Studeer filosofie in uw eigen tempo
Volg losse vakken van de bacheloropleiding Filosofie

Volg losse vakken filosofie aan de Erasmus Universiteit

In samenwerking met de faculteit Erasmus School of Philosophy biedt Erasmus Academie u de mogelijkheid om losse vakken van de bacheloropleiding filosofie te volgen. 

Studeer overdag of in de avonduren

Heeft u altijd al filosofie willen studeren? Of vraagt u zich af of filosofie iets voor u is? Erasmus Academie biedt zowel overdag als ‘s avonds cursussen aan. U kunt losse cursussen volgen of zelfs uw gehele bachelor behalen. Een cursus duurt 5 weken en bestaat uit een aantal hoorcolleges. 

Filosofie...

  • Vergroot uw algemene ontwikkeling
  • Verbeter uw argumentatievaardigheden
  • Vergroot uw probleemoplossend vermogen
  • Verbeter uw spreek- en schrijfvaardigheid

Het onderwijs

Actuele maatschappelijk vraagstukken staan centraal. Denk aan vragen als: ‘Kunnen robots mensen vervangen?’ en ‘Is democratie de beste staatsvorm?’. De vakken worden in het Nederlands of in het Engels gegeven. De cursussen filosofie zijn verdeeld over vier thema’s: 

1. Theoretische filosofie: richt zich op de vraag ‘Wat kan ik weten?’. De analytische en logicavakken vallen binnen dit thema.
2. Praktische filosofie: behandelt ethische en morele vraagstukken als ‘Hoe moet ik handelen?’
3. Geschiedenis van de filosofie: hoe dachten mensen vroeger en hoe denken ze nu? 
4. Filosofie van mens en cultuur: bestudeert de relatie tussen mens en omgeving.

Engelstalige colleges worden opgenomen en kunnen worden teruggekeken. 

Bekijk in het onderstaande overzicht welke modules aangeboden worden in het collegejaar 2019-2020:

Titel

startweek:

Bachelor 1

 

The Early Enlightenment

3 september 2019

Essential Contemporary Challenges

3 september 2019

Thought Experiments

7 oktober 2019

The Quest for Man I

7 oktober 2019

The Quest for Man II

19 november 2019

Ecophilosophy

7 januari 2020

Het (moderne en postmoderne) subject

7 januari 2020

The High Enlightenment I

11 febuari 2020

Logica en Analytische Filosofie11 febuari 2020

The High Enlightenment II

17 maart 2020

Logica en Epistemologie

17 maart 2020

Social and Political Philosophy

30 april 2020

Negentiende Eeuw I30 april 2020

Moral Philosophy

2 juni 2020

Negentiende Eeuw II

2 juni 2020

Bachelor 2

 

Philosophy of Science 1

3 september 2019

Technology and Social Change3 september 2019

Philosophy of Science 2

7 oktober 2019

Critique

7 oktober 2019

Logica en Metafysica

19 november 2019

Oudheid

7 januari 2020

Philosophy of Science 3

7 januari 2020

Ontologie en Metafysica I: Edmund Husserl

11 febuari 2020

Middeleeuwen en Renaissance11 febuari 2020

Ontologie en Metafysica II: Heidegger en Harman

17 maart 2020

Descartes and Spinoza

17 maart 2020

Logica en Cognitie- en Bewustzijnsfilosofie

30 april 2020

Ontologie en Metafysica III: Differentiedenken

30 april 2020

Aesthetics

1 juni 2020

Verzamelingsleer en Taalfilosofie

1 juni 2020

Vakken Bachelor 1 & 2 collegejaar 2019-2020 per thema

  • Hieronder zijn de vakken te vinden die u kunt volgen: 

    • Content

      The deliberate and purposeful use of imagination and creativity is indispensable in analytic philosophy. In this course we introduce, analyze and discuss various examples of such thought experiment, focusing on
      - Conceptual Analysis
      - Existence of God
      - Skepticism
      - Mind-Body Problem
      - Moral Responsibility
      - Ethics
      - Politics
      - Metaphilosophical Alternatives
      Students reflect critically on the powers and limits of thought experiments. Moreover, they develop the academic skills to put “thought experimentation” into practice, i.e., to use their own imagination and creativity for scientific and philosophical purposes.

      Prior knowledge

      Prior knowledge is not necessary. 

      Language

      English

      Period

      Bachelor year 1, block 1B: 7 October until 5 November 2019.  

      Courseguide & Literature

      Please consult the courseguide for the timetable and literature. 

    • Inhoud

      De cursus omvat twee luiken die maximaal op elkaar afgestemd worden: een logisch luik en een historisch luik.
      In het logische luik worden de doelstellingen, methodes en toepassingen van de logica besproken en geïllustreerd.
      In het historische luik wordt de geschiedenis van de analytische filosofie bestudeerd, in termen van zowel de grote denkers als de centrale problemen.

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 1, blok 3A: 10 februari t/m 4 maart 2020.

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide:

    • Inhoud 

      De cursus omvat twee luiken die maximaal op elkaar afgestemd worden: een logisch luik en een kentheoretisch luik.
      In het logische luik worden de doelstellingen, methodes en toepassingen van de logica besproken en geïllustreerd. Centraal staat de propositielogica en we beperken ons tot redeneringen waarvan de correctheid uitsluitend steunt op de betekenis van de voegwoorden ”en”, ”of”, ”niet” en ”als … dan …”.
      In het kentheoretische luik worden centrale problemen uit de analytische epistemologie (in het bijzonder: bronnen van kennis) behandeld vanuit zowel historisch als systematisch perspectief.

      Let op: De cursus Logica en Epistemologie was voorheen Logica en Analytische Kenleer 2. Studenten die eerder al Logica en Analytische Kenleer 2 hebben afgerond, hoeven niet deel te nemen aan Logica en Epistemologie.

      Voorkennis

      Om deel te kunnen nemen aan dit vak dient u eerst Logica en Analytische Filosofie te hebben gevolgd.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 1, blok 3B: 16 maart t/m 8 april 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.  

    • Content

      This course offers a brief history of science itself and of the philosophy of science, focusing on the styles of scientific reasoning in
      - Ancient and Medieval Science
      - The Scientific Revolution
      - Romanticism and Positivism
      - Classical Philosophy of Science
      Students reflect critically on the powers and limits of the various styles of scientific reasoning.

      Note: This course was previously titled Critical Creative Reasoning. If students already completed Critical Creative Reasoning, they are not expected to complete Philosophy of Science 1.

