Home » Nieuws » Voor journalisten » Persberichten archief » Archief persberichten 1999 » Een eeuw CBS: cijferfabriek of onafhankelijk meetinstrument?

Een eeuw CBS: cijferfabriek of onafhankelijk meetinstrument? - Archief 1999

20 mei 1999

Geschiedenis wetenschappelijke nationale cijferaar geboekstaafd

De statistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vormen al honderd jaar de cijfermatige basis voor tal van beleidsmaatregelen, onderzoeken, rapporten en ambtelijke nota’s. Van absolute onafhankelijkheid van deze statistieken is echter in ons land geen sprake. De Nederlandse autonomie op statistisch gebied is bovendien mede dankzij ‘Brussel’ verder beperkt.
Dit schrijft Anne-Marie Kuijlaars, verbonden aan het Centrum voor Bedrijfsgeschiedenis, in haar proefschrift ‘Het huis der getallen. De institutionele geschiedenis van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Centrale Commissie van de Statistiek (CCS) 1899-1996’. Op donderdag 20 mei 1999 vindt haar promotie plaats aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Eenheid, volledigheid en nauwkeurigheid bevorderen in de statistische stukken betreffende Nederland en zijn overzeese gebieden waren te horen in het laatste decennium van de negentiende eeuw van ministeriele zijde als argument voor de oprichting van een ‘goed toegerust Bureau onder een hoofd, voor wien de statistiek een onderwerp van dagelijksche studie en werkzaamheid is.’

De oprichting van het CBS bij Koninklijk Besluit van 9 januari 1899 vormde de staatsrechtelijke en institutionele basis van de ambtelijke statistische organisatie in Nederland. Toen is tevens afstand geschapen tussen politiek en statistiek. Dit laatste kreeg gestalte in de Centrale Commissie voor de Statistiek (CSS, ingesteld in 1892), die het werkprogramma van het CBS vaststelt. Dit orgaan, dat zichzelf als "paraplu en parlement" van de statistiek beschreef, sprong in de bres wanneer de onafhankelijkheid van het CBS als wetenschappelijke nationale cijferaar in het geding was. Het KB van 1899 waarmee het ‘huis der getallen’ werd ingesteld, heeft bijna honderd jaar als fundament van deze onafhankelijke positie gefungeerd. In 1996 is het bewuste KB vervangen door een wet.

De promovenda toont in haar onderzoek naar de geschiedenis van het CBS aan dat er zich nog al eens conflicten hebben voorgedaan tussen ministers en hun departementen enerzijds en het CBS en de CCS anderzijds. Niet iedereen bleek gelukkig te zijn met de onafhankelijke positie die het CBS ten opzichte van het overige overheidsapparaat innam. Een voorbeeld van een dergelijk conflict deed zich bijvoorbeeld voor aan het begin van deze eeuw, toen minster-president, tevens de minister van Binnenlandse Zaken, Abraham Kuyper, invloed trachtte uit te oefenen op de samenstelling van de statistiek van het ‘school- en leerverzuim’. Op dat moment woedde de schoolstrijd nog in volle hevigheid. Tot 1932 ressorteerde het CBS onder het departement van Binnenlandse Zaken, daarna onder Economische Zaken. Het financieringsbeleid, dat in handen is van de minister van Economische Zaken, beïnvloedde de mate van onafhankelijkheid die de CCS genoot bij het bepalen van het werkprogramma van het CBS.

In 1941 was de centralisatie van de ambtelijke statistiek nagenoeg voltooid, toen het CBS na jarenlange ‘strijd’ de landbouwstatistieken overnam van het departement van Landbouw. Toch duurde het nog tot ver in deze eeuw (1989) voordat de werkloosheidsstatistieken, als laatste van de grote overheidsstatistieken, gecentraliseerd werden bij het CBS.

Andere belangrijke momenten in het bestaan van het CBS vormden de oprichting van het Centraal Planbureau (CPB) in 1945, waarmee professor Jan Tinbergen het CBS verliet om de eerste directeur van het CPB te worden, de onrust dondom de Volkstelling van 1971 en de gedwongen verplaatsing van de helft van het CBS naar Heerlen aan het begin van de jaren zeventig. De instelling van de Wet op het CBS en de CCS in 1996 vormt het slot van Kuijlaars’ onderzoek. Het KB van 1899, dat volgens critici nog stamde uit de tijd van postkoets en het trekpaard, was uit de tijd geraakt.

De dissertatie tracht een beeld te geven van de beleidsmatige invulling van de centralisatie van de ambtelijke statistiek in de loop der tijd. Een vergelijking met de geschiedenis van de statistiek in Engeland (waar de statistieken decentraal, dus per departement, worden samengesteld) plaatst de Nederlandse situatie in een breder perspectief.

Promotor: prof.dr. J.M.W. Binnenveld, Maatschappijgeschiedenis van beleid en bestuur, FHKW

Noot voor de pers

Promotie donderdag 20 mei 1999, 16.00 uur
Woudestein, Aula
Info: bij de promovenda, tel: 010 - 408 2475 / e-mail:
Kuijlaars@cbg.fhk.eur.nl of bij de afdeling
Interne en Externe Betrekkingen, tel: 010 - 408 1777


Gedrag managers essentieel voor vertrouwen medewerkers

Instrument voor organisaties om vertrouwen te creëren

Mensenrecht op gelijke toegang tot gezondheidszorg

Nieuwe wegen in juridische toetsbaarheid

Van democratie naar TBS naar internethypes

Een nieuwe veelzijdige editie van Studio Erasmus

Arbeidsrecht op de schop

Nieuwe vormgeving met eigen wetboek en rechter

Ondernemingen slordig met uitleg toepassen corporate governance codes

Weinig toezicht door autoriteiten of aandeelhouders