Alumnibeleid is een kwestie van verleiden

Current facets (Pre-Master)

De kip met gouden eieren

Nederlandse universiteiten en hogescholen zijn lange tijd in de ban geweest van een ‘rijk’ alumnibeleid. Opgewarmd door hun Amerikaanse collega’s, zag men in de alumni de kip met de gouden eieren. Inmiddels heeft de droom weer plaatsgemaakt voor de realiteit.

Alumnibeleid maakt deel uit van een breder relatiebeleid van onderwijsinstellingen en men is zich bewust geworden dat het vooral een kwestie is van de lange adem. Het opbouwen van een duurzame en betekenisvolle relatie met een stakeholder kost tijd en energie. Makkelijk is dat niet.

Even terug naar het begin. Alumni van Amerikaanse universiteiten ondersteunen hun alma mater vaak met substantiële sommen geld. Met name de meer prestigieuze instellingen profiteren van hun gefortuneerde oud-studenten.  Dat past in het idee dat toegang tot een topuniversiteit een topprestatie is. Alleen de besten (en rijksten) zijn uitverkoren. Dat creëert een bijzonder gemeenschapsgevoel dat al vanaf het begin wordt gevoed en dat de leden maar wat graag in stand willen houden. Uit dankbaarheid, maar ook uit prestige en welbegrepen eigenbelang.

Het is wat kort door de bocht, dat geef ik toe, maar de verschillen met het Nederlandse systeem zijn overduidelijk. Hier garandeert een vwo-diploma in principe de toegang tot de universiteit. Men betaalt geen astronomische bedragen aan collegegeld, doch een relatief bescheiden bijdrage in de kosten. En instellingen zijn min of meer identiek als het gaat om hun kwaliteit, van echte differentiatie is geen sprake, elk diploma is evenveel waard. Daarnaast hebben instellingen voor hoger onderwijs lange tijd verzuimd de student ook als klant te zien. Studeren is een massaproduct geworden. Bovendien duwt de verschoolsing van het hoger onderwijs (bindend studieadvies) de student heel duidelijk in de rol van een rücksichtslose consument die vooral komt halen en weinig wil brengen.

Inmiddels wijs geworden passen universiteiten hun alumnibeleid aan. Alumnibeleid begint in wezen al bij de aanmelding van een student, in de manier waarop met hem of haar gecommuniceerd wordt. Het is een relatie waarin universiteiten moeten investeren; in de basis gaat het om verleiden. Dat blijft lastig in de Nederlandse context. Helemaal nu universiteiten mogelijk ook na het eerste jaar een bindend studieadvies moeten gaan invoeren. Goed voor het rendement, slecht voor de relatie. Helemaal omdat het een verdere verschoolsing in de hand werkt van het hoger onderwijs. Als de universiteit nog een Alma mater is, dan is er toch sprake van een verstoorde moederbinding.

Dat maakt dat alumnibeleid in Nederland lastig is. Actieve alumni zijn vaak ouderen die in de herfst van hun leven terugkijken op de rijkdom van hun studententijd. De werkenden geloven het vaak wel. Zij hebben gekregen waar zij recht op hadden, hun diploma, daarmee basta. En als zij bijvoorbeeld al een alumniblad van hun universiteit ontvangen, wordt het hooguit doorgebladerd om het vervolgens bij de stapel oud-papier te dumpen of, erger, in de kattenbak. De elektronische nieuwsflitsen van hun instellingen worden getolereerd in hun mailbox, maar meer ook niet, het is nog net geen spam.

Toch is er een zinvolle manier om van oud-studenten alumni te maken. Creëer een zinvolle, rijke leeromgeving die uitdagende kennis en inspiratie biedt en ruimte geeft aan het leggen van betekenisvolle relaties. En zorg er in het kader van leven lang leren voor dat ze ook ná het afronden van hun studie bediend worden met uitdagende, stimulerende en innovatieve kennis en nieuwe contacten om hen te ondersteunen en versterken in hun carrière. Wat dat betreft ben ik ervan overtuigd dat postacademische cursussen zoals Erasmus  Academie die verzorgt, de sleutel zijn voor een succesvol alumnibeleid. Dan voeg je als universiteit echt iets toe aan een individueel leven.

@adhofstede