      Prior knowledge

      Prior knowledge is not necessary. 

      Language

      English

      Period

      Bachelor 2, Block 1A: 3 September until 4 October 2019

      Courseguide & literature

      Please consult the courseguide for the timetable and literature.

    • Content

      The nature of science and scientific methods; analyzing core concepts of science (theory, model, confirmation, verification, infirmation, falsification, observation, explanation, experiment, evidence); introduction to philosophical debates concerning whether science tells us the truth about reality; social components of science; metaphysical presuppositions that make scientific inquiry possible; basic elements from logic and epistemology. In two tutor meetings, additional auxiliary lectures will be provided about logic and epistemology (specially intended for Double Degree students).

      Mind: This course was previously titled General Philosophy of Science. If students already completed General Philosophy of Science, they don't have to complete Philosophy of Science 2.

      Prior knowledge

      Prior knowledge is not necessary. 

      Language

      English

      Period

      Bachelor 1, block 1B: 8 October until 9 November 2019

      Courseguide & literature

      Please consult the courseguide for the timetable and literature.

       

    • De cursus omvat twee luiken die op elkaar afgestemd worden: een logisch luik en een systematisch luik.
      In het logische luik bestuderen we de predicatenlogica. We beschouwen dan ook redeneringen waarvan de correctheid niet alleen steunt op de betekenis van de voegtekens maar ook op de betekenis van de kwantoren “voor alle" en “er is minstens één". We onderscheiden het semantische begrip “geldig gevolg van” en het syntactische begrip “afleidbaar uit” en bestuderen de relatie tussen deze twee begrippen.
      In het systematische luik worden centrale problemen uit de analytische metafysica aan de orde gesteld: universalia, substanties, tijd, compositie, persistentie, causaliteit, responsafhankelijkheid en metametafysica.

      Voorkennis

      Er wordt geadviseerd om eerst Logica en Analytische Filosofie (Blok 3A) + Logica en Epistemologie (Blok 3B) te volgen.

      Voertaal

      Nederlands. 

      Periode

      Bachelor 2, blok 2A: 19 november t/m 20 december 2019. 

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.

    • Content

      Although ignorance is the engine of science, turning general, philosophical wonder into a specific, well-defined research problem, is a very complex, demanding skill, that one can and should actually acquire. Building on insights from the history and philosophy of science, this course discusses and illustrates several methods to define and re(de)fine research problems stepwise, and invites students to reflect critically and creatively about the prerequisites, the powers and the limits of problem solving in both their own discipline and in interdisciplinary contexts.

      Note: 

      This course was previously titled Analytic Metaphysics. If students already completed Analytic Metaphysics, they are not expected to complete Philosophy of Science 3.

      Prior knowledge

      Prior knowledge is not necessary. 

      Language

      English.

      Period

      Bachelor 2, Block 2B: 6 until 29 January 2020

      Courseguide & literature

      Please consult the courseguide for the timetable and literature.

    • Inhoud 

      De cursus omvat twee luiken die op elkaar afgestemd worden: een logisch luik en een taalfilosofisch luik. In het logische luik van de cursus staan de verzamelingsleer in het algemeen en het oneindigheidsbegrip in het bijzonder centraal. In de verzamelingenleer toont de paradox van Russell aan dat het begrip verzameling moeilijk is te definiëren, reden waarom we axiomatisch vastleggen welke dingen we in ieder geval wel als verzameling erkennen. Oneindige verzamelingen hebben allerlei eigenschappen die afwijken van die van eindige verzamelingen.Dit opent de weg hoe te denken over `het oneindige’, een begrip dat in de geschiedenis van de filosofie voortdurend opduikt.

      In het taalfilosofische luik ruiken we aan de taalfilosofie, op basis van belangrijke oorspronkelijke artikelen, van o.a. Frege, Russell, Strawson, Austin, Lewis en Kripke. Het onderscheid tussen betekenis en referentie, en tussen extensionaliteit en intensionaliteit, komen aan bod, alsook visies op taal, betekenis, het volgen van regels, en het verrichten van taalhandelingen.

      Verzamelingsleer en Taalfilosofie was voorheen Mogelijke Werelden 1. Studenten die Mogelijke Werelden 1 al hebben afgerond, hoeven Verzamelingsleer en Taalfilosofie niet meer af te ronden.

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 2, blok 4A: 30 april t/m 22 mei 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.

    • Inhoud

      De cursus omvat twee luiken die op elkaar afgestemd worden: een logisch luik en een systematisch luik.
      In het logische luik van de cursus staan de modale logica en haar toepassingen in de filosofie centraal. Modale logica voegt aan de klassieke logica operatoren toe die gelezen kunnen worden als noodzakelijk (of verplicht) en mogelijk (of toegestaan) en waaraan betekenis wordt gegeven in termen van mogelijke werelden.
      In het systematische luik worden de centrale problemen uit de cognitie- en bewustzijnsfilosofie, zoals het lichaam-geestprobleem en het qualia-probleem, aan de orde gesteld en worden mogelijke oplossingen geëvalueerd tegen de achtergrond van ontwikkelingen in de artificiële intelligentie, de brein- en gedragswetenschappen, de neurowetenschappen, etc.

      Logica en Cognitie- en Bewustzijnsfilosofie was voorheen Mogelijke Werelden 2. Studenten die Mogelijke Werelden 2 al hebben afgerond, hoeven Logica en Cognitie- en Bewustzijnsfilosofie niet meer af te ronden.

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Periode

      Bachelor 2, blok 4B: 4 t/m 26 juni 2020

      Voertaal

      Nederlands

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide. 

  • Hieronder zijn de vakken te vinden die u kunt volgen.

    • Content

      We will discuss four key contemporary examples in practical philosophy of pressing social, political and cultural issues, or ‘challenges’. We will explore their implications on both the individual and on the collective level. The four challenges are: 1) Enlightenment as emancipation: a blessing or a burden? The pressures of modern living. 2) democracy: do we need more, or less? Can democracy deliver on its promises – and can the citizens keep up? 3) biopolitics: is government turning biotechnological? Will government again become ‘racist’? And finally 4) transparency: how do we deal with Big Data, algorithmic decisionmaking, and more generally the ‘black box society’? How to think about nudging? Is more transparency the answer? We will try to derive answers from the work of contemporary philosophers such as Zizek, Rancière, Foucault.

      Prior knowledge

      No prior knowledge is necessary. 

