De kwestie: ‘Aanpak Antilliaanse probleemjongeren werkt, maar niet genoeg’
Tekst: Gert van der Ende / Fotografie: Ronald van den Heerik
De afgelopen weken vonden in Rotterdam, Arnhem en Zoetermeer ernstige schietpartijen plaats waarbij Antilliaanse jongeren betrokken waren. PVV, CDA en VVD vinden dat Antillianen die zijn veroordeeld voor ernstige geweldsdelicten moet worden teruggestuurd naar de Antillen. Drs. Tomislav Tudjman, verbonden aan het Risbo, deed onderzoek naar Antilliaanse jongeren: ‘Een klein clubje heeft problemen, maar die zijn dan ook niet gering.’ |
Het is wel raak de laatste tijd: schietpartij in Arnhem met één dode; schietpartij in Rotterdam, schietpartij in Zoetermeer met eveneens dodelijke afloop, en steeds zijn er Antillianen bij betrokken. Hoe kan dat? “De grootste groep Antillianen in Nederland vormt geen enkel probleem wat betreft criminaliteit, en heeft ook geen wapen op zak, maar een kleine groep pleegt ernstige criminele misdrijven, waarbij grof geweld niet wordt geschuwd. Maar tegenover iedere Antilliaan die een zwaar delict begaat, staan tien voorbeelden van autochtone Nederlandse mannen die dat ook hebben gedaan.”
Maar het is wel een feit dat Antillianen relatief oververtegenwoordigd zijn. “Ja.”
Dus het is niet vreemd dat Antillianen zo vaak voor ophef in de media zorgen. Ze zijn bovengemiddeld crimineel, werkloos en zonder afgeronde opleiding? “Ja, dat is aangetoond, met dien verstande dat ze maar een klein deel vormen van Nederland; er zijn zo’n 140.000 Antillianen in totaal, dat is 0,8 procent van de totale bevolking. Met een groot deel gaat het goed, dat moet ook gezegd worden – dat is geen politiek correct gepraat. Maar een klein clubje zorgt voor problemen, en die zijn dan ook niet gering. De werkloosheid onder de Antilliaanse beroepsbevolking is zo’n 10 tot 11 procent, de schooluitval bedraagt zo’n 8 tot 9 procent, en de criminaliteit schommelt rond de 6 procent. Dat is relatief allemaal heel hoog; Antillianen steken er met kop en schouders bovenuit.”
Bovendien lijken Antilliaanse criminelen allemaal met een pistool op zak rond te lopen en uiterst gewelddadig te zijn. Is dat toeval? “Geweld is niet cultureel bepaald, aangezien extreem geweld tot tien jaar geleden nauwelijks onder Antillianen voorkwam. Nu zie je zelfs dat ook de vrouwen soms gewelddadig zijn. Het is voor ons onderzoekers onduidelijk hoe dat nu komt.”
Welke redenen zijn voor de oververtegenwoordiging van Antillianen in de werkloosheid- schooluitval- en criminaliteitsstatistieken aan te voeren? “Daar buigen wetenschappers zich al decennia over, en daar is geen eensluidende verklaring voor te geven. Factoren die een rol spelen zijn onder andere dat ze een lage economische klasse vormen, en er weinig samenbindende factoren zijn. Het is niet echt een groep; er bestaat geen grote sociale cohesie, er heerst sociale armoede, waardoor versnipperde gezinsstructuren ontstaan, die op een bepaald moment ook cultureel bepaald lijken te zijn geworden: geen stabiele gezinnen, de vader is er meestal niet, of onbekend; de vrouw voedt de kinderen vaak alleen op.”
