Opleiding

Wat is Recht?

Recht is een verzamelnaam voor alle regels die er bestaan. Sommige van deze regels zijn uitgewerkt in wetten. Het recht moet ervoor zorgen dat mensen goed met elkaar kunnen samenleven. Als mensen het niet met elkaar eens zijn, kan de rechter aan de hand van wetten en regels een uitspraak doen over wat er nu verder moet gebeuren.

Welhaast alle nieuwsverhalen hebben met het recht van doen. Denk aan de het Marengo-proces, waarin onder andere Ridouan Taghi terecht staat voor een reeks liquidaties. En wat zegt de wet over de recente protesten (zoals de boerenprotesten, de anti-corona protesten of de protesten van de basisschoolleraren)? En welke regels spelen een rol bij een groot ongeluk in het verkeer (wie is aansprakelijk en welke schade kan worden verhaald)? 

Veel mensen denken dat de rechtenstudie bestaat uit het van buiten leren van wetten en rechtsregels. Niets is minder waar. Je hoeft geen wetten uit je hoofd te leren. Dat heeft ook geen zin, omdat juridische regelingen sterk aan veranderingen en interpretatie onderhevig zijn. Tijdens de rechtenstudie leer je hoe je met wetboeken moet werken. Je leert waar je bepaalde regels kunt vinden, hoe je ermee om moet gaan en hoe je ze kunt interpreteren. Dat gebeurt aan de hand van de praktijk. Je past je kennis toe op concrete situaties.

Het recht is dus niet zomaar een verzameling regels. Het recht leeft: het staat in direct contact met de maatschappij. Veranderen onze opvattingen, dan verandert het recht mee. Het recht is dan ook altijd in beweging. Dat is wat rechtsgeleerdheid zo boeiend maakt.

  • Het studiejaar is opgedeeld in acht verschillende blokken van elk vijf onderwijsweken. Gedurende deze vijf weken volg je één vak dat bestaat uit onderwijsgroepen en hoorcolleges. Je sluit elk vak af met een tentamen. Voorts worden praktische vaardigheden gedurende het hele jaar onderwezen in het vak Juridisch-Academische Vaardigheden.
    Naast de contacturen op de universiteit is een groot deel van je week bestemd voor zelfstudie.

    • Onderwijsgroep

    In je onderwijsgroep volg je onderwijs aan de hand van de methode van het Probleemgestuurd Leren (PGL). Een onderwijsgroep bestaat uit ongeveer tien studenten, die, onder begeleiding van een tutor, een probleem bespreken, analyseren en uitwerken o.b.v. zelfstudie. Je gaat zelf op zoek naar relevante literatuur om het probleem op te lossen. Zo doe je niet alleen juridische kennis op, maar ook sociale en praktische vaardigheden. Een actieve, professionele werkhouding is vereist en maakt ook deel uit van de beoordeling. Omdat je veel moet samenwerken, is aanwezigheid bij de onderwijsgroepen verplicht.

    • Hoorcolleges

    De hoorcolleges dienen vooral ter ondersteuning naast het werken in de kleinschalige onderwijsgroepen. Hierin worden bepaalde onderwerpen verdiepend uitgelegd. Ook leg je verbanden met andere vakken en worden actualiteiten besproken.

    • Tentamen

    Elk blok wordt na vijf weken afgesloten met een tentamen. Afhankelijk van het tentamenrooster kunnen de tentamens afgenomen worden op vrijdag, zaterdag of maandag. Het tentamen kan plaats vinden op de volgende tijdstippen: 09:30 - 12:30 uur, 13:30 - 16:30 uur of 18:30 - 21:30 uur.

    • Juridisch-Academische Vaardigheden

    Tijdens Juridisch-Academische Vaardigheden ligt de nadruk op het aanleren van beroepsvaardigheden. Dit wil zeggen, oefening t.a.v. de praktische kant van de juridische beroepen: het schrijven van een juridische annotatie, het schrijven van processtukken en het mondeling voordragen van een pleidooi, etc. Deze schriftelijke en mondelinge vaardigheden worden gedurende het gehele bachelorprogramma opgebouwd.