      Language

      English

      Period

      Bachelor 1, block 1A: 2 September until  1 October 2019

      Courseguide & literature

      Please consult the courseguide for timetable  and literature. 

    • Content

      We will study the basic concepts and theories of social and political philosophy, and more specifically of political theory, based on the conviction that social and political thought always also has to be understood from the social and political context from which it arose. Central themes will include: state, citizenship, nationalism, power, ideology, freedom, equality, governmentality, discipline, feminism, orientialism, postcolonialism, and environmentalism. Contemporary views will be discussed in relation to classic insights from the history of philosophy.

      Prior knowledge

      No prior knowledge is neccessary.

      Language

      English

      Period

      Bachelor 1, block 4A; dates will follow. 

      Courseguide & literature

      Please consult the courseguide for timetable  and literature. 

    • Content

      In the first two weeks we will discuss the four major theories, in the second two weeks we will discuss on which assumptions these theories rely and how they can be applied. Which conceptions of the Good are presupposed? How do the theories conceive of the moral agent? And how would each theory deal with concrete moral dilemma cases? 

      Prior knowledge

      No prior knowledge is necessary. 

      Language

      English. 

      Period

      Bachelor 1, block 4B; 

      Course guide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

  • Hieronder vindt u de vakken die u kunt volgen. 

    • Content

      In Northern Europe, the late seventeenth and early eighteenth centuries saw the first proliferation of the Enlightenment – a cultural movement characterized by its pleas in favor of toleration, its opposition to ‘prejudices’, its fascination with the results achieved by the ‘Scientific Revolution’ as well as by its proposals for societal reforms. Philosophers played a crucial role in articulating its program. In this course we start close at home, for it was Pierre Bayle, ‘le philosophe de Rotterdam’, whose attacks on religious prejudices and whose demands for toleration would serve later generations of enlightened authors as a major source of inspiration.

      Next, we will turn to France, and to Montesquieu and Voltaire in particular. In France a new cultural phenomenon emerges: the philosophe, witty, sociable, and fiercely critical of received tradition. Many French authors start reading British philosophers, and in this course we will deal with both Berkeley and Hume, and we will wrap up this overview of the early stages of the Enlightenment with a discussion of the Scottish Enlightenment, including Adam Smith. In an accompanying (facultative) study group we will read one of Hume’s enduring masterpieces: Dialogues concerning Natural Religion.

      Prior knowledge

      No prior knowledge is necessary. 

      Language

      English

      Period

      Bachelor 1,  block 1A; 3 September until 3 October 2019

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

    • Content

      By 1750s the French Enlightenment in particular takes off its gloves. Diderot and D’Holbach start propagating a ‘Spinozist’ materialism, which raises the issue of the origins of the Radical Enlightenment. Simultaneously Rousseau singlehandedly revolutionizes French political thought. Meanwhile, the German Enlightenment (Thomasius, Wolff, Lessing) gets under way and the eighteenth-century culture of sensibility spreads throughout Europe. Following the French Revolution, Burke and De Maistre launch their Counter-Enlightenment, the echoes of which can still be traced in twentieth-century critical accounts of the Enlightenment such as Adorno and Horkheimer’s Dialectics of Enlightenment..

      Prior knowledge

      No prior knowledge is necessary.

      Language

      English

      Period

      Bachelor 1, block 3A: 11 February until 5 March 2020

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

       

    • Content

      David Hume’s criticism of the notion of causality prompted Immanuel Kant to develop a new philosophy in which causality is no longer a property of the world outside us, but rather a concept in our minds that assists us in making sense of the world. This is his famous ‘Copernican Revolution’; rather than objects in the world shaping the cognitive operations of subjects (epistemological realism), these subjective operations determine our perceptions of objects and our judgements about objects (epistemological idealism). This is only part of Kant’s enormous contribution to philosophy. In his ethics he defended morarility in the form of a law that demands to be obeyed for its own sake, the commands of which are not issued by some alien authority but the voice of reason that the moral subject can recognize as his own. Finally, although Kant was a great Enlightened demolisher of the truth of metaphysics, he nevertheless maintained that certain notions can still have a useful regulative function; one example is the notion of teleology. This notion plays a major role in his philosophy of history, his political philosophy and his radical plea for world peace, Perpetual Peace (1795); paradoxically enough, this teleological perspective also implies a surprisingly positive evaluation of the function of war.

      Prior knowledge

      No prior knowledge is required.

      Language

      English

      Period

      Bachelor 1, block 3B; 17 maart t/m 9 april 2020

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

    • Inhoud

      Aan het einde van de 18e eeuw ontwikkelt zich in Duitsland stormachtig het Duits idealisme op basis van de problematiek die Kants kritische filosofie deed ontstaan en die hij in zijn derde kritiek probeerde te entameren. De basis van dit denken is Kant, met name diens teleologie, dat als model dient voor een geschiedfilosofie, die de geschiedenis leest als een proces van menselijke bevrijding en emancipatie. Hegel meende dat na de Franse Revolutie en Kants kriticisme dit proces zowel in politiek als intellectueel opzicht voltooid is met de opbouw van de moderne (rechts)staat en het ontstaan van een christendom dat tot zijn redelijke kern zou zijn herleid. Rond 1830 begint Hegels roem te verbleken.

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 1, blok 4A; 27 april t/m 30 mei 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide. 

    • Inhoud

      De snelle ontwikkeling en verbreding van de natuurwetenschappen in de achttiende en begin negentiende eeuw krijgen filosofisch een vervolg in de ontwikkeling van een empiristische kenleer en een positivistisch wereldbeeld. Ook vindt tegen deze achtergrond een empirische en ‘wetenschappelijke’ geïnspireerde benadering plaats van maatschappelijke vraagstukken en geven de door de wetenschappelijk bemiddelde visies op kennis, natuur en menselijke samenleving aanleiding tot een steeds pregnanter idee van historische ontwikkeling.
      In deze cursus zal het positivische gedachtegoed worden toegelicht aan de hand van denkers als Auguste Comte en Ernst Mach en de verdere ontwikkeling van de positivistische methodiek worden uitgelegd aan de hand van het empirisme van John Stuart Mill. Ook zullen sociale ideeën van zowel Comte als Mill worden behandeld. Zowel de historiserende als de methodologische en kentheoretische aspecten van het negentiende eeuwse denken komen terug in de behandeling van het werk van Charles Darwin en de reflectie op de filosofische gevolgen daarvan. Vanuit de Duitstalige traditie zal met name aandacht worden besteed aan Arthur Schopenhauer en Friedrich Nietzsche, die beiden een unieke positie veroverden in het filosofische landschap van de Negentiende Eeuw.     

