Didactische principes bij ons onderwijs
Wat er allemaal komt kijken bij het opzetten van een cursus of opleiding

Waarom het onderwijs van Erasmus Academie speciaal is

Onderwijs maken voor volwassenen vraagt een eigen benadering van de didactiek. Of het nu gaat om een opleiding of masterclass voor professionals of een verdiepende cursus voor een breed publiek, volwassenen leren anders dan kinderen. Bij Erasmus Academie houden we daar rekening mee. De vorm van het onderwijs en de inhoud moet in lijn zijn met de levensfase en ervaring van de deelnemer.

Centraal in het onderwijs van Erasmus Academie staat de koppeling tussen wetenschappelijke theorie en de praktijk. Via de wetenschappelijke theorie bieden we je een academisch perspectief om vraagstukken beter te begrijpen. 

Vanuit dat inzicht en aan de hand van voorbeelden uit de praktijk (casuïstiek), werken we richting een concreet handelingsperspectief: wat betekent dat voor je werkpraktijk of voor je positie als mens? Bij onze opleidingen voor professionals voegen we daar vaak ook een werkrelevante praktijkopdracht aan toe.

Bij het ontwerp van onze cursussen, masterclasses en opleidingen, houden we daarom rekening met de volgende 5 principes.

Carpe Diem Onderwijs Design Model

1. Het ontwerpproces

Voor het ontwerpen van onze opleidingen volgen we globaal het Carpe Diem Onderwijs Design Model. Via 6 stappen worden onze opleidingen en cursussen vormgegeven:

  1. Idee
  2. Ontwerp
  3. Prototype
  4. Test
  5. Aanpassing
  6. Uitvoering
Horizontale leerdoelen volgens Bloom

2. Bepalen van de leerdoelen

Belangrijk onderdeel van het onderwijsdesign is het bepalen van de leerdoelen: wat is het resultaat van een opleiding of cursus, wat heb je na afloop concreet geleerd? Voor die vraag gebruiken we de Taxonomie van Bloom. Daarmee wordt concreet gemaakt wat iemand leert en wat je met die kennis kunt doen, bijvoorbeeld: begrijpen, toepassen, analyseren of zelfs creëren.

Brein centraal leren

3. Brein centraal leren

Focuspunt in elk onderwijsontwerp is het brein centraal leren. Uitgangspunt is dat leren leidt tot nieuwe en sterkere neurale netwerken. Het leerproces stimuleert neurale netwerken. Breincentraal leren leidt ertoe dat wat je leert beter beklijft en sneller wordt toegepast op en verbonden wordt met andere ervaringen. Brein centraal leren heeft 6 uitgangspunten:

  1. Prikkel de nieuwsgierigheid 
  2. Zorg voor herhaling van de leerstof
  3. Zet deelnemers zelf aan het werk
  4. Koppel het leren aan de context van de deelnemer
  5. Maak gebruik van verschillende media
  6. Bouw voort op bestaande kennis
Leerstijlen volgens Kolb

4. Houd rekening met verschillende leerstijlen

Daarnaast moeten docenten ook rekening houden met de verschillende leerstijlen van je cursisten. Niet iedereen leert op dezelfde manier. Kolb onderscheidt vier leerstijlen, elk met een eigen aanpak: 

  1. doeners → concreet ervaren
  2. denkers → waarnemen en overdenken
  3. dromers → abstracte begripsvorming
  4. beslissers → actief experimenteren
ARCS model studentenmotivatie

5. Motiveren

Tot slot houden we ook rekening met de verschillende motivaties van waaruit mensen onderwijs volgen. Vanuit het ARCS motivatie-model, zorgen we ervoor:

  1. Dat deelnemers geactiveerd worden (Activate)
  2. Dat de leerstof relevant is (Relevance)
  3. Dat er relatie is met de (werk)praktijk (Confidence)
  4. Dat de kennis ook kan worden toegepast (Satisfaction)