EURnet infrastructuur
De service voorziet als zodanig in een universeel elektronisch transportmedium op basis waarvan communicatie kan plaatsvinden tussen de erop aangesloten apparatuur en met het wereld omspannende Internet. De reikwijdte van de service is instellingsbreed. Hiermee is binnen de universiteit netwerkconnectiviteit voorhanden:
- op alle kantoorwerkplekken
- in alle onderwijsruimten
- in techniekruimten (voor zover ter plaatse gewenst)
De service is geïmplementeerd op basis van wereldwijd gestandaardiseerde technische specificaties:
- Categorie 5E en Categorie 6 UTP bekabeling en afmontagetechniek
- 50/125 micron multimode en 9/125 micron single mode glasvezel bekabeling
- IEEE802.3 aansluit- en transmissietechniek (ethernet, packet switching)
- Communicatie op basis van het IP versie 4 protocol (Internet Protocol)
De gehanteerde basisaansluitsnelheid is 100 Mbit/sec (fast ethernet). Deze kan in voorkomende gevallen, onder nader af te spreken condities, worden verhoogd naar 1000 Mbit/sec (gigabit ethernet). Geaggregeerd dataverkeer, zoals tussen switches onderling, wordt afgehandeld over verbindingen met een capaciteit van ten minste 1000 Mbit/sec.
De service wordt geleverd met uitgebreide mogelijkheden voor beheersing en beveiliging van de datastromen tussen de aangesloten apparatuur. De belangrijkste zijn:
- Segmentatie in Virtual LAN’s (Vlans)
- Inter Vlan routering (IP protocol)
- IP packet filtering (poort- en vlan niveau)
- Prioritising (Class of Service, Quality of Service) voor b.v. spraak- en videoverkeer
De inrichting van de service heeft hiërarchische 3-lagen structuur:
Toegangslaag (Access Layer). Op dit niveau wordt voorzien in de koppeling van apparatuur die staat opgesteld op werkplekken In de regel gaat het dan om personal computers, werkstations, printers, IP-telefoons, e.d. De Access Layer is opgebouwd uit UTP werkplekbekabeling, verdeelruimten (SERs) en schakelapparatuur in de vorm van ethernetswitches.
Distributielaag (Distribution Layer). Hier wordt binnen een gebouw (of beperkt aantal gebouwen) al het het dataverkeer van/naar de toegangslaag geaggregeerd. Op dit niveau wordt tevens voorzien in aansluitingen voor serversystemen welke door de organisatieonderdelen van de universiteit worden ingericht en beheerd. De Distributielaag omvat glasvezelbekabeling, verdeelruimten (MER per gebouw) en schakelapparatuur.
Kernlaag (Core Layer). Dit omvat het centrale knooppunt waar het verkeer van/naar de distributielaag wordt geaggregeerd. Op dit niveau wordt tevens voorzien in de aansluitingen voor serversystemen die worden ingericht voor een breed gebruikerspubliek alsmede de koppeling van het netwerk met de buitenwereld (internet, via SURFnet). De Core Layer is geïmplementeerd in de vorm van een hoogwaardige ethernetswitch welke staat opgesteld in een centrale verdelerruimte (campus MER).