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 1, blok 4B; 1 t/m 24 juni 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.

    • Inhoud

      De klassieke Oudheid vormt het begin van de Westerse wijsbegeerte; met name de Griekse Oudheid kenmerkt zich door een verbazingwekkende rijkheid aan filosofen en denkbeelden, die ons denken tot op de dag van vandaag op diepgaande wijze hebben beïnvloed. De cursus begint met de eerste Griekse filosofen, nog voor Socrates, en vervolgens zullen diens leven en ideeën worden behandeld binnen de contekst van het Athene van de vijfde eeuw voor Christus. Vervolgens komt de metafysische en de kentheoretische invulling aan bod die Plato gaf aan de erfenis van Socrates, waarna de filosofie van diens leerling Aristoteles wordt behandeld. Daarbij zal aandacht worden besteed aan diens metafysica, kenleer, logica, ethiek en (mogelijk ook) zijn politieke filosofie. De periode vanaf Aristoteles kenmerkt zich door de dramatische historische veranderingen die in gang worden gezet door zijn beroemdste leerling, namelijk Alexander de Grote. Door diens veroveringen breidt de Griekse wereld zich uit over het gehele oostelijke gedeelte van de Middellandse Zee en ver daarbuiten. In de Hellenistische periode daarna ontwikkelen zich de Stoïsche en Epicureïsche scholen, die zich concentreren op logica, een materialistische fysica en vooral een ethiek waarin de afwezigheid van leed als het hoogste goed wordt verdedigd. De cursus wordt afgesloten met het syncretische gedachtengoed van de neoplatonist Plotinus.

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 2, blok 2B; 9 t/m 31 januari 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide van Oudheid.

    • Inhoud

      De middeleeuwen beginnen wanneer West-Europa in economisch en cultureel opzicht tot een primitief stadium terugvalt. Eerst rond 800 trad in de kloosterscholen een voorzichtig herstel van de wetenschappen en de wijsbegeerte op. Daar doceerde men een neoplatonisme, dat men onder meer via Augustinus kende. In de twaalfde eeuw ontstaan de eerste universiteiten, waar de wijsbegeerte van Aristoteles de grondslag van het onderwijs vormt. Dit was mogelijk doordat de hele Aristoteles onder meer door vertalingen vanuit het Arabisch wordt herontdekt. Vanaf dat moment oefent zij bijna een half millennium een ‘despotisch’ gezag uit over de geesten. In de cursus zal worden stilgestaan bij de vernieuwingen met name in de metafysica en de kentheorie, die ondanks de conserverende werking van het ‘schoolse’ onderwijs aan de universiteiten plaatsvonden.
      De Renaissance wordt de naam zegt het al gekenmerkt door de wedergeboorte van de klassieke cultuur. Deze werd mogelijk door het humanisme: het ontstaan van het hermeneutisch probleem.  In de filosofie betekende dat de aandacht voor andere vormen van klassiek denken dan Aristoteles. Uit de herleving van het platonisme en het scepticisme komt ook iets nieuws voort: de moderne natuurwetenschap, die in Francis Bacon haar eerste programmatische pleitbezorger vindt. Bijzondere aandacht gaat uit naar de zogenaamde ‘pyrrhonistische crisis’ die in de tweede helft van de zestiende eeuw haar eerste woordvoerder vindt in Montaigne.

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 2, blok 3A; 

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.

    • Content

      Towards the end of the sixteenth century, the Aristotelian conception of the sciences seemed to have passed its expiry date. Many novatores in philosophy were inspired to develop methodological innovations in order to find new ways of coming to know more about nature, yet it was only in the work of René Descartes (1596-1650) that the “new philosophy” developed into a real alternative for the complete body of Aristotelian thought. Descartes’ mechanistic view of nature would prove fruitful in the field of natural philosophy and would inspired him to formulate a new metaphysical conception of man. In the hands of Benedictus de Spinoza (1632-1677), Descartes’ mechanistic approach came to affect questions of ethics and politics as well, leading to drastic changes in the interpretation of human mental life and human freedom.
      Besides discussing Descartes and Spinoza, this course will sketch the broader historical context in which their work emerged, by focussing on humanist alternatives in ethics and politics, such as that of Hugo Grotius (1583-1645); alternative mechanistic philosophies, such as those of Galileo Galilei (1564-1642) and Thomas Hobbes (1588-1679); alternative metaphysics, such as those of Platonists and Occasionalists; and alternative methodologies, such as those of Isaac Newton (1643 - 1727) and Blaise Pascal (1623-1662).

      Prior knowledge

      No prior knowledge is necessary. 

      Language

      English

      Period

      Bachelor 2, block 3B; 

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

  • Hieronder kunt u de vakken van dit thema vinden. 

    • Content

      The first part of the course offers a systematic overview of the main subjects  and concepts of Philosophical Anthropology (such as the place of man in the Cosmos, the relationship between body and mind, consciousness, action, freedom of will, (inter)subjectivity, reflexivity and language), and its relationship to other philosophical disciplines, such as ethics and social philosophy, and the empirical sciences and humanities, which deal with human beings, such as biological anthropology, neuroscience, psychology, sociology, history, and cultural anthropology.
      Next, we will distinguish the mechanistic, organismic, and hermeneutic conception of man and, inspired by Kant’s and Dilthey’s transcendental philosophy, we will analyze the third-person, second-person, and first person ontological perspectives connected to these conceptions. Against the background of the ‘Historization of the World View’, both in its naturalistic (Darwin) and hermeneutic (Dilthey) form, we will discuss Plessner’s philosophical anthropology as a still topical attempt to connect the two. Finally, against this background, will reflect on the possible futures of the human life form in the light of the so-called converging technologies (such as information technology, neuroscience, and biotechnology).

      Prior knowledge

      No prior knowledge is required.

      Language

      English

      Period

      Bachelor 1, block 1B; 8 October until 7 November 2019

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

       

    • Content

      In this second part of ‘the Quest for Man’ we will focus on Phenomenological & Hermeneutical approaches. Our point of departure will be the fortuitousness of western philosophy and the unsolved, but ever tentalising question, how we may comprehend the phenomenon of human existence while simultaniously being 'subject' and 'object' of this attempt toward comprehension ourselves.

