Home UB   Bibliotheken en collecties   Universiteitsbibliotheek   Aanschafbeleid

Aanschafbeleid

De Universiteitsbibliotheek (UB) van de Erasmus Universiteit Rotterdam heeft een collectie van ruim 950.000 banden, ruim 5000 tijdschriftabonnementen en licenties voor meer dan 250 online databanken (digitale bronnen).

Uitgangspunt voor het aanschafbeleid is de wetenschappelijke relevantie voor de eigen instelling. Daarnaast speelt landelijke afstemming tussen universiteits- en andere bibliotheken een rol.

Zwaartepunten

Zwaartepunten in de collectie worden bepaald door de onderzoeksactiviteiten en onderwijsprogramma's binnen de faculteiten. De UB verwerft en beheert collecties voor alle wetenschapsgebieden waarop de Woudesteinse faculteiten werkzaam zijn: economie, bedrijfskunde, rechten, sociale wetenschappen (sociologie, bestuurskunde, psychologie, pedagogische wetenschappen), historische en kunst- en cultuurwetenschappen, filosofie, en beleid en management van de gezondheidszorg.

Verder werkt de UB samen met het Rotterdamsch Leeskabinet (RLK), dat met name aanschaft op het gebied van geschiedenis, kunst en cultuur.

Elektronische informatie

De UB is bezig zich te transformeren tot een digitaal informatiecentrum. Het beleid is er daarom op gericht zo veel mogelijk elektronische bronnen beschikbaar te stellen op basis van ongelimiteerde toegang voor de academische gemeenschap van de EUR.

De overgang van een gedrukte collectie naar een voornamelijk elektronische collectie heeft gefaseerd plaatsgevonden:

  • Garanties voor de continuering van informatievoorzieningen ontbreken vaak. Bij elektronische bronnen koopt men slechts het recht op toegang tot bestanden in tegenstelling tot fysieke documenten die men in eigendom verwerft. De archivering van digitale bronnen brengt problemen met zich mee waarvoor (nog) geen standaard oplossingen bestaan.
  • De collectievorming wordt inflexibel. Vaak is het alleen mogelijk licenties af te sluiten op pakketten tijdschriften, in plaats van de mogelijkheid individuele titels te selecteren. Bovendien hebben sommige licentieovereenkomsten een looptijd van enkele jaren.
  • De toegang tot bestanden kent vele technische vormen. De ontsluiting vindt plaats met behulp van verschillende software-pakketten met elk hun eigen zoekfaciliteiten en interface.
  • Ten slotte vormt de financiering een probleem. De overgang van gedrukt naar digitaal vergt tijdelijk extra investeringen, terwijl de UB wordt geconfronteerd met jaarlijkse prijsstijgingen bij krimpende budgetten.

Van enkele tijdschriften wordt alleen de gedrukte versie aangehouden, omdat:

  • de licentievoorwaarden geen toekomstgarantie inhouden voor de toegankelijkheid van de bron, of
  • er eenvoudig nog geen elektronisch equivalent bestaat.

Met betrekking tot secundaire, verwijzende bronnen is het beleid gericht op een breed aanbod waarmee de internationale wetenschappelijke informatieproductie zo volledig mogelijk kan worden ontsloten. Deze bronnen verwijzen naar primaire bronnen, ongeacht waar deze zich bevinden. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Web of Science, Online Contents en Lexis-Nexis.

Zie ook: Beleidsplan UB 2008-2013.