Opleiding

Wat is Fiscaal Recht?

In de bacheloropleiding Fiscaal Recht vormt het belastingrecht de kern. Belastingen zijn een belangrijk onderdeel van de maatschappelijke realiteit. Kijk maar eens in de krant hoe vaak het over belastingen gaat: zowel in het bedrijfsleven als in de politiek. Een fiscalist zit nooit zonder werk. De uitspraak ‘nothing is certain but death and taxes’ geeft deze situatie goed weer.

De verzameling van bestaande wetten en regels bestaat uit verschillende onderdelen die nauw met elkaar verbonden zijn. Het belastingrecht is hier een onderdeel van. Je bestudeert dus niet alleen diepgaand alle aspecten van fiscale wetgeving, maar je verdiept je ook in het bestuursrecht, privaatrecht en ondernemingsrecht.

Je bouwt kennis op van het belastingrecht die je in de praktijk kunt toepassen. Hiermee kun je voorbereidende/ondersteunende werkzaamheden verrichten in de aangifte- en adviespraktijk. Als fiscalist dien je interesse te hebben in maatschappelijke en fiscale vraagstukken. Denk bijvoorbeeld aan de Griekse schuldencrisis. Ontstond deze door buitensporige publieke uitgaven, of heeft het te maken met het financiële systeem dat leidt tot een fikse uitstroom van kapitaal?

Analytisch vermogen en enig cijfermatig inzicht zijn, naast doorzettingsvermogen en een kritische houding, verdere vereisten. Daarnaast dien je geïnteresseerd te zijn in nieuwe ontwikkelingen, want de fiscale regels veranderen vaak. Ook zul je vaak complexe zaken moeten uitleggen aan mensen met weinig fiscale kennis. Besteed daarom tijd aan het ontwikkelen van je communicatieve vaardigheden – zowel mondeling als schriftelijk. 

Belastingwetten veranderen regelmatig. Als student Fiscaal Recht richt je je op een rechtvaardige belastingdruk en op de toepassing van het belastingrecht in de praktijk. De studie Fiscaal Recht bestaat met name in het eerste jaar uit vakken uit de studie Rechtsgeleerdheid en in de latere jaren uit specifieke fiscaalrechtelijke vakken.

  • Het studiejaar is opgedeeld in acht verschillende blokken van elk vijf onderwijsweken. Gedurende deze vijf weken volg je één vak dat bestaat uit onderwijsgroepen en hoorcolleges. Je sluit elk vak af met een tentamen. Voorts worden praktische vaardigheden gedurende het hele jaar onderwezen in het vak Juridisch-Academische Vaardigheden.
    Naast de contacturen op de universiteit is een groot deel van je week bestemd voor zelfstudie.

    • Onderwijsgroep

    In je onderwijsgroep volg je onderwijs aan de hand van de methode van het Probleemgestuurd Leren (PGL). Een onderwijsgroep bestaat uit ongeveer tien studenten, die, onder begeleiding van een tutor, een probleem bespreken, analyseren en uitwerken o.b.v. zelfstudie. Je gaat zelf op zoek naar relevante literatuur om het probleem op te lossen. Zo doe je niet alleen juridische kennis op, maar ook sociale en praktische vaardigheden. Een actieve, professionele werkhouding is vereist en maakt ook deel uit van de beoordeling. Omdat je veel moet samenwerken, is aanwezigheid bij de onderwijsgroepen verplicht.

    • Hoorcolleges

    De hoorcolleges dienen vooral ter ondersteuning naast het werken in de kleinschalige onderwijsgroepen. Hierin worden bepaalde onderwerpen verdiepend uitgelegd. Ook leg je verbanden met andere vakken en worden actualiteiten besproken.

