Het ernstig zieke kind kampt met onder- of overvoeding - Archief 1999
Veel ernstig zieke kinderen worden niet goed gevoed. Voeding staat vaak op de tweede plaats tijdens de behandeling van het zieke kind. Een goede voeding is echter essentieel voor het volledig herstel en normaal functioneren van het opgroeiende kind. Dit stelt K.F.M. Joosten in zijn dissertatie Metabole, hormonale en voedingsaspecten van het ernstig zieke kind. Zijn promotie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam vindt plaats op woensdag 6 oktober 1999.
Joosten heeft onderzoek verricht naar de energiebehoefte van het ernstig zieke kind. Deze waarde vergelijkt hij met de hoeveelheid energie die met de voeding wordt aangeboden en hoe de voeding wordt verteerd.
Een belangrijk resultaat van Joostens studie is dat het energieverbruik van ernstig zieke kinderen die kunstmatig worden beademd veel lager is dan tot nu toe werd aangenomen. De hoeveelheid energie die met de voeding wordt toegediend moet hierop worden aangepast. Het blijkt dat er niet alleen kinderen zijn die te weinig energie krijgen toegediend en daardoor ondervoed zijn maar er zijn ook kinderen die teveel energie krijgen toegediend en daardoor overvoed zijn. Zowel ondervoeding als overvoeding kunnen leiden tot nieuwe complicaties tijdens de behandeling van het ernstig zieke kind zoals o.a. een slechtere (wond)genezing en een verminderde groei en ontwikkeling. Het risico van overvoeding is echter individueel bepaald. Dit heeft te maken met het feit dat vooraf niet te zeggen is hoe het zieke kind in zijn algemeenheid de voeding verteert. Hier is alleen maar achter te komen door individuele metingen te verrichten.
Daarnaast beschrijft hij in hoeverre bepaalde hormoonsystemen en stofwisselingsproducten van invloed zijn op het beloop van een ernstige ziekte en de vertering van de voeding. Meest opvallende bevinding bij de bestudering van de hormoonsystemen is het tekort aan het bijnierschorshormoon cortisol bij kinderen die overlijden aan een ernstige vorm van nekkramp met bloedvergiftiging (meningococcenziekte). Verder onderzoek moet antwoord geven op de vraag naar het eventuele voordelig effect van de behandeling met het bijnierschorshormoon bij deze groep kinderen. Bij kinderen die deze ziekte overleven is er een snelle verandering in een aantal hormoonsystemen en stofwisselingsproducten zichtbaar. De nieuw verkregen inzichten in het beloop van de verschillende hormoonsystemen en stofwisselingsproducten van het ernstig zieke kind kunnen van belang zijn in het onderzoek naar optimale en aanvullende behandeling.
Noot aan de pers
Promotie: woensdag 6 oktober 1999, 15.45 uur
Hoboken, Collegezaal 7
Info: bij de promovendus, tel. 010-463 6922, e-mail: joosten@alkg.azr.nl
of bij de afdeling Interne en Externe Betrekkingen, tel. 010 408 1777
Het ernstig zieke kind kampt met onder- of overvoeding