    • Bindend Studieadvies (BSA)

    Als voltijdstudent moet je in het eerste jaar van inschrijving alle 60 EC (studiepunten) van het eerste bachelorjaar halen. Studenten die niet voldoen aan deze norm kunnen zich de opvolgende drie jaar niet inschrijven voor een opleiding aan Erasmus School of Law. Met persoonlijke omstandigheden wordt eventueel rekening gehouden.

    • Compensatieregeling

    In het eerste jaar van inschrijving mag je maximaal twee afgeronde vijven (registratie Osiris) compenseren met andere behaalde cijfers voor tentamens van het eerste bachelorjaar. Echter, moet dit aan het eind van het eerste jaar van inschrijving leiden tot een gemiddeld cijfer van tenminste een 6,0 (onafgerond) voor alle eerstejaars vakken (60 EC).

    • Herkansingen

    Als eerstejaars bachelorstudent mag je maximaal twee hertentamens per studiejaar afleggen. De hertentamens van de vakken uit blok 1 en 2 van het eerste bachelorjaar vinden plaats in januari. De hertentamens van de blokken 3 t/m 8 uit het eerste bachelorjaar vinden plaats in juli. In het tweede en derde bachelorjaar vinden de hertentamens enkel plaats in juli, dan geldt een maximum van drie hertentamens. Voor alle hertentamens geldt dat enkel tentamens mogen worden herkanst waarvoor een onvoldoende resultaat is behaald.

Curriculum

    • Blok 1

      • Inleiding rechtswetenschap geeft een algemene, brede kennismaking met het recht en de bestudering daarvan, de rechtswetenschap.

    • Blok 2

      • In dit vak ligt de focus op de rechtsverhouding tussen de burger en de overheid. Voordat daadwerkelijk kan worden ingezoomd op de relatie tussen de burger en de overheid moet eerst verdiepende kennis omtrent de overheid worden opgedaan. Wat is de overheid precies en hoe is zij georganiseerd? Wie behoren er tot de overheid? Wat doen de verschillende instanties die tot de overheid behoren en aan welke regels moeten zij zich houden? Wat mag de overheid en wat mag zij juist niet?

    • Blok 3

      • Het vak Inleiding strafrecht is het eerste vak van de drie verplichte vakken strafrecht in de bachelorfase. Het vormt de inleiding op de vakken formeel strafrecht en materieel strafrecht. Het gaat in dit vak dus om de grote lijnen, waarmee beoogd wordt een indruk te geven van wat ‘strafrecht’ inhoudt. Je zult (basis)kennis opdoen van zowel het strafrecht als het strafprocesrecht. De nadruk zal liggen op de juridische systematiek van beide rechtsterreinen en het feitelijk, maatschappelijk functioneren van het strafrecht in de samenleving. Daarbij zal ook aandacht zijn voor actuele vragen op dat terrein.

    • Blok 4

      • Privaatrecht betreft regels omtrent de rechtsbetrekkingen tussen personen onderling. Het privaatrecht kent veel deelgebieden. In dit vak zullen het verbintenissenrecht en het goederenrecht centraal staan. Het doel van dit vak is primair om voldoende basiskennis op te doen van het privaatrecht, zodat een stevige basis is gelegd voor de bachelor 2 vakken Verbintenissenrecht en Goederenrecht.

    • Blok 5

      • In dit vak worden de economische en maatschappelijk invloeden op het recht behandeld, zowel in historisch als hedendaags perspectief.

    • Blok 6

      • The course Introduction to International and European Union Law provides an overview of the central themes and concepts within public international law and European Union law. It explains how and with what kind of instruments international and European Union law shape the international community.

    • Blok 7

      • De student krijgt inzicht in de structuur van de verschillende heffingswetten en maakt kennis met de specifieke denkwereld die aan het bestuderen en beoefenen van het belastingrecht eigen is.

    • Blok 8

      • Dit vak biedt een inleiding in de rechtssociologie, waarin de wereld van het recht centraal staat. Die wereld gaan we mede aan de hand van de actualiteit verkennen op empirische wijze. Daarbij laten we zien welke sociale (f)actoren het recht beïnvloeden en –omgekeerd– welke rol het recht in de samenleving speelt. Aandacht wordt besteed aan wetgevingspraktijken en zo wordt inzicht gegeven in de feitelijke processen die schuilgaan achter de teksten die in het Staatsblad verschijnen. Tevens worden inkijkjes geboden in de wereld van de advocatuur en die van de rechterlijke macht. Daarbij laten we zien hoe die werelden veranderen in relatie tot de algemene veranderingen die in de samenleving als geheel aanwijsbaar zijn. Een belangrijk aandachtspunt is ook het thema handhaving, waarbij wordt ingegaan op vraagstukken rond effectiviteit van wetgeving en regelnaleving.

