Inhoud van de opleiding

Bachelor Gezondheidswetenschappen, BMG

De vraagstukken voor een gezondheidswetenschapper zijn talrijk en uiteenlopend. Sommige vind je dagelijks in de krant. Denk bijvoorbeeld aan een voorgenomen fusie van twee zorginstellingen, of aan de stijgende kosten van verzekeringspremies. Op microniveau spelen kwesties als de omgang met patiënten of de concurrentie met andere zorginstellingen in de regio.

Op maatschappelijk niveau analyseer je bijvoorbeeld de vraag hoe we de zorg betaalbaar houden. Je bestudeert de effecten van marktwerking in de gezondheidszorg. Het elektronisch patiëntendossier komt aan bod, en de gevolgen ervan voor de privacy van patiënten. Je kijkt naar de manier waarop de gezondheidszorg omgaat met toenemende vergrijzing. Het aantal mogelijke vraagstukken is eindeloos.

De bacheloropleiding duurt drie jaar. In het eerste jaar maak je kennis met de basistheorieën van elk vakgebied. Bovendien krijg je een goed beeld van de praktijk door middel van een meeloopstage. Daarna ligt het accent meer op verdieping van de kennis en wordt er aandacht besteed aan de integratie van de verschillende vakken in multidisciplinaire thema’s. In het derde jaar loop je weer stage, maar nu voor een langere periode. Ter afsluiting schrijf je een scriptie.

Het eerste jaar

In het eerste jaar van de studie leer je de disciplines kennen die bij de opleiding Gezondheidswetenschappen, BMG horen. Je maakt kennis met de structuur en het functioneren van de gezondheidszorg en verkrijgt inzicht in verschillende vakwetenschappelijke aspecten. Aan het einde van het jaar doorloop je gedurende een tweetal weken een snuffelstage in een zorginstelling. Je maakt hierbij ‘van binnenuit’ kennis met de dagelijkse praktijk van de zorg.

Het tweede jaar

Het tweede jaar is gericht op verdieping van de kennisgebieden die je in het eerste jaar hebt gehad. Je leert nu om de in het eerste jaar opgedane kennis toe te passen en te combineren aan de hand van drie belangrijke thema’s in de gezondheidszorg. Bij het thema ‘kwaliteit en doelmatigheid’ gaat het om de organisatie van de kwaliteit binnen een ziekenhuis of een andere zorginstelling. Bij het thema ‘verdelingsvraagstukken en gezondheidszorgbeleid’ komen zaken als ongelijkheid en rechtvaardigheid aan de orde. En bij ‘integrale zorg’ draait het om samenwerking in de zorg en hoe je dat kunt bevorderen.

Het derde jaar

In het derde jaar bestudeer je de aanpak van complexere vraagstukken in de gezondheidszorg. Het onderwijs is gericht op drie belangrijke gebieden uit de gezondheidszorg, namelijk bedrijfsvoering en zorgmanagement, zorgstelsels en beleidsperspectieven en gezondheidszorgonderzoek. Deze drie gebieden bereiden je voor op doorstroming naar de masterfase. Je leert in het laatste bachelor jaar om de opgedane kennis nog meer te gebruiken en te combineren. Daarnaast volg je in het derde jaar een minor. Deze geeft je de mogelijkheid je te verdiepen in vraagstukken en disciplines van de gezondheidswetenschappen. Je kunt de minor volgen bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg, maar ook bij één van de andere faculteiten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In het derde jaar loop je ook stage. Je krijgt tijdens deze stage de kans om de geleerde theoretische kennis in praktijk te brengen. Je werkt in een instelling aan een opdracht op het gebied van management of beleid waarbij een academische vraagstelling centraal staat. Als afsluiting van je bacheloropleiding schrijf je een scriptie.

Onderwijsmethoden

In het onderwijs bij het iBMG staat Actief Academisch leren centraal. Academisch komt tot uiting in de behandeling van de stof; vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines bestudeer je complexe problemen in de gezondheidszorg. In het eerste jaar van de bachelor leer je denken vanuit de begrippenkaders en zienswijzen van de jurist, de econoom, de sociaal-medicus en de organisatiedeskundige. Daarnaast maak je kennis met academische vaardigheden zoals schrijven, argumenteren en het doen van onderzoek. In elk vak komt het vaardighedenonderwijs terug. De academische vaardigheden zijn van belang voor het goed doorlopen van je studie, het bereiken van het juiste academische eindniveau en als voorbereiding op de arbeidsmarkt.

Actief leren houdt in dat de leerstof op diverse activerende manieren aangeboden wordt, zodat het zoveel mogelijk studenten aanspreekt en enthousiast maakt om met de stof aan de slag te gaan. Dit gebeurt met behulp van diverse werkvormen zoals werkgroepen en plenaire bijeenkomsten. In kleine groepen bestudeer je thema’s uit de praktijk van de gezondheidszorg waarbij de plenaire bijeenkomsten het groepsonderwijs ondersteunen.

Per vak heb je zes tot acht contacturen per week. Dit betekent dat je per week ongeveer zestien uur op de universiteit aanwezig zult zijn voor contactonderwijs. Daarnaast wordt er van je verwacht dat je zelfstudie doet en groepsopdrachten maakt met medestudenten.

Om actief met de stof bezig te blijven vindt er op minimaal twee momenten in het vak een toets plaats. Zo heb je inzicht in je eigen voortgang van het vak en kun je de feedback die je krijgt van de docent voor de toetsen meenemen in een volgende toets van het vak. Bij toetsen kun je onder andere denken aan tussentoetsen, tentamens of papers.

Een ander belangrijk onderdeel in het eerste jaar van de bachelor is mentoring en monitoring. Een aantal keer per jaar vinden mentorgesprekken plaats en tussendoor kun je bij je mentor of de studieadviseur terecht om je studievoortgang te bespreken of vragen stellen over ‘het studeren aan de universiteit’ in het algemeen.