      Key figures in this course will be: Kierkegaard (on truth and individual existence), Husserl (on transcendental subjectivity as the ‘wonder of all wonders’), Heidegger (on the 'event' of being human and the framing of existence in the era of Technology), Sartre (the ontology of absolute freedom and radical responsibility), Merleau-Ponty (on the phenomenology of bodily perception), Gadamer (on philosophical hermeneutics) and Levinas (on questioning the primacy of ontology in phenomenology and western philosophy as a hole).

      Prior knowledge

      No prior knowledge is required

      Language

      English

      Period

      Bachelor 1, block 2A; 19 November 2019 until 21 December 2019

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

       

    • Content

      In this course, we analyse the transition from a linear, oppositional, externalising, identity based discourse on ecology to a circular, inclusive discourse that is based on a ecophilosophical perspective, that focuses on differences and relations. Connecting the domain of arts, science and politics to philosophy, a threefold ecology (ECO3) is explored and fed back into the current debates on ecology. The broad perspective is the proposition that after the modern enlightenment of the mind 21st century schizoid man is up to a new medial enlightenment that acknowledges the productive role of technology for the constitution of our self-consciousness.

      Prior knowledge

      No prior knowledge is required.

      Language

      English

      Period

      Bachelor 1, Block 2B; 7 t/m 30 January 2020

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

    • Inhoud

      Het moderne subject als autonoom en rationeel individu werd geboren in de gedachten van Descartes en Kant, zo wordt beweerd. Maar tijdens de 20e eeuw (tot tegenwoordig) trekken vele filosofen en wetenschappers de vrijheid, rationaliteit en coherentie van het subject in twijfel. Ageren we altijd rationeel of zijn wij vrij in onze handelingen en beslissingen? In welke mate zijn we bepaald door de maatschappelijke, culturele, economische en politieke aard?
       
      In deze cursus zullen we nagaan hoe het huidige beeld van de mens als een autonoom, rationeel individu zich heeft ontwikkeld en op welke grenzen het stuit. We bespreken klassieke teksten uit de subjectfilosofie en analyseren de kritiek aan deze posities van denkers uit de 20e en 21e eeuw zoals Freud, Nietzsche, Sartre, De Beauvoir, Fanon, en Foucault. Daarbij zal duidelijk worden dat niet enkel het concept van het subject, maar ook het filosofische denken zelf altijd ingebed ligt in omstandigheden van maatschappelijke, culturele en politieke aard en dat die elkaar over en weer beïnvloeden. Tot besluit bediscussiëren wij (met het oog op huidige debatten in neurowetenschap en AI) of het moderne subject zomaar vervangen kan worden of ook in de toekomst nog een belangrijke rol kan en moet spelen.

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 1, blok 2B; 6 t/m 29 januari 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.

    • Content

      Technology evidently enables us to control, organize and optimize the activities and functions of our everyday lives. However, a classical critique in the Philosophy of Technology is that technology also creates a distance between us (as individuals), and the surrounding world. In this regard, the great developments in technology arguably lead to the illusion that everything around us is controllable, rendering us ‘safe’ at a distance. Other approaches focus instead on the mediating and connecting function of technology, which opens up new ways of experiencing and communicating. Some of the questions that motivate this course are: does technology really help us to disclose the world and connect with others, or rather does it alienate us from nature, others and even ourselves?  How is society affected by technology? Are we shaping technology or does technology shape us and our social lives? 
       
      To tackle these problems, we first have to ask what do we mean when we talk about ‘technology’. This implies a reflection on the development of technology and its changing meaning, function and role within society; from machines of mass production to virtual communication and the digital realm. This course offers an introduction into the different perspectives on how to understand the relationship between technology and the social lifeworld of human beings; to question, how do technological developments and social changes interact?
       
      We will track the parallel changes of technologies and societies by analyzing and comparing texts and concepts within the Philosophy of Technology and recent STS, like ‘alienation’, ‘mediation’, ‘network’ as well as ‘technological determinism’, ‘domestication’ and ‘social shaping’. These concepts and approaches will be illustrated by focusing on recent developments in the field of Information and Communications Technology (ICT) and the internet more broadly. Finally, we will discuss possible approaches to an ethics of technology.

      Prior knowledge

      Prior knowledge is not necessary. 

      Language

      English

      Period

      Bachelor 2, block 1 A; 3 September until 2 October 2019

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

       

       

    • Content

      What is critical thinking? What is its function in an era of ‘alternative facts’? This module explores some of the most important post-war continental social-philosophical theories and their consequences for disciplinary thinking in the humanities and social sciences. Guiding notion is that of critique, as developed by the Frankfurt School. We investigate the relation between society and the knowledge produced and methods used by social sciences and humanities (but also by medical and environmental sciences). We focus on critical theory (Habermas, Frankfurt School), poststructuralism (Foucault), feminist critique, postcolonial critique, tentacular thinking (Haraway) and critical realism (Latour).

      Prior knowledge

      No prior knowledge is required. 

      Language 

      English

      Period

      Bachelor 2, block 1B; 8 October until 6 November 2019

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

    • Inhoud

      De Cartesiaanse Meditaties van 1939, gebaseerd op een lezing die Husserl 1929 aan de Sorbonne in Parijs verzorgde, is een van de meest invloedrijke (latere) teksten van Edmund Husserl, de stichter van de fenomenologie. In de traditie van Descartes en Kant waagt Husserl in de twintigste eeuw nog een laatste poging de filosofie door een helder en vast principe als strenge filosofie te funderen. Hiervoor moet de filosofie de vorm van een radicale zelfbezinning aannemen – zelfs radicaler dan Descartes’ twijfel. De Fenomenoloog moet zich van elk (voor)oordeel onthouden en enkel datgene laten gelden wat hij/zij zelf op een evidente manier kan ervaren en bevestigen.
      Maar hoe kan een dergelijk transcendentaal idealisme of zelfs solipsisme uitspraken doen over een wereld, die voor iedereen ervaarbaar en geldig moet zijn? Het probleem en de noodzakelijkheid van intersubjectiviteit kaart Husserl aan in zijn befaamde vijfde meditatie, waar hij de complexe opbouw van de ervaring van de ander beschrijft. 
      Hoe komen we van de waarneming van een ander lichaam tot de ervaring van een ander bewustzijn dat zijn eigen ervaringen van de wereld heeft? In hoeverre gaat een idealisme samen met de noodzakelijkheid van intersubjectiviteit? Waarom hebben we anderen nodig om tot objectieve kennis te kunnen geraken? In deze cursus zullen we deze vragen via een grondige analyse van Husserls tekst na gaan, en zowel de problematische verhouding van idealisme en intersubjectiviteit analyseren, als ook de rol van de ander binnen de filosofie bediscussiëren.

