Home » Nieuws » De kwestie » Archief » 2010 » De kwestie: Politie in de beklaagdenbank

De kwestie: Politie in de beklaagdenbank

Tekst: Daan Rutten / Fotografie: Ronald van den Heerik

De Rotterdamse politiek en de burger verlangen een vlekkeloos optreden van de politie; tegelijkertijd moet de sterke arm ook aan ‘een herijking van de budgetten’ geloven. Een beetje bezuinigen zou kunnen, maar dan moeten de eisen die we stellen aan de politie ook realistischer worden, vindt bestuurskundige en politiewetenschapper Lex Cachet.

De Rotterdamse korpschef Aad Meijboom moest recent het veld ruimen. Was dat eigenlijk terecht volgens u? “Het is moeilijk in te schatten, maar het zou niet onlogisch zijn geweest direct na het verschijnen van het COT-rapport, over het drama dat zich afspeelde tijdens het dansfeest te Hoek van Holland. Dat heb ik natuurlijk gelezen en dan zie je dat er veel fout is gegaan, de politie leek routineus gehandeld te hebben. Maar nu, een aantal weken later, is het al minder logisch dat Meijboom alsnog weg moet en je moet wel een beetje naïef zijn om te geloven dat hij moet vertrekken omdat hij ‘niet de juiste man op de juiste plaats is om de nodige vernieuwingen door te voeren’. Natuurlijk is er een directe koppeling met Hoek van Holland.”

Meijboom werd en wordt nog steeds op handen gedragen binnen de politieorganisatie… “Ik weet inderdaad niet of dit de beste manier is om de organisatie weer op de rails te krijgen. Minstens zo vervelend is dat Henk de Jong, de directeur politie binnen de korpsdirectie, weg moet omdat hij vergeten was om door te geven wanneer de nieuwjaarsreceptie van Feyenoord-supporters plaats zou vinden. Het is een voorbeeld van een kleine fout maken op het verkeerde moment. Samen met de vertrekkende Meijboom is dat nogal een aderlating aan de top van de Rotterdamse politie.”

Het moment speelde een grote rol bij dit ontslag, zegt u. Vermoedt u dat de politiek een onverantwoord grote rol heeft gespeeld bij de ontslagen? “Ik vind dat wanneer een verantwoordelijke echt een vreselijke fout maakt, hij of zij zeker weg gestuurd kan worden. Maar er is een symboliek ontstaan, waarbij een bestuurder die iets fout doet, ook al staat dat nergens in de wet geschreven, gelijk moet vertrekken. We zijn dat aan het overdrijven sinds we het woord ‘veiligheid’ met hoofdletters schrijven. ”

Die huidige preoccupatie met ‘veiligheid’ zorgt er in elk geval voor dat we wel erg veel verlangen van de politie. “Te veel, inderdaad. Ook de politie wordt geconfronteerd met een samenleving die zoveel ingewikkelder is geworden. Moderne communicatiemiddelen zijn mooi, maar via sociale netwerksites en mobiele telefoons kunnen hooligans zich makkelijker mobiliseren. Binnen no time hebben ze ergens afgesproken om met elkaar op de vuist te gaan. Daarbij moeten we bedenken dat het al erg veilig is in Nederland en dat de politie erg goed werk doet. Maar hier kijken we op van een balkon dat naar beneden komt in Maastricht en zoeken meteen de schuld bij de overheid. In sommige andere landen zijn dit soort ongelukken aan de orde van de dag. Ook bij de brand in café ’t Hemeltje in Volendam kijken we meteen naar de overheid. Had de overheid wel genoeg gecontroleerd? Maar je kan je afvragen: stond men er ook bij stil dat de eigenaar van het café voortdurend de regels aan zijn laars lapte? Dat bleek namelijk uit een vuistdik rapport. En hadden de ouders van de kinderen ook nog enige verantwoordelijkheid? Ik bedoel: kinderen van 13 of 14 jaar met z’n allen naar zo’n klein café laten gaan om stevig te drinken…
Nu is dit trouwens niet helemaal aan de burger te wijten. De politie heeft zich dit imago ook een hele poos graag laten aanmeten. Zeg maar: ‘De politie als een maatschappelijk vuilnisvat’. Maar nu de politie het steeds minder goed aankan, gaan politiemensen zich terecht afvragen wat hun kerntaken zijn en gaan klagen. En dat hadden ze eerder mogen en moeten doen. Ik refereer eraan dat maatschappelijke zorginstanties hun deuren op vrijdagmiddag om 5 uur vaak sluiten voor het weekend, terwijl veel ellende zich in het weekend afspeelt. En is een jonge agent van 24 jaar met weekenddienst dan de geschikte huwelijksbemiddelaar of psychiater voor mensen met ernstige gedragsstoornissen?”