Is dat een kwestie van cultuur? Ik heb bijvoorbeeld het idee dat de kans groot is als er een tienermoeder langskomt, dat ze Antilliaanse is. Of ben ik bevooroordeeld? “Ja, tienermoederschap komt vooral voor bij Antillianen en Surinamers, veel meer dan bij andere bevolkingsgroepen. Vooral omdat ze een lage economische klasse vormen – je ziet tienermoederschap ook meer bij autochtone Nederlanders die laag opgeleid zijn. Dus eigenlijk geldt dat voor alle bevolkingsgroepen. Al is het wel algemeen bekend van de Surinaamse en Antilliaanse cultuur dat het heel normaal is dat mannen meerdere vrouwen onderhouden. Dat is geaccepteerd binnen die culturen en is zelfs status- en reputatieverhogend.”
U zei net dat er nauwelijks groepsvorming is; hechten Antillianen niet erg aan kennissen en vrienden? “Ja, dat wel, maar er is geen zelfreinigend mechanisme, zoals er bij de Turkse gemeenschap wel is. Die hebben veel sterkere familiebanden en spreken elkaar daardoor veel sneller en vaker aan op ongewenst gedrag: ‘Van doe effe normaal’.”
Maar goed, sinds een jaar of zes zijn 21 gemeenten bezig de problemen met Antilliaanse probleemjongeren aan te pakken? “Ja. Landelijk zijn er door het ministerie van Wonen, Wijken en Integratie voor de periode 2005-2008 bestuurlijke arrangementen afgesloten met 21 gemeenten waar minimaal 2 procent van de bevolking een Antilliaanse achtergrond heeft. Dat zijn de grote gemeenten, zoals Rotterdam, Amsterdam en Den Haag, maar ook plaatsen als Leeuwarden, Amersfoort, Den Helder en Groningen. In dat arrangement staat dat die gemeenten binnen vier jaar tijd, op drie terreinen de oververtegenwoordiging van Antillianen terug zullen dringen: de werkloosheid met 30 procent; schooluitval moet 50 procent omlaag, en criminaliteit 30 procent naar beneden.”
U heeft gekeken of die aanpak werkt? “Inderdaad. We hebben dat op twee manieren onderzocht. Enerzijds hebben we een procesevaluatie uitgevoerd van zo’n veertig van de in totaal 126 projecten die gemeenten hadden bedacht. Met projectleiders en – medewerkers uit verschillende gemeentes hebben we gediscussieerd over thema’s als het begeleiden naar en helpen aan werk, schooluitval, huisvesting en criminaliteitsbestrijding, om zo leer – en knelpunten en succesfactoren te achterhalen, maar ook op nieuwe ideeën te komen. Ook hebben we een effectevaluatie uitgevoerd, al waren niet alle gegevens van alle projecten even up to date. We hebben cijfers bestudeerd in landelijke en gemeentelijke databases om te kijken in welke mate projecten hebben bijgedragen aan terugdringing van het probleem.”
En? “Bijna in alle gemeenten is de situatie wel verbeterd, maar is het bij lange na niet gelukt om de oververtegenwoordiging te beteugelen, hooguit te halveren. Het is namelijk moeilijk aan te pakken, omdat de problemen meervoudig zijn. Daarom werd er aangesloten bij de lokale ontwikkeling in de gemeenten, want die hebben kennis en kunde van hun eigen bevolkingsgroep. Daar zetten we interventies en projecten op, rondom de drie bovengenoemde doelstellingen. De verschillen in aanpak van de gemeenten zijn gradueel. Zo hebben Rotterdam, maar ook bijvoorbeeld Leeuwarden, heel sterk ingezet op criminaliteitspreventie – en repressie. Zoetermeer daarentegen heeft sterk haar kaarten gezet op het verminderen van de schooluitval. Er zijn dus verschillen, ook omdat niet iedere gemeente in dezelfde mate last heeft van Antilliaanse risicojongeren.”