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 2, blok 3A; 13 februari t/m 6 maart 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.

    • Inhoud 

      De westerse filosofie heeft van Plato tot en met Hegel, en misschien zelfs tot en met Husserl, naar een fundament gezocht: een hoogste of ‘zijndste zijnde’, dat de werkelijkheid fundeert. Deze ‘metafysische’ tendens werd vanaf de 17e eeuw ondersteund door de ontologie, die de structuren van het zijnde in kaart moest brengen. Na Nietzsche leek er noch voor de metafysica, noch voor de ontologie een plaats meer te zijn. Toch is er na (en door!) Nietzsche getracht om deze koninginnenstukken van de filosofie een ‘ander’ leven in te blazen.
      In deze cursus bekijken we allereerst het wedervaren van metafysica en ontologie door de eeuwen heen. Daarna vragen we met Nietzsche hoe ‘het dak van het toeval weer aan de dingen kan worden teruggegeven’, en onderzoeken we hoe - o.a. - Heidegger en denkers van de Object Oriented Ontology (Harman, Bryant) de eeuwenoude filosofische ‘overval op de dingen’ hebben gepareerd met een pleidooi voor de ‘concrete oneindigheid’ van de dingen (Verhoeven).

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 2, blok 3B; 19 maart t/m 10 april 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.  

       

    • Inhoud

      Centraal staat de overgang van een transcendent(aal), op identiteit gericht denken naar een vanuit de immanentie ontwikkeld, op verschillen gericht denken en de ontologische en metafysica-kritische implicaties daarvan.Bij de dialectiek staat de opvatting centraal dat de werkelijkheid wordt gekenmerkt door fundamentele tegenstrijdigheden, die vanuit een daaraan ten grondslag liggende dynamiek naar hun eigen opheffing streven. Na de behandeling van de formeel-ontologische fundering door Hegel van de dialectiek wordt de kritiek van de links-Hegelianen Feuerbach en Marx op het hegeliaanse idealistisme besproken en wordt verduidelijkt hoe dit tot een politieke filosofie en een politieke praxis leidt. Na deze interne kritiek wordt de externe kritiek behandeld die indirect in de psychoanalyse ligt besloten om de subjectsproblematiek te hernemen. Dit is het uitgangspunt voor de behandeling van het werk van Nietzsche, die in zijn genealogische kritiek evenals Freud en Marx het subject decentreert en laat verzinken in een ontologie van krachten. Met deze dubbele inzet zijn de belangrijkste inspiraties voor het differentiedenken aan bod gekomen.In het werk van een aantal Franse differentiedenkers krijgt de kritiek op het dialectische denken, zoals deze door Adorno in zijn Negative Dialektik werd geformuleerd, een positieve invulling. Teruggrijpend op de ‘meesters van het wantrouwen’ (Nietzsche, Freud, Marx), maar ook op het vitalisme van Bergson en James,bespreken we wegen uit het dialectische denken in het werk van Bataille, Foucault en Deleuze. We sluiten de cursus af met enkele consequenties van hun posities zoals opgepakt door het feminisme.

      Voorkennis

      Er is geen voorkennis vereist.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 2, blok 4A; 

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.

    • Content

      This module offers an introduction to a diversity of philosophical perspectives on art. Besides the classical points of view of Plato, Aristoteles, Kant, Hegel and Nietzsche, we will focus on 20th century philosophers: Lukacs, Adorno, Benjamin, Jameson, Baudrillard, Lyotard, Derrida, Merleau-Ponty, Deleuze, Badiou and Ranciere. Contrary to philosophy’s traditional derogatory treatment of art, these philosophers have elaborated a new complicity between art and philosophy. Instead of speaking about art, they have started a dialogue between art and philosophy that in some cases even culminates in an aestheticization of thought and a self-reflective turn towards the artificiality of philosophy. The course is organized around three thematic clusters: 1) art and truth; 2) Marxist cultural critique; 3) modernist philosophies of art.

      Prior knowledge

      No prior knowledge is required.

      Language

      English

      Period

      Bachelor 2, block 4B; 1 t/m 24 June 2020

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature.

       

Vakken Bachelor 3 collegejaar 2019-2020 per thema

Deelname aan de onderstaande vakken van Bachelor 3 is mogelijk als u minimaal 90 EC heeft behaald in Bachelor 1 en 2. 

  • Hieronder vindt u de vakken die u kunt volgen

    • Inhoud

      Deze informatie volgt z.s.m..

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2. 

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 3A:.13 februari t/m 5 maart 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide

    • Inhoud

      Deze informatie volgt zo spoedig mogelijk.

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2. 

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 3B:.16 maart 2019 t/m 9 april 2020

      Rooster en literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide.  

  • Hieronder vindt u de vakken die u kunt volgen. 

    • Content

      How do you answer the question Who are you? You can just tell your name. But you can also tell a story.
      Philosophical theories of narrative identity presuppose, that narrative structures are essential for the formation and / or self-understanding of personal identity, which is not reducible to a mere numerical identity.
      In this course we will discuss different philosophical theories of narrative identity and confront them with different ways of unfolding narrative identities in literature. Literary narratives about fictional or real persons and their life-stories can be fragmented, multi–perspective, and very creative in their handling of fact and fiction. Literature allows us to “try on stories like clothes”. What does this tell us about philosophical theories of narrative identity and their normative implications?

      Prior knowledge

      You need to have obtained a minimum of 90 EC in Bachelor 1 and 2 to register. 

      Language

      English

      Period

      Bachelor 3, block 2B; 6 until 31 January 2020

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature. 

    • Inhoud

      Vroeg of laat klopt het noodlot bij ieder mens aan de deur: een ongeval, een ongeneeslijke ziekte, oorlogsge­weld, een alles verterende jaloezie, een verslaving en uiteindelijk de dood. Hoe­wel het noodlot onvermijdelijk is, kunnen we er niet mee leven.

