Technische ruimten
De UTP bekabeling is stervormig aangelegd. De bekabeling in een bepaald deel van een gebouw (in beginsel een of meerdere aansluitende verdiepingen) loopt vanuit één centraal gelegen punt (verdelerruimte) naar de feitelijke netwerkaansluiting op de werkplek. Dit centrale punt is een technische ruimte die wordt aangeduid met het begrip “Satellite Equipment Room”, kortweg SER. In de SER worden de kabels doorverbonden met de ter plaatste opgestelde schakelapparatuur (hardware, switches).
Per gebouw of cluster van kleine gebouwen is er een hoofdverdeelruimte. Deze wordt aangeduid met het begrip “Building level Main Equipment Room”, kortweg Building-MER. Van een dergelijke MER lopen glasvezelverbindingen naar elke SER in het gebouw. De glasvezels worden gebruikt voor het onderling koppelen van de aparatuur in de SER-ruimten.
Centraal op de campus is een hoofdverdeelruimte (Campus-MER) ingericht van waaruit glasvezelverbindingen zijn gelegd naar elke Building MER. Van hieruit lopen ook verbindingen voor de koppelingen met externe netwerken (SURFnet/Internet).
Alle MER en SER ruimten zijn voorzien van luchtbehandelingsinstallaties. Deze zijn nodig om te voorkomen dat de elektronica in de ruimten te warm wordt hetgeen uiteindelijk zou kunnen leiden tot storingen.