Rotterdam lijkt succesvol, hetgeen lang niet van elke gemeente kan worden gezegd? “De preventieve aanpak van Rotterdam bestaat uit het aanstellen van tientallen gezinscoaches en leerplichtambtenaren; jongeren worden actief opgezocht en naar diverse projecten geleid zoals re-integratieprojecten, en terug naar school. Tegelijkertijd is bij de politie een speciaal ‘A-team’ opgericht, met als opdracht om – vooral op Zuid – de doelgroep goed in de gaten te houden; wijkagenten hebben alles goed in de smiezen waardoor de echte raddraaiers opgepakt konden worden. Maar Rotterdam maakt niet alleen gebruik van repressie, de gemeente is ook proactief. Er zijn namelijk leiders en meelopers. De leiders moet je aanpakken, maar de meelopers balanceren nog op de rand en zijn te redden met goede proactieve programma’s. Die heeft Rotterdam zeer sterk ontwikkeld.”
In die vier jaar is het in Rotterdam goed gegaan. Hóe goed, in cijfers uitgedrukt? “De schooluitval is gedaald van 13,5 naar 7,2 procent; de werkloosheid van 37 naar 9,8 procent; de criminaliteit is weliswaar van 11 naar 13 procent gestegen, maar in die periode is de criminaliteit over de hele linie gestegen. In vergelijking met de totale bevolking, is nu alleen de werkloosheid nog relatief hoog.”
Wat werkt vooral wél? “Wat je het beste kan doen, is verbinding tussen de diverse projecten zoeken, omdat het gaat om meervoudige problemen. Je moet dus combineren, en een goede regie voeren; meerdere hulpverleners – maar geen overkill – die goed onderling samenwerken, maar ook met de Antilliaanse gemeenschap zelf. Kortom, een combinatie van projecten die het vertrouwen van de groep genieten, en uitgaan van individuele wensen en behoeften.”
Heeft u concrete voorbeelden? “Bijvoorbeeld het heropvoeden van tienermoeders, en hen leerprogramma’s aanbieden, zodat zij een goede opvoeding kunnen geven aan hun kinderen. Zij vormen namelijk een belangrijke schakel. Deze vorm van preventief beleid is er eigenlijk nog veel te weinig. Kinderen krijgen heel veel vrijheid in hun doen en laten, niet alleen in hun gedrag buiten, maar ook op seksueel gebied.”
Wat werkt niet? “Projecten die louter zijn gebaseerd op ontmoeting. Die bieden mensen wel ruimte om hun verhaal kwijt te kunnen, maar als er verder niks anders gebeurt dan een babbeltje maken, is het dweilen met de kraan open.”
Wat vind je eigenlijk van het terugsturen van criminele Antillianen naar hun eiland? “Dat heeft heel weinig zin; ze komen namelijk gewoon weer terug, dan wel via Schiphol, dan wel via België. Ze hebben op de eilanden namelijk ook niks meer te zoeken.”
Kost dat niet enorm veel geld, al die coaches, ambtenaren, de een-op-een-aanpak? “Rotterdam heeft er heel veel geld in geïnvesteerd, zo’n 13 miljoen in vier jaar. De gemeente heeft er duidelijk prioriteit aan gegeven.”
Zou het niet efficiënter zijn om kansarme Antillianen te weren – bijvoorbeeld als zij geen baan hebben of geen opleiding gaan volgen? “De eilanden vallen onder het Nederlands Koninkrijk; je zou juist goed moeten investeren in goed onderwijs en goede voorlichting op de eilanden zelf, zodat jongeren in een vroeg stadium wel perspectief geboden kan worden. Nu worden ze juist wegens het ontbreken daarvan door hun familie maar naar Nederland gestuurd.”
U pleit ervoor om niet te bezuinigen op deze aanpak. Bent u niet bang voor een rechts kabinet? “Van zo’n kabinet verwacht ik dat dat heel erg sterk inzet op repressie, en veel minder op sociale hulp. Op die wijze neem je wellicht de extremen wel weg, maar de onderliggende problemen niet. Ik hoop heel erg dat de preventieve en sociale projecten niet ondergesneeuwd zullen raken.”
Woensdag 22 september 2010 (week 38).
De Kwestie is een vaste rubriek in Erasmus Magazine, het opinie- en informatieblad van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waarin een EUR-wetenschapper reageert op een actueel-maatschappelijke kwestie.