      In deze cursus zal nader worden ingegaan op drie verschillende manieren waarop de Europese mens heeft getracht het noodlot te temmen en te domesticeren: de heroïsche affirmatie van het noodlot in de tragische cultuur van de Grieken, de deemoedige acceptatie van de goddelijke voorzienigheid in het christendom en de ‘afschaffing’ van het noodlot in de moderne, technische cultuur. Zowel de natuur als de cultuur worden maakbaar. Met technologieën als geneti­sche manipulatie lijken we ons lot en onze toekomst volledig in eigen hand te nemen. Tegen de achtergrond van drie klassieke tragedies – Prometheus ontketend van Aischylos, Antigone van Sophokles en Medea van Euripides – zal worden ingegaan op de vraag of dit meer is dan “blinde hoop" door Prometheus aan de mensheid geschonken.

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 3A, 10 februari t/m 4 maart 2020

      Courseguide & literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide. 

       

  • Hieronder vindt u het vak dat u kunt volgen. 

    • Inhoud

      In het zeventiende-eeuwse Engeland vinden grote natuurwetenschappelijke en filosofische veranderingen plaats die zich institutioneel kristalliseren rondom de Royal Society, waarvan eminente wetenschappers als Robert Boyle and Isaac Newton lid waren. Het empirisme van John Locke dient in deze context begrepen te worden. De latere zeventiende eeuw ziet ook een nieuwe generatie van rationalisten als Leibniz en Nicolas Malebranche, die voortgaan met de verdieping van begrippen als 'substantie' en 'causaliteit'. Voorts worden, opnieuw in Engeland, belangrijke bijdragen geleverd aan de politieke filosofie en ethiek door onder anderen Locke, diens leerling de derde graaf van Shaftesbury, en Herman Mandeville.

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 4+B; 30 april t/m 18 juni 2020

      Courseguide & literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide. 

       

  • Hieronder vindt u de keuzevakken waarvoor u zich kunt aanmelden.

    • Inhoud

      “Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt, denn das ist meine Welt. Und sonst gar nichts. Das ist, was soll ich machen, meine Natur. Ich kann halt lieben nur. Und sonst gar nichts.”, zong Marlene Dietrich in de dertiger jaren van de vorige eeuw. Maar wat is liefde eigenlijk? Filosofische discussies over liefde, tenminste binnen de analytische traditie (breed opgevat), focussen op de vraag of er evaluatieve redenen zijn te geven voor liefde (bewonderenswaardige eigenschappen, de robuuste kern van de ander, een gedeelde relatie misschien). De intuïtie hierachter is dat liefde nogal selectief lijkt. David Velleman en Niko Kolodny verdedigen dat er soms een rationele verklaring of rechtvaardiging voor liefde kan worden geleverd. Harry Frankfurt e.a. daarentegen beargumenteren dat we géén redenen hebben om van iets of iemand te houden, maar dat liefde zelf een bron van redenen voor handelen is. In deze cursus wordt het werk van Harry Frankfurt als uitgangspunt genomen voor een bespreking van dit debat.

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 2B; 7 t/m 28 januari 2020

      Courseguide & literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide

    • Inhoud

      “Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt, denn das ist meine Welt. Und sonst gar nichts. Das ist, was soll ich machen, meine Natur. Ich kann halt lieben nur. Und sonst gar nichts.”, zong Marlene Dietrich in de dertiger jaren van de vorige eeuw. Maar wat is liefde eigenlijk? Filosofische discussies over liefde, tenminste binnen de analytische traditie (breed opgevat), focussen op de vraag of er evaluatieve redenen zijn te geven voor liefde (bewonderenswaardige eigenschappen, de robuuste kern van de ander, een gedeelde relatie misschien). De intuïtie hierachter is dat liefde nogal selectief lijkt. David Velleman en Niko Kolodny verdedigen dat er soms een rationele verklaring of rechtvaardiging voor liefde kan worden geleverd. Harry Frankfurt e.a. daarentegen beargumenteren dat we géén redenen hebben om van iets of iemand te houden, maar dat liefde zelf een bron van redenen voor handelen is. In deze cursus wordt het werk van Harry Frankfurt als uitgangspunt genomen voor een bespreking van dit debat.

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 2A; 21 november t/m 12 december 2019

      Courseguide & literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide

       

    • Inhoud

      Enkele decennia noemde de Italiaanse marxist A. Negri (*1933) Spinoza’s filosofie een ‘woeste anomalie’. Levend in de eerste burgerlijke maatschappij, was Spinoza een ‘doordenker’, die de logische consequenties trok uit de politieke, wetenschappelijke en filosofische ontwikkelingen van zijn tijd. Dat maakt hem volgens de ideeënhistoricus J. Israel tot de voorloper van de ‘radicale Verlichting’. Toch is en blijft Spinoza een buitenbeentje en lijkt zijn filosofie nauwelijks te sporen met de hoofdtradities in de moderne filosofie. In de politieke theorie bijvoorbeeld verzet hij zich tegen het (neo)liberalisme, zijn metafysisch determinisme lijkt onverenigbaar met elke antropologie die van een menselijke autonomie of excentriciteit uitgaat.

      Volgens Spinoza schetst de filosofie een weg, die de mens tot vrijheid en geluk leidt. In de werkcolleges zullen met close reading van de tekst van de Ethica hem volgen op de verschillende stadia van deze weg: allereerst de dynamische metafysica van deel I, de epistemologie van deel II, die schets hoe zich uit de verbeelding de wetenschap ontwikkelt, de analyse van het menselijk gedag, dat als directe verklaringsgrond de menselijke emoties heeft en als verdere oorzaak de drang tot zelfhandhaving, de conatus, die elk mens deelt met alle elementen natuur. Deze anonieme en variabele kracht maakt elk mens aangewezen op andere mensen..

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 2B; 9 t/m 30 januari 2020.

      Courseguide & literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide. 

       

    • Inhoud

      In 1921 verscheen het enige boek dat Ludwig Wittgenstein tijdens zijn leven zou publiceren: *Tractatus Logico-Philosophicus*. Wittgenstein meende dat met dit werk alle filosofische problemen waren opgelost. *Tractatus* is een van de filosofische meesterwerken van de 20ste eeuw, en oefende een enorme invloed uit, op Russell, op de Logisch Positivisten van de Weense Kring, en heden ten dage nog steeds op diverse metafysici. Zelfs componisten en kunstenaars hebben zich door dit hermetische werk laten inspireren. *Tractatus* is een dun (75 blz.), apodictisch en compact geschreven boek, met subsubsubgenummerde paragrafen, waarvan de meeste uit een enkele volzin bestaan. In deze cursus zullen we *Tractatus* in zijn geheel, regel voor regel, lezen en trachten te doorgronden, o.a. met behulp van verlichtende secundaire lectuur over *Tractatus*. Het hoofdonderwerp van *Tractatus* is de relatie tussen taal en werkelijkheid, doch ook velerlei andere onderwerpen komen ter sprake: de zin van het leven, mystiek, esthetiek, ethiek, waarneming, kenleer, filosofie. Tevens zullen we aandacht schenken aan het debat dat aan het einde van de 20ste eeuw is losgebarsten over de vraag of (de befaamde ladder uit) *Tractatus* `resoluut' dient te worden geïnterpreteerd of niet.