    • Tentamen

    Elk blok wordt na vijf weken afgesloten met een tentamen. Afhankelijk van het tentamenrooster kunnen de tentamens afgenomen worden op vrijdag, zaterdag of maandag. Het tentamen kan plaats vinden op de volgende tijdstippen: 09:30 - 12:30 uur, 13:30 - 16:30 uur of 18:30 - 21:30 uur.

    • Juridisch-Academische Vaardigheden

    Tijdens Juridisch-Academische Vaardigheden ligt de nadruk op het aanleren van beroepsvaardigheden. Dit wil zeggen, oefening t.a.v. de praktische kant van de juridische beroepen: het schrijven van een juridische annotatie, het schrijven van processtukken en het mondeling voordragen van een pleidooi, etc. Deze schriftelijke en mondelinge vaardigheden worden gedurende het gehele bachelorprogramma opgebouwd.

    • Bindend Studieadvies (BSA)

    Als voltijdstudent moet je in het eerste jaar van inschrijving alle 60 EC (studiepunten) van het eerste bachelorjaar halen. Studenten die niet voldoen aan deze norm kunnen zich de opvolgende drie jaar niet inschrijven voor een opleiding aan Erasmus School of Law. Met persoonlijke omstandigheden wordt eventueel rekening gehouden.

    • Compensatieregeling

    In het eerste jaar van inschrijving mag je maximaal twee afgeronde vijven (registratie Osiris) compenseren met andere behaalde cijfers voor tentamens van het eerste bachelorjaar. Echter, moet dit aan het eind van het eerste jaar van inschrijving leiden tot een gemiddeld cijfer van tenminste een 6,0 (onafgerond) voor alle eerstejaars vakken (60 EC).

    • Herkansingen

    Als eerstejaars bachelorstudent mag je maximaal twee hertentamens per studiejaar afleggen. De hertentamens van de vakken uit blok 1 en 2 van het eerste bachelorjaar vinden plaats in januari. De hertentamens van de blokken 3 t/m 8 uit het eerste bachelorjaar vinden plaats in juli. In het tweede en derde bachelorjaar vinden de hertentamens enkel plaats in juli, dan geldt een maximum van drie hertentamens. Voor alle hertentamens geldt dat enkel tentamens mogen worden herkanst waarvoor een onvoldoende resultaat is behaald.

Curriculum

  • Blok 1

    • Inleiding rechtswetenschap geeft een algemene, brede kennismaking met het recht en de bestudering daarvan, de rechtswetenschap.

    Blok 2

    • In dit vak ligt de focus op de rechtsverhouding tussen de burger en de overheid. Voordat daadwerkelijk kan worden ingezoomd op de relatie tussen de burger en de overheid moet eerst verdiepende kennis omtrent de overheid worden opgedaan. Wat is de overheid precies en hoe is zij georganiseerd? Wie behoren er tot de overheid? Wat doen de verschillende instanties die tot de overheid behoren en aan welke regels moeten zij zich houden? Wat mag de overheid en wat mag zij juist niet?

    Blok 3

    • Het vak Inleiding strafrecht is het eerste vak van de drie verplichte vakken strafrecht in de bachelorfase. Het vormt de inleiding op de vakken formeel strafrecht en materieel strafrecht. Het gaat in dit vak dus om de grote lijnen, waarmee beoogd wordt een indruk te geven van wat ‘strafrecht’ inhoudt. Je zult (basis)kennis opdoen van zowel het strafrecht als het strafprocesrecht. De nadruk zal liggen op de juridische systematiek van beide rechtsterreinen en het feitelijk, maatschappelijk functioneren van het strafrecht in de samenleving. Daarbij zal ook aandacht zijn voor actuele vragen op dat terrein.

    Blok 4

    • Privaatrecht betreft regels omtrent de rechtsbetrekkingen tussen personen onderling. Het privaatrecht kent veel deelgebieden. In dit vak zullen het verbintenissenrecht en het goederenrecht centraal staan. Het doel van dit vak is primair om voldoende basiskennis op te doen van het privaatrecht, zodat een stevige basis is gelegd voor de bachelor 2 vakken Verbintenissenrecht en Goederenrecht.

