Leer van Aristoteles versus neoklassieke economische theorie - Archief 1999
24 juni 1999
Proefschrift mevrouw I.P. van Staveren: 'Zorg voor economie – een Aristotelisch perspectief'
De leer van de Griekse wijsgeer Aristoteles biedt een alternatief voor de inconsistente rationaliteitsopvatting in de neoklassieke economische theorie. Het alternatief is geïnspireerd door Aristoteles' deugden-ethiek. In haar proefschrift ‘Zorg voor economie – een Aristotelisch perspectief’ betoogt mevrouw I.P. van Staveren dat in het economisch handelen drie ethische waarden bepalend zijn: vrijheid (op de markt), rechtvaardigheid (bij verdelingsvragen) en zorg (in menselijke relaties). Zij promoveert op donderdag 24 juni 1999 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Het proefschrift vertrekt vanuit de constatering dat de gangbare economische theorie een aantal ernstige tekortkomingen kent. Deze tekortkomingen hebben te maken met de veronderstellingen van nutsmaximalisatie, eigenbelang, volledige informatie, meetbaarheid en calculatie van nut en de veronderstelling van de afwezigheid van menselijke relaties en emoties. Het rationaliteitsbeeld van Rational Economic Man in de theorie behoeft aanvulling met commitments, emoties, ethische afweging en persoonlijke relaties. Deze vier moral capabilities zijn nodig om een zinvolle verklaring te kunnen geven van economisch gedrag. Door de geschiedenis van het economisch denken heen blijken er drie commitmens, of morele waarden, bepalend te zijn voor economisch gedrag: vrijheid (op de markt), rechtvaardigheid (bij verdelingsvraagstukken) en zorg (in menselijke relaties).
Deze waarden worden nader uitgewerkt en in hun onderlinge relatie bekeken met behulp van een web aan onderzoeksmethoden: groepsinterviews, literatuuranalyse, institutionele analyse en tot slot met behulp van een modelsimulatie vanuit de chaostheorie. Bovendien integreert het proefschrift in ieder hoofdstuk een evenwichtig gender-perspectief. Door deze inter-disciplinaire benadering beperkt het onderzoek zich niet tot het leveren van kritiek op de economische theorie (dit gebeurt alleen in het eerste hoofdstuk), maar biedt het een alternatief, dat in vervolgonderzoek getoetst zou moeten worden door middel van empirisch onderzoek.
De conclusies geven volgens Van Staveren aan dat de verklaring van economisch gedrag niet zozeer gezocht moet worden in het maximaliseren van nut waarbij doelstellingen tegen elkaar af te ruilen zijn, maar in de commitments waarnaar actoren proberen te handelen. Commitments houden een morele waardering in die geloofwaardig is voor andere actoren in de economie, waardoor vertrouwen ontstaat. Ze zijn niet tegen elkaar af te ruilen maar belangrijk in zichzelf, waardoor er werkelijke keuzen gemaakt worden. Verschillende commitments zijn echter wel aan elkaar gerelateerd: ze vormen zelfs elkaars voorwaarden: geen handel zonder vertrouwen, geen belastingbetaling zonder legitimiteit, geen zorg voor zieken zonder voldoende economische zelfstandigheid van de verzorgenden. Die relaties tussen verschillende commitments zijn echter niet instrumenteel: we zorgen niet voor kinderen of zieken om zo ons handelen op de markt soepeler te laten verlopen. Daarom zijn de relaties tussen verschillende waarden geconceptualiseerd in termen van externe effecten: onbedoelde bijgevolgen van economisch handelen. Deze ‘positieve’ externe factoren worden vervolgens overgebracht naar de rest van de economie via instituties.
Promotor: prof.dr. A. Klamer, Culturele Economie
Noot voor de pers
Promotie woensdag 24 juni 1999, 13.30 uur
Woudestein, Senaatszaal
Info: bij de promovenda, tel. 182 – 512 700 of bij Kunst- en cultuurwetenschappen, tel 010 – 408 2450
