CEFR-niveau A1 (Beginners)
A1: Doorbraak – basiskennis van de taal, bekende dagelijkse uitdrukkingen en eenvoudige zinnen.
Gesprekken | U kunt een eenvoudig gesprek voeren, over bekende onderwerpen, als de gesprekspartner bereid is om langzaam te spreken, dingen te herhalen en u helpt bij het formuleren van wat u probeert te zeggen. U kunt eenvoudige vragen stellen en beantwoorden over zeer vertrouwde onderwerpen. |
Spreken | U kunt eenvoudige uitdrukkingen en zinnen gebruiken om uw woonomgeving en de mensen die u kent, te beschrijven. |
Luisteren | U kunt bekende woorden en eenvoudige zinnen herkennen, die uzelf en uw directe omgeving betreffen, mits men langzaam en duidelijk spreekt. |
Schrijven | U kunt een korte, eenvoudige briefkaart schrijven, bijvoorbeeld voor het versturen van vakantiegroeten. U kunt persoonlijke gegevens op een formulier invullen. |
Lezen | U kunt bekende woorden en eenvoudige zinnen lezen en begrijpen, bijvoorbeeld in briefjes, op posters en catalogi. |
