MLA - Verwijzingen in de tekst
De MLA-stijl gebruikt verwijzingen in de tekst, lijkend op het auteur-datum systeem van andere stijlen. Je moet in die verwijzing voldoende informatie geven, zodat de lezer de bron van de gebruikte woorden, feiten, ideeën enz. kan terugvinden in de literatuurlijst.
Vuistregels
- Een verwijzing bestaat uit de achternaam van de auteur en een paginanummer. Daartussen staat alleen spatie (geen komma). Deze informatie staat tussen haakjes.
- Als de naam van de auteur in de tekst staat, dan hoeft de naam niet herhaald te worden in de verwijzing.
- Plaats de verwijzingen in de tekst op een plek waar een ‘pauze’ zou optreden (meestal aan het eind van een zin), maar zo dicht mogelijk bij het gebruikte materiaal.
- Na een letterlijk citaat volgt de verwijzing direct na de laatste aanhalingstekens.
Voorbeeld
|
Zie voor meer én specifiekere voorbeelden: MLA Handbook for Writers of Research Papers. 7de ed. New York: MLA, 2009. Print. |