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 2A; 9 t/m 30 januari 2020.

      Courseguide & literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide. 

    • Inhoud

      De informatie volgt zo spoedig mogelijk. 

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 2B

      Courseguide & literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide. De links worden geplaatst zodra de informatie beschikbaar is. 

       

    • Inhoud

      ‘Ik ben mijzelf een grote vraag geworden’ zegt Augustinus (354-430) in zijn autobiografische Belijdenissen als hij als een van de eersten in de geschiedenis nadenkt over het menselijk geheugen. Dit werk zou van groot belang worden als bron voor latere filosofen, zoals Augustinus’ denken over de ideale staat in De stad Gods van invloed zou zijn op latere theorieën over de politiek en economie.
      Aan Augustinus’ denken over filosofische, theologische, psychologische of economische kwesties ging evenwel steeds een fundamenteel inzicht vooraf, zoals ook uit het bovenstaand citaat duidelijk wordt. Een mens is beperkt: niet alleen in zijn rationaliteit maar ook in zijn moraliteit. Daarom rijzen vragen: komen mensen alleen door speculatie tot kennis en wijsheid? En als dit niet het geval blijkt omdat zij onderkend hebben dat hun verstand ontoereikend is en hun taal te beperkt om uit te drukken wat zij denken: hoe komen zij dan tot inzicht in wat wezenlijk goed, waar en mooi is? Houdt inzicht verband met een levensvoering waarin deugden als ‘gematigdheid’ of ‘liefde’ prevaleren als weg naar inzicht?

      De wijze waarop Augustinus de onvolkomenheid van mensen en hun taligheid postuleert lijkt hem tot voorloper van opvattingen over de ‘bounded rationality’ en ‘bounded morality’ te maken. Maar - in weerwil van zijn kennis van alle menselijke beperktheden – blijkt hij ook deugden als de moderantia (gematigheidheid) en de caritas (liefde) als opmaten tot inzicht te onderkennen.
      In dit college worden cruciale teksten van Augustinus in chronologische volgorde gelezen om de ontwikkelingen in zijn denken op het spoor te komen over (1) de ontoereikendheid van de mens én (2) de menselijke levensorde, die idealiter door deugden wordt bepaald en daardoor tot ware wijsheid leidt.

      Voorkennis

      U heeft minimaal 90 EC gehaald in Bachelor 1 en 2.

      Voertaal

      Nederlands

      Periode

      Bachelor 3, blok 2A; 21 november t/m 12 december 2019

      Courseguide & literatuur

      Raadpleeg voor het rooster en de literatuur de courseguide. 

    • Content

      The ontological status, meaning, influence and interrelation of nature and culture remains an issue of heated debate in both Philosophy and the Sciences. At the heart of this debate lies the question of the primacy of nature vs. nurture in explaining human reality and behaviour. It is this question that often puts into opposition: the natural sciences and humanities; naturalism and idealism; perception and language as well as objectivist and relativist accounts. We see this question expressed most prominently, however, in the debates of nature vs. nurture, or the contested primacy of (biological) sex vs. (social) gender in affecting our reality and behaviour. These are important debates which concern the question of nature as well as culture: what exactly does nature refer to (e.g., our environment, the physical world or biological organisms) and can we access it stripped of cultural (social, linguistic) influences? But also, to what extent does nature influence and even determine all cultural developments?
      This course seeks to highlight and elaborate on what women philosophers - of different philosophical schools of thought as well as periods of time - have to say to the nature-culture debate. We want to highlight contributions from female philosophers, not primarily because they have been sorely overlooked throughout the history of philosophy due to marginalization, but because they promise novel and alternative perspectives on a topic highly dominated by the perspectives of men.
       
      This course, therefore acknowledges that women’s specific gendered situation affects their relation to and even their attitude towards philosophical issues. This is made apparent by the fact that womanhood itself is frequently determined by and held up as an exemplar of the nature-culture divide. Confined to their biology in a way men are presumably not, women are (were) regarded as human embodiments of nature and natural instincts. They are thus deemed too unsophisticated and irrational to philosophize properly. Somewhat ironically, it is the naturalization of womanly character and capacity that can highlight the influence of cultural norms and values on the way one thinks about nature.
      Every week two members of our teaching team will present some women philosophers and their contribution to the nature-culture debate. Of these members, each week there will be a woman and man philosopher who will represent a specific school of philosophical thought.

      Prior knowledge

      You need to have obtained a minimum of 90 EC in Bachelor 1 and 2 to register. 

      Language

      English

      Period

      Bachelor 3, block 2B; 9 until 30 January 2020.

      Courseguide & literature

      Please consult the course guide for the timetable and literature. 

       

Bachelordiploma behalen?

Als u losse filosofiecursussen volgt komt u niet automatisch in aanmerking voor het behalen van een bachelordiploma. Om uw bachelor te behalen moet u zich inschrijven als bachelor student. Dat kan alleen met de september instroom. Ook moet u aan de wettelijke eisen voldoen. De eisen en praktische informatie is te vinden op de facultaire website.

Have a look at the courses in English

and attend the lectures of your choice

More information

Kosten en inschrijving

De prijs per cursus bedraagt €285 incl. tentamen en een hertentamen. U betaalt jaarlijks eenmalig €40 registratiekosten.U kunt het hele jaar door starten. 

Studiebelasting

Elke cursus heeft een studiebelasting van 3,75 studiepunten of ECTS. Per studiepunt moet u rekenen op 27 uur studiebelasting.

Filosofie in het nieuws

Wat is de rol van filosofie in de maatschappij vandaag de dag?

ea.magazine

In gesprek met double degree-student Nizar El Manouzi en voormalig Denker des Vaderlands en Hoogleraar Publieksfilosofie prof. dr. Marli Huijer.

Neem bij vragen contact op met Miranda Smit, Adviseur opleidingen

E-mailadres
Telefoon
010-408 8687
Kamer
M6.13