Milieu-economie nader belicht - Archief 1999
18 juni 1999
Proefschrift H.R.J. Vollebergh: ‘Milieu en schaarste; over draagwijdte en toepassingsmogelijkheden van milieu-economische analyse’
Milieuproblemen zijn steeds vaker onderwerp van economische analyse. Er heeft zich zelfs een milieu-economische subdiscipline gevormd. Over de wijze waarop deze de milieuproblemen analyseert, bestaat echter grote ontevredenheid. Tal van critici menen zelfs dat de standaard economische benadering ontoereikend is.
De aanhoudende kritiek op de toepassing van de economische wetenschap op milieuvraagstukken is het onderwerp van de studie van H.R.J. Vollebergh. Hij verdedigt op vrijdag 18 juni 1999 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam zijn proefschrift ‘Milieu en schaarste; over draagwijdte en toepassingsmogelijkheden van milieu-economische analyse’.
In dit proefschrift wordt diepgaand de vraag bestudeerd in hoeverre de aanhoudende kritiek op de toepassing van de economische wetenschap op milieuvraagstukken terecht is. Economische wetenschap als keuzetheorie zou onvoldoende rekening houden met de fysieke dimensie van deze vraagstukken en haar verregaande complexiteit. Bovendien zou zij gebonden zijn aan specifieke waarden waardoor een zinvolle evaluatie niet mogelijk is. Tot slot zou zij geen zinvolle antwoorden geven op praktische vragen.
Het belangrijkste resultaat van Volleberghs studie is dat veel van dergelijke principiële kritiek geen recht doet aan de ruime toepasbaarheid van de moderne economische wetenschap en om die reden moet worden verworpen. Veel van de categorische bezwaren blijken onterecht omdat in de theorie reeds lang sprake is van analyses die met deze bezwaren rekening houden. Het proefschrift laat zien dat critici hiervoor meer oog zouden moeten hebben. In economisch opzicht zijn milieuvraagstukken vergeleken met tal van andere complexe maatschappelijke verschijnselen ook niet uniek. Weliswaar doen zich de nodige moeilijkheden voor bij het vaststellen van de waarde van deze goederen, maar dat geldt evenzeer voor andere goederen, zoals bepaalde preventie-maatregelen of de kosten van verkeersongevallen. Bovendien geldt dat juist vanwege dergelijke problemen, de praktische toepassing van het gangbare kader gebaat is bij een zo breed mogelijk kader om ruimte te laten voor zoveel mogelijk soorten informatie. Op theoretisch niveau bestaat deze ruimte echter reeds lang.
Deze conclusie sluit niet uit dat kritiek op de praktische toepassing van economische analyse op milieuvraagstukken, zoals bij de beleidsvoorbereiding of -uitvoering, gerechtvaardigd kan zijn. Gangbare, theoretische economen realiseren zich vaak onvoldoende wat de beperkingen zijn van hun kader, met name bij praktische toepassing. De sterk vereenvoudigde modellen geven weliswaar enig, maar gewoonlijk niet meer dan een partieel inzicht. Het proefschrift laat daarom tevens aan de hand van een concreet voorbeeld zien dat tal van bezwaren bij het afleiden van beleidsaanbevelingen wel relevant zijn. Dit concrete voorbeeld betreft de nu reeds jaren sterk in de aandacht staande kwestie hoe de overheid het beste koolstofbelastingen kan gebruiken als instrument van een door haar gewenst klimaatbeleid. Inderdaad zijn diverse toepassingen onvoldoende afgestemd op de specifieke kenmerken van het hier geanalyseerde keuzeprobleem. Tegelijkertijd blijkt hier de principiële mogelijkheid tot amendering. Vandaar dat deze beperkingen ook geen implicaties hebben voor de draagwijdte van de economische wetenschap. Voor dergelijke kritiek bestaat binnen het gangbare kader in principe alle ruimte.
Promotores: prof.dr. J.C. Siebrand en prof.dr. S. Cnossen
Noot aan de pers
Promotie vrijdag 18 juni 1999, 11.00 uur
Woudestein, Aula
Info: bij de promovendus, tel. 010 – 408 1498 of bij de afdeling Interne & Externe Betrekkingen, tel. 010 – 408 1777
