijfers leidt. Klopt dat dan niet?

“Nee, dat is dus niet zo. De Verenigde Staten hebben een hogere werkloosheid dan Nederland. Zweden en Finland staan op de vierde en zesde plaats in de ranking van concurrentievermogen van het World Economic Forum. Scoren die landen zo hoog omdat ze flexibel ontslagrecht hebben? Nee, want daar is de ontslagbescherming net zo sterk ontwikkeld als in Nederland. Er is geen oorzakelijk verband tussen versoepeling van het ontslagrecht en een verhoging van de productiviteit. Het leidt juist tot verlaging van de productiviteit en minder innovatievermogen.”

Hoe is dat te verklaren?
“Je zou verwachten dat bedrijven gezien de huidige krappe arbeidsmarkt meer gaan investeren in hun medewerkers. Slechts vijf procent van de Nederlandse ondernemingen doet dat echter. Als we het ontslagrecht gaan versoepelen, gaan bedrijven nog minder investeren in menselijk kapitaal. En maken we nooit de omslag naar de kenniseconomie die ons kabinet zo graag wil. Op de internationale arbeidsmarkt moeten wij concurreren met landen als India en China. Op het gebied van arbeidskosten kunnen we niet met die landen concurreren, dus moeten we het hebben van kennisintensieve concurrentie. Daarom moet je investeren in kenniswerkers.”

Nederland heeft dus behoefte aan heel andere oplossingen dan flexibeler ontslagrecht.
“Het probleem is dat Nederlandse ondernemingen niet flexibel en innovatief genoeg zijn, zo blijkt uit de Erasmus Concurrentie- en Innovatie Monitor. Dat probleem moet je bij de wortels aanpakken. Je krijgt geen flexibele of innovatieve onderneming door de mogelijkheid mensen makkelijker te ontslaan. Daarmee leg je het probleem eigenlijk alleen bij de werknemer, terwijl je bedrijf daardoor nog meer rigide wordt. Ik zeg weleens dat een flexibel ontslagrecht een excuus is voor managers om niet goed te hoeven managen. Je moet bij een bedrijf niet alleen naar de kosten kijken op korte termijn kosten, maar ook op lange termijn moet een onderneming winstgevend zijn.”

Zitten er ook voordelen aan een versoepeling van het ontslagrecht?
“Het betekent natuurlijk minder administratieve rompslomp. Je zou overigens wel kunnen kijken naar modernisering van dat ontslagrecht. Ik kan me voorstellen dat je gaat sleutelen aan de hoogte van de financiële afspraken bij ontslag. Nu krijgen mensen een maandsalaris per dienstjaar mee. Maar dat er een goede toetsing blijft plaatsvinden op basis van een dossier en niet op basis van willekeur, daaraan moet je niet tornen.”

Denkt u dat de coalitie hieruit gaat komen?
“Het is natuurlijk een heel gevoelig onderwerp omdat de sociale partners zich hebben vastgebeten in het dossier. VNO-NCW wil een punt maken van het ontslagrecht en de vakbonden willen het juist te allen tijde voorkomen. In het kabinet bestaat dezelfde soort polarisatie. Ik verwacht dat het zal leiden tot het uitruilen van wat principes. De ophoging van het eigenwoningforfait voor dure huizen en de beperkingen van de pensioenaftrek worden waarschijnlijk ingetrokken, met als tegenprestatie dat het ontslagrecht niet of marginaal wordt veranderd. Dat wordt de uitkomst denk ik.”


In 'de kwestie' reageert iedere week een wetenschapper van de Erasmus Universiteit Rotterdam op een actueel vraagstuk in de media. 'De kwestie' komt tot stand in samenwerking met Erasmus Magazine, opinie- en informatieblad van de Erasmus Universiteit Rotterdam.


Prof. dr. Henk Volberda studeerde bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen en promoveerde cum laude op zijn onderzoek naar flexibilisering van ondernemingen. Tijdens zijn promotieonderzoek werkte hij tevens als consultant bij diverse adviesbureaus. Volberda is sinds 1992 verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, aanvankelijk als docent bij de faculteit bedrijfskunde en sinds 1997 als hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingsbeleid. Inmiddels is hij tevens voorzitter van de vakgroep Strategie & Omgeving, directeur van het Erasmus Strategic Renewal Centre en prodecaan van de RSM Erasmus University. Daarnaast is hij president van de Hay Group Vision Society, een denktank over sociale innovatie, en richtte hij samen met het Innovatie Platform en de sociale partners het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie op.