Hoe kun je dit probleem oplossen? “Ik denk dat de gemeente en de burgemeester meer macht moeten hebben over dergelijke instanties of over bijvoorbeeld de woningcorporaties, zodat je mensen makkelijker kunt verplaatsen. Nu zitten daar veel professionals die, koste wat kost, hun autonome positie handhaven.”

Tot die tijd zal de politie dit soort klusjes toch deels moeten blijven doen, ondanks het gebrek aan capaciteit. Ondertussen moet de politie elk mogelijk gevaar indammen en eisen sommige politieke partijen een repressiever beleid. We verlangen ontzettend veel. En toch heeft men het over bezuinigingen. Dat rijmt toch niet?
“Er moet ook geld naar het onderwijs en de zorg. Ja, het is tegen de stroom in en een lastige politieke keuze, zeker wanneer handhaving van de veiligheid zo hoog op de agenda staat. Het is moeilijk om in te schatten hoeveel je op de politie kan korten zonder dat het ten koste gaat van de uitvoering, het recherchewerk en het ‘blauw op straat’. Tegelijkertijd denk ik: misschien kan het hier en daar toch best wat minder. Bij bezuinigingen roept elke organisatie natuurlijk meteen: ‘als jullie dat doen, breekt de hel los!’ Maar misschien kan er best wat overhead minder, zonder dat het tot grote rampen leidt. De VTSPN, de Voorziening voor Samenwerking van de Politie Nederland, kent meer dan 2000 mensen op een organisatie van 50.000 mensen in totaal. Deze mensen zijn vooral bezig op het gebied van ICT en logistiek en misschien kan dat best wat minder. Door samenwerking, bijvoorbeeld van de korpsen Zuid Holland Zuid, Rotterdam-Rijnmond en Brabant-Noord, zou je specialisaties meer kunnen verdelen. Er zijn nu 25 regionale korpsen en elk korps heeft zijn eigen organisatie perfect en autonoom opgetuigd. Die zouden meer samen kunnen werken.”

U deed vergelijkend onderzoek naar landelijke politieorganisaties in West-Europa. Wat leren we daarvan?
“Er zijn grote verschillen in de manier waarop landen hun politie hebben ingebed. In België is dat met 196 politiezones veel meer lokaal georganiseerd dan in Nederland, bijvoorbeeld. Elke organisatievorm heeft zijn plussen en minnen. Maar de primaire les is: hoe het ook geregeld is, verander het allemaal niet te snel, te veel en te drastisch, want het kost zeer veel tijd en energie, en de winst die daarmee wordt geboekt is betrekkelijk. Er is ook niet zoiets als een ideaal bestel. Dat is ook een argument om niet zomaar over te gaan op één nationale politie. Wel zou je dus, op bepaalde onderdelen, meer samen kunnen werken.”

Vrijdag 26 februari 2010 (week 8).


De Kwestie is een vaste rubriek in Erasmus Magazine, het opinie- en informatieblad van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waarin een EUR-wetenschapper reageert op een actueel-maatschappelijke kwestie.


Lex Cachet (1946) is universitair hoofddocent bij Bestuurskunde. Hij studeerde sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1990 in Leiden op het proefschrift "Politie en Sociale Controle". Zijn expertise ligt op het gebied van politie, justitie en veiligheidszorg, lokaal bestuur en regiovorming. In 2009 verscheen onder meer van zijn hand: ‘Het Betwiste politiebestel. Een vergelijkend onderzoek naar de ontwikkeling van het politiebestel in Nederland, België, Denemarken, Duitsland en Engeland en Wales vergeleken’, uitgegeven in de reeks Politiewetenschap bij Reed Business.