    Blok 5

    • In dit vak worden de economische en maatschappelijk invloeden op het recht behandeld, zowel in historisch als hedendaags perspectief.

    Blok 6

    • The course Introduction to International and European Union Law provides an overview of the central themes and concepts within Public International Law and European Union law. It explains how and with what kind of instruments International and European Union law shape the international community.

    Blok 7

    • De student krijgt inzicht in de structuur van de verschillende heffingswetten en maakt kennis met de specifieke denkwereld die aan het bestuderen en beoefenen van het belastingrecht eigen is.

    Blok 8

    • Dit vak biedt een inleiding in de rechtssociologie, waarin de wereld van het recht centraal staat. Die wereld gaan we mede aan de hand van de actualiteit verkennen op empirische wijze. Daarbij laten we zien welke sociale (f)actoren het recht beïnvloeden en –omgekeerd– welke rol het recht in de samenleving speelt. Aandacht wordt besteed aan wetgevingspraktijken en zo wordt inzicht gegeven in de feitelijke processen die schuilgaan achter de teksten die in het Staatsblad verschijnen. Tevens worden inkijkjes geboden in de wereld van de advocatuur en die van de rechterlijke macht. Daarbij laten we zien hoe die werelden veranderen in relatie tot de algemene veranderingen die in de samenleving als geheel aanwijsbaar zijn. Een belangrijk aandachtspunt is ook het thema handhaving, waarbij wordt ingegaan op vraagstukken rond effectiviteit van wetgeving en regelnaleving.

    Jaar 1

    • Het vak Juridisch-Academische Vaardigheden I staat in het teken van het aanleren van vaardigheden die een beginnend jurist moet beheersen.

  • Blok 1

    • Het vak Verbintenissenrecht bouwt voort op het vak Inleiding privaatrecht uit B1; het vak biedt zowel een verdieping als een verbreding van de daar aangeboden stof. Verbintenissen komen voort uit contract of uit de wet. Het verbintenissenrecht omvat aldus het contractenrecht en het onrechtmatige-daadsrecht.

    Blok 2

    • Het goederenrecht vormt samen met het verbintenissenrecht een van de twee pijlers van het vermogensrecht. Iedereen heeft te maken met goederenrecht, of het nu de vraag betreft wie eigendom van een gestolen fiets heeft of de vraag aan welke eisen een bank moet voldoen wil zij bewerkstelligen dat zij een geldig pandrecht krijgt op de handelsvorderingen van haar debiteur. Het goederenrecht is daarnaast onlosmakelijk verbonden met het insolventierecht. Denk aan vragen als, moet de curator van de dief van bovengenoemde gestolen fiets deze fiets ook in faillissement teruggeven, of moet de fiets juist ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers worden verkocht? En mag de bank, die een geldig pandrecht op de handelsvorderingen van haar debiteur heeft verkregen, haar vordering in faillissement verrekenen? Dat en meer komt aan bod tijdens het vak Goederen- en insolventierecht.

    Blok 3

    • In het vak Inkomstenbelasting raakt de student vertrouwd met de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964.

    Blok 4

    • Het vak Heffingen lokale overheden behandelt de gemeentelijke belastingen en retributies en plaatst dit specialistische vakgebied in perspectief ten opzichte van het gehele fiscale stelsel.

    Blok 5

    • In de opleiding Fiscaal recht wordt veel aandacht besteed aan het positieve belastingrecht: hoe zitten de belastingregels in elkaar?

    Blok 6

    • Voor veel mensen behoren ondernemingen en het ondernemingsrecht niet tot hun dagelijks leven. Bij dit vak gaat het vooral om hoe de ondernemingen zelf (kunnen) functioneren: oftewel hoe de juridische organisatie in elkaar steekt. In Nederland zijn ondernemingen in veel gevallen rechtspersonen of personenvennootschappen. Een natuurlijk persoon kan zelf denken en handelen, maar wie denkt en handelt voor de rechtspersoon of personenvennootschap?

