Home » Nieuws » Voor journalisten » Persberichten archief » Archief persberichten 1999 » Nog steeds klassenjustitie in Nederland

Nog steeds klassenjustitie in Nederland - Archief 1999

9 juni 1999

Overzichtstudie van Rotterdamse criminoloog dr Ben Rovers toont aan:

Personen uit zwakke sociaal-economische milieus en allochtonen hebben nog steeds een grotere kans om als verdachte in de strafrechtketen terecht te komen, ze hebben ook een geringere kans om er op enig moment weer uit te komen en ze worden tijdens hun verblijf in de keten geconfronteerd met zwaardere strafrechtelijke maatregelen. Benadeling van deze groepen doet zich in toenemende mate voor in de vervolgings- en berechtingsfase. Ontwikkelingen in wetgeving en opsporing daarentegen duiden op afnemende benadeling.

Dit zijn de belangrijkste resultaten uit de overzichtstudie "Klassenjustitie; een overzicht van onderzoek naar selectiviteit in de Nederlandse strafrechtketen", van de criminoloog dr Ben Rovers, verbonden aan de Sectie Strafrecht en Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De studie werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Justitie.

De resultaten zijn gebaseerd op een overzicht van in totaal 47 studies die sinds 1970 in Nederland zijn verschenen. Deze studies hebben betrekking op diverse beslissingen in de strafrechtspleging. Er bestaan sterke tot zeer sterke indicaties dat bij sommige van deze beslissingen sprake is van selectiviteit ten aanzien van de sociaal-economische achtergrond van verdachten. Dit geldt onder meer voor de opsporing van strafbare feiten door de politie, het bevel tot voorlopige hechtenis door de rechter-commissaris, de vervolgingsbeslissing door de officier van justitie en de straftoemeting (in termen van strafsoort- en modaliteit) door de rechter. Bij andere beslissingen, zoals de afhandeling van strafbare feiten door de politie, de strafvordering door de officier van justitie en de opgelegde strafmaat door de rechter, zijn deze indicaties zwak of afwezig.

Het onderzoek wijst verder uit dat selectiviteit behalve direct (verschillende behandeling van verdachten bij gelijke misdrijven) ook indirect kan optreden; misdrijven die naar verhouding vaak voorkomen onder personen met een relatief sterke sociaal-economische positie, zoals verkeersmisdrijven en economische misdrijven, worden op een andere, lichtere wijze afgedaan dan tal van andere misdrijven waarvan de verdachten in meerderheid afkomstig zijn uit zwakkere sociaal-economische milieus.

Ontwikkelingen in de voorbije jaren duiden zowel op afnemende als toenemende selectiviteit in het strafrecht. Er is enerzijds sprake van afnemende selectiviteit doordat bij strafbaarstelling en sanctionering meer aandacht is gekomen voor criminaliteit aan de 'bovenkant' van de samenleving. Ook de professionalisering van de opsporing en de standaardisering van beslissingen in diverse stadia van de vervolging geven (directe) selectiviteit minder kans. Anderzijds zijn er ontwikkelingen die leiden tot een toename van selectiviteit, zoals de verminderde toegang tot goede rechtshulp voor mensen met weinig geld en de toegenomen cultuurkloof tussen de autochtone politie, justitie en rechterlijke macht enerzijds en de groeiende groep allochtone verdachten anderzijds. Ook de toegenomen druk van de publieke opinie op het strafrechtapparaat vergroot de kans op selectiviteit, omdat met name misdrijven met een persoonlijk slachtoffer zwaarder worden bestraft. Met name deze misdrijven worden vaak gepleegd door personen aan de 'onderkant' van de samenleving.

De meeste onderzoeken naar selectiviteit hebben betrekking op beslissingen in de vervolgings- en berechtingsfase. Naar selectiviteit in de opsporingsfase is veel minder onderzoek gedaan, terwijl deze fase in menig opzicht als de belangrijkste wordt gezien: in deze fase wordt immers bepaald wie in het strafrechtsysteem terechtkomt, in kwantitatieve zin vinden hier de grootste selecties plaats en de betrokken opsporingsambtenaren beschikken over verregaande discretionaire bevoegheden met betrekking tot deze selecties. In de voorbije jaren hebben zich grote wijzigingen voorgedaan in de organisatie en methodiek van de opsporing. Het effect hiervan op mogelijke selectiviteit is vooralsnog onbekend.

Noot voor de pers

Info: Sectie Strafrecht & Criminologie Juridische Faculteit EUR
Tel. 010 - 408 15 49 / 408 1547, fax 010 - 408 9196, e-mail pub@frg.eur.nl


Gedrag managers essentieel voor vertrouwen medewerkers

Instrument voor organisaties om vertrouwen te creƫren

Mensenrecht op gelijke toegang tot gezondheidszorg

Nieuwe wegen in juridische toetsbaarheid

Van democratie naar TBS naar internethypes

Een nieuwe veelzijdige editie van Studio Erasmus

Arbeidsrecht op de schop

Nieuwe vormgeving met eigen wetboek en rechter

Ondernemingen slordig met uitleg toepassen corporate governance codes

Weinig toezicht door autoriteiten of aandeelhouders