    • Jaar 1

      • Het vak Juridisch-Academische Vaardigheden I staat in het teken van het aanleren van vaardigheden die een beginnend jurist moet beheersen.

    • Blok 1

      • Het vak Verbintenissenrecht bouwt voort op het vak Inleiding privaatrecht uit B1; het vak biedt zowel een verdieping als een verbreding van de daar aangeboden stof. Verbintenissen komen voort uit contract of uit de wet. Het verbintenissenrecht omvat aldus het contractenrecht en het onrechtmatige-daadsrecht.

    • Blok 2

      • Het goederenrecht vormt samen met het verbintenissenrecht een van de twee pijlers van het vermogensrecht. Iedereen heeft te maken met goederenrecht, of het nu de vraag betreft wie eigendom van een gestolen fiets heeft of de vraag aan welke eisen een bank moet voldoen wil zij bewerkstelligen dat zij een geldig pandrecht krijgt op de handelsvorderingen van haar debiteur. Het goederenrecht is daarnaast onlosmakelijk verbonden met het insolventierecht. Denk aan vragen als, moet de curator van de dief van bovengenoemde gestolen fiets deze fiets ook in faillissement teruggeven, of moet de fiets juist ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers worden verkocht? En mag de bank, die een geldig pandrecht op de handelsvorderingen van haar debiteur heeft verkregen, haar vordering in faillissement verrekenen? Dat en meer komt aan bod tijdens het vak Goederen- en insolventierecht.

    • Blok 3

      • Burgerlijk procesrecht is als het ware het sluitstuk van het materiële privaatrecht. Hier komen civielrechtelijke vakken als Goederen- en Verbintenissenrecht, Arbeidsrecht en Ondernemingsrecht samen bij het bestuderen van de wijze waarop een partij haar geschil aan de overheidsrechter kan voorleggen en hoe zij een uitspraak van de rechter ten uitvoer kan leggen. Het materiële recht dient dus als basis voor de bestudering van het burgerlijk procesrecht. Het wordt dan ook in grote lijnen bekend verondersteld. 

    • Blok 4

      • Het staatsrecht is het recht dat overheidsambten instelt en aan deze ambten bevoegdheden toekent. Daarnaast regelt het staatsrecht de verhouding tussen de verschillende overheidsambten en de relatie tussen de overheid en de burger. Al deze onderwerpen komen in het vak Staatsrecht aan de orde. Daarmee bouwt het vak Staatsrecht voort op kennis die is opgedaan bij het vak Inleiding staats- en bestuursrecht.

    • Blok 5

      • Bestuursrecht is het huis waar je woont, de straat waarop je loopt, de financiële zekerheid die de overheid je soms biedt, en zelfs de reden waarom je in dit land kan verblijven. Het bestuursrecht raakt, kortom, de kern van onze samenleving. Dat betekent ook dat het bestuursrecht over veel verschillende onderwerpen gaat, die geregeld zijn in tal van verschillende wetten. Deze onderwerpen delen echter ook een aantal gemeenschappelijke begrippen, bijvoorbeeld over het gebruik van bevoegdheden, besluiten, vormen van rechtsbescherming en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

    • Blok 6

      • In dit vak doet de student basiskennis op van het formele strafrecht, mede in Europees verband, met als doel op praktisch niveau om te kunnen gaan met de Nederlandse procesregels vanuit het perspectief van de diverse procesdeelnemers. De inhoud van dit vak bouwt voort op de onderwerpen die in Inleiding strafrecht reeds aan de orde zijn geweest. Het strafprocesrecht staat daarbij centraal. Het (formele) strafprocesrecht omvat de regels wanneer, hoe en onder welke voorwaarden de diverse bij de strafrechtspleging betrokken organen mogen optreden vanaf het tijdstip dat een strafbaar feit is gepleegd, in georganiseerd verband is beraamd of er sprake is van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf tot en met de onherroepelijke afdoening van een strafzaak door de strafrechter.

    • Blok 7

      • Het vak Materieel strafrecht borduurt voort op het B1-vak Inleiding strafrecht. In het onderhavige vak wordt dieper ingegaan op het materiële strafrecht. Het overkoepelende thema van het vak betreft ‘strafrechtelijke aansprakelijkheid’. Het vraagstuk wie, wanneer en waarvoor strafrechtelijk aansprakelijk is, valt uiteen in verschillende leerstukken zoals schuld, poging, deelneming en strafuitsluitingsgronden.

    • Blok 8

      • This course aims to provide an understanding of the substantive law of the European Union, particularly the internal market and the four freedoms, the meaning of EU-citizenship, the system of legal protection within the European Union, and the basics of economic integration. 

    • Jaar 2

      • Het onderdeel Juridisch-Academische Vaardigheden II heeft als algemeen doel het ontwikkelen en toetsen van de academische mondelinge en schriftelijke vaardigheden.

    • Blok 1 en 2

      • Geef kleur aan je opleiding met een minor! Aan het begin van je derde bachelorjaar is er ruimte om een minor te volgen. Ga jij je horizon verbreden of ga je juist specialiseren binnen je eigen vakgebied? Waar je ook voor kiest, minor = more!

        Lees meer

         

    • Blok 3

      • The important role played by public international law in current international relations is evident. International law offers a means for facilitating international cooperation, but also provides a barrier against international delinquencies such as the waging of unlawful wars and the perpetration of widespread and systematic violations of human rights. The course Public International Law focuses on the structure of international law and how that structure manifests itself in particular core regimes of international law such as the law on the use of force, human rights law, law of immunities, law of state responsibility, international criminal law and dispute settlement.

    • Blok 4

      • De economie draait op het kopen en verkopen van de meest diverse goederen en diensten. Allereerst wordt daarom aandacht besteed aan het (internationale) kooprecht. Wat zijn de rechten en verplichtingen van koper en verkoper? In handelstransacties zijn koper en verkoper meestal niet op dezelfde plaats gevestigd. De verkochte goederen zullen dus vervoerd moeten worden. Wat indien de goederen tijdens dit transport beschadigd worden? Het vervoerrecht regelt de rechten en verplichtingen van de partijen die bij het vervoer betrokken zijn.

    • Blok 5

      • In het vak Arbeidsrecht staat de juridische relatie tussen werkgever en werknemer centraal. Maar wanneer is iemand werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst? Een van de eerste vragen waar dit vak mee zal beginnen. Verder zullen onderwerpen zoals het arbeidsovereenkomstenrecht (waarvan het ontslagrecht een belangrijk onderdeel is), het cao-recht, het medezeggenschapsrecht en het sociale zekerheidsrecht de revue passeren.

    • Blok 6

      • Voor veel mensen behoren ondernemingen en het ondernemingsrecht niet tot hun dagelijks leven. Bij dit vak gaat het vooral om hoe de ondernemingen zelf (kunnen) functioneren: oftewel hoe de juridische organisatie in elkaar steekt. In Nederland zijn ondernemingen in veel gevallen rechtspersonen of personenvennootschappen. Een natuurlijk persoon kan zelf denken en handelen, maar wie denkt en handelt voor de rechtspersoon of personenvennootschap?

    • Blok 7

      • Na algemene juridische schrijfvaardigheden in het eerste jaar en argumentatieve, rechtspraktijkgerichte vaardigheden in het tweede jaar, komen in het derde bachelorjaar vaardigheden aan de orde die verbonden zijn met het beoefenen van rechtswetenschap.

    • Blok 8

      • Het overkoepelende thema van dit vak is ‘recht, staat en samenleving’. Onderwerpen die onder meer aan bod zullen komen zijn theorieën van het sociaal contract, democratie en rechtsstaat, grondrechten, de problematiek van multilevel legal orders en global legal pluralism, de grenzen van contractsvrijheid, de belangrijkste ethische theorieën (utilisme, deontologie en deugdenethiek), het debat over legal moralism, strafrechtstheorieën, theorieën van verdelende rechtvaardigheid, juridische beroepsethiek en het debat over universalisme versus relativisme.