    Blok 7

    • Naast een algemene introductie in de uitgangspunten van de interne en externe verslaggeving, waarbij ook het jaarrekeningenrecht aan de orde komt, wordt tijdens het eerste deel van dit vak vooral aandacht besteed aan het boekhoudmodel. In het tweede deel van het vak ligt de nadruk op de aansluiting tussen de bedrijfseconomie en het fiscale recht.

    Blok 8

    • In dit blok wordt gestart met een introductie tot het Europese btw-systeem waarbij wordt beoogd, naast het rechtskarakter, de feitelijke werking van dit systeem duidelijk te maken. Het is belangrijk de werking en Europese context van de btw goed te doorgronden omdat dit een rode draad vormt voor de rest van het blok. Na deze introductie komen kernbegrippen aan de orde zoals het ondernemersbegrip en de heffing bij grensoverschrijdende leveringen en diensten binnen de Europese Unie (EU).

    Jaar 2

    • Het onderdeel Juridisch-Academische Vaardigheden II heeft als algemeen doel het ontwikkelen en toetsen van de academische mondelinge en schriftelijke vaardigheden.

  • Blok 1 en 2

    • Geef kleur aan je opleiding met een minor! Aan het begin van je derde bachelorjaar is er ruimte om een minor te volgen. Ga jij je horizon verbreden of ga je juist specialiseren binnen je eigen vakgebied? Waar je ook voor kiest, minor = more!

      Lees meer

       

    Blok 3

    •  Voor de vaststelling van de fiscale winst gelden de regels uit de bedrijfseconomie als uitgangspunt. Op dat uitgangspunt bestaan echter de nodige uitzonderingen. Binnen dit blok wordt veel aandacht besteed aan die uitgangspunten en uitzonderingen.

    Blok 4

    • Vennootschapsbelasting wordt geheven over de door lichamen (zoals de NV en de BV) behaalde winst. Doelstelling van het vak Vennootschapsbelasting is de student een kader te bieden waarmee hij onderstaande vragen kan beantwoorden:
       

      • Is een lichaam onderworpen aan de vennootschapsbelasting?
      • Zo ja, hoe wordt de winst van een belastingplichtig lichaam bepaald?
      • Tegen welk tarief wordt de belastbare winst van een lichaam belast?

    Blok 5

    • Bestuursrecht is het huis waar je woont, de straat waarop je loopt, de financiële zekerheid die de overheid je soms biedt, en zelfs de reden waarom je in dit land kan verblijven. Het bestuursrecht raakt, kortom, de kern van onze samenleving. Dat betekent ook dat het bestuursrecht over veel verschillende onderwerpen gaat, die geregeld zijn in tal van verschillende wetten. Deze onderwerpen delen echter ook een aantal gemeenschappelijke begrippen, bijvoorbeeld over het gebruik van bevoegdheden, besluiten, vormen van rechtsbescherming en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

    Blok 6

    • Met dit vak wordt beoogd studenten grondig inzicht te geven in het formele belastingrecht, in het bijzonder in de procedures inzake de heffing en invordering van belastingen. 

    Blok 7

    • Na algemene juridische schrijfvaardigheden in het eerste jaar en argumentatieve, rechtspraktijkgerichte vaardigheden in het tweede jaar, komen in het derde bachelorjaar vaardigheden aan de orde die verbonden zijn met het beoefenen van rechtswetenschap.

    Blok 8

    • In het bachelorvak Internationaal en Europees belastingrecht komen de werking en toepassing van het Nederlands internationaal belastingrecht en het Europees recht op het gebied van de directe belastingen op hoofdlijnen en geïntegreerde wijze